Telefoonterrorisme

Telefoonterroristen

Gek word ik van dat ongewenst gebel. Vanochtend is het al voor negenen raak. Mijn ogen zijn verdomme net open! Ze doen dat expres, dat bellen op onmogelijke tijden, omdat je nu eenmaal nooit weet of het dringend is. Hoezeer je je ook voorneemt de telefoon gewoon de telefoon te laten, uiteindelijk wint je nieuwsgierigheid het van je vastberadenheid. En dat weten ze, die telefoonterroristen.

“Met Alisa, van Vodafone…”
En dan zo’n stem die je eerder bij een dubieus 0900 nummer verwacht; hees en een tikje vulgair. Bijna opwindend zelfs, alsof Katja Schuurman persoonlijk aan de andere kant van de lijn hangt.
“Met Alisa…” en ook nog eens geen achternaam noemen. De IKEA strategie; Jijen en jouwen en daarmee valse betrokkenheid en intimiteit suggereren als prelude op een winstgevend contact.

Laatst had ik er een van een advertentiewebsite aan de lijn.
“Ik ben niet geïnteresseerd in colportage”, sprak ik streng.
Het was even stil.
“Ik weet niet wat dat woord betekent hoor”, zei de schat, “maar ik mag u van Generali Verzekeringen een interessante aanbieding doen.”
Met een simpel “geen interesse, dank u” verbrak ik de verbinding, maar bleef daarna toch met onverdiende ergernis achter.

Dat gaat me dit keer bij Alisa niet gebeuren, neem ik me spontaan voor.
“Zo Alisa, wat leuk dat je mij zo vroeg al belt, gezellig. Ik ga even koffie halen, een ogenblikje…”
Ik laat de lieverd bijna twee minuten in de wacht, mezelf heel goed realiserend dat ik een rete irritant wachtmuziekje op mijn telefoon heb. Zat er standaard in de telefoon en is volgens mij ooit verzonnen als martelwerktuig door de Amerikanen om zelfs de meest hardnekkige terrorist een bekentenis af te dwingen.
“Nou daar ben ik hoor, dat praat wat makkelijker hè, een bakkie erbij. Heb jij ook al koffie gehad, Alisa?”
“Ja, meneer, maar ik…”
“Jullie hebben zeker automaat, Hou ik persoonlijk niet zo van, automatenkoffie. Ik neem ‘s morgens altijd twee cupjes. Een Darkraost om wakker te worden en dan nog een Regular om het zonder hartkloppingen af te maken, hahaha. Ik heb trouwens je achternaam niet verstaan, want alleen Alisa is een beetje kaal, vind je ook niet?”
“Rodriguez, maar meneer, ik bel u eigenlijk om…”
“Hoe Spaans wil je het hebben, hè? Is dat met een S of een Z op het einde?”
“Een Z, meneer, maar…”
“Oh, een Z. Ik ken ook een Oscar Rodrigues… maar dan met een S op het einde. Dat zal wel geen familie zijn, denk je ook niet? Blijf even hangen, ik krijg nog een lijntje. Terugbellen? Welnee joh, ik ben er zó weer…”

Vervolgens blijf ik met de telefoon aan mijn oor zitten, hoorde Alisa hevig door haar neus ademen en exact vijf minuten later is ze weg.
Jij ook een fijne dag verder, Alisa…

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *