januari 10 2019

Quasimodo

Ineens stonden ze daar, gratis te gebruiken sport en fitness apparaten, door de gemeente neergezet ter bevordering van het bewegen. Want bewegen is gezond. En het is meteen een succes, want die dingen zijn de hele dag bezet. De enige mogelijkheid om de basis te leggen voor het lichaam van een jonge God, is om heel vroeg mijn bed uit te gaan.

Het is zes uur, in de ochtend, en het is steenkoud. Maar je moet wat overhebben voor een strandwaardig lichaam. Eerst even 2 kilometer wandelen, want die dingen staan natuurlijk nooit voor je deur en met de auto onbereikbaar. Ik ben de eerste en ik kies voor de roeimachine. Buiten een wasbordje, meteen ook maar wat spierballen kweken. Opwarmen is uiteraard voor watjes en ik ga meteen van start. Halen, trekken… halen, trekken… halen, KRAK… De pijn schiet van mijn onderrug, naar mijn nek en weer terug. Mijn rug zit vast en ik kan niets meer.

Daar zit ik, op een roeimachine, om zes uur ‘s ochtends met pijn, heel veel pijn en zonder mobiele telefoon om wie dan ook te bellen. Ik kan mijn benen amper optillen. Dus laat ik mij van het apparaat rollen, kruip naar een muurtje en kan mezelf daar enigszins ophijsen. Mooi, ik sta weer. Wel wat scheef, want ik krijg mijn rug met geen mogelijkheid recht gebogen. En zo ga ik, metertje voor metertje, zijwaarts lopend als een soort krab, op weg.

Na een meter of 50 moet ik stoppen. Even de pijn laten zakken. De mensen die ik tegenkom kijken mij wat raar aan. Dus besluit ik te doen of ik van het uitzicht aan het genieten ben. En weer verder voor mijn volgende 50 meter. En weer stoppen, uitzicht bewonderen, door schuifelen, tot ik eindelijk thuis kom en even op bed kan gaan liggen. Na een half uurtje probeer ik uit bed te gaan. Tevergeefs. Dus laat ik mij eruit rollen. Via de deurstijl hijs ik mezelf op en bekijk mezelf in de spiegel. Ik lijk op Quasimodo, wat ontbreekt is de Notre Dame.

Mijn vrouw krijgt mij met veel moeite en het nodige vouw en buigwerk in de auto, waarna we naar de Eerste Hulp gaan. “Gaat u maar even zitten”, zegt de grapjurk achter de balie. “Mens, ik kan niet eens normaal lopen zonder vergeleken te worden met een pinguïn, laat staan zitten,” denk ik nors, terwijl ik toch zo vriendelijk mogelijk probeer te lachen. Want chagrijn wordt hier meteen afgestraft met een extra wachttijd van vier uur.

Door mijn vriendelijke uitstraling mag ik na 30 minuten bij de dokter komen. Ik mag mijn mooie billen aan de arts tonen, waarna zij er met een spuit ter dikte van een flinke brijnaald een spierverslapper in spuit. Waarom is het altijd een ‘zij’ die in je billen moet prikken? Maar het moet helpen volgens haar. Niet dus. Ik heb nu niet alleen pijn in mijn rug, maar ook in mijn kont. Thuisgekomen slik ik meteen een handje vol pijnstillers. Het blijken achteraf mijn vochtafdrijvers te zijn geweest, waardoor ik om het half uur mezelf naar de wc mag rollen, om me daar aan de pot omhoog te hijsen, als een kameel te pissen en weer terug te rollen naar de bank.

Ik ben al een paar jaartjes vijftig en een ietsje meer. En de eerste de beste die zegt dat je daar niets van voelt is gek. Stapelgek.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Quasimodo
oktober 1 2018

Vijftig tinten grijs

Ik heb de tijd nog meegemaakt waarin op seksgebied alles kon en alles mocht. Hele wagonladingen seksspeeltjes rolden ons land binnen. Seksblaadjes, met de ‘open wonden’ vol op de omslag, kon je op straat kopen en las je gewoon op het schoolplein of in de klas, buren gaven elkaar gevraagd en ongevraagd een beurt en bij de padvinderij gebruikten we ons zakmes om een houtwerkje in de vorm van een vibrator te snijden… voor Moederdag. Alles kon en alles mocht en niemand die het raar vond.

En de hele gemeenschap deed er ook aan mee. De film Deep Throat werd op prime time in de bioscoop vertoond en de toenmalige minister van justitie, de katholieke Dries van Agt, kwam hoogstpersoonlijk kijken of de film wel geschikt was voor het publiek. Hij kwam er met een afgetrokken bekkie en rode oortjes uit. Bovendien kreeg hij geen woord meer uit zijn diepe strot. Zelfs zijn wereldberoemde pukkel stond fier omhoog.

En toen moesten ineens taboes doorbroken worden. Welke taboes in Godsnaam? Het hele land ging al rollebollend over straat. Orgies werden georganiseerd alsof het Tupperware-parties waren. Maar wat moet dat moet en zo hebben we diverse overbodige doorbreekpogingen gezien. Zoals die van Paul de Leeuw die het nodig vond om vooral veel schuttingwoorden in zijn programma’s te bezigen en mensen te confronteren met zijn eigen persoonlijk taboedoorbreking. En wie kent Jef van Oekel niet met zijn Barend Servet shows en Waldolala. Spreek ik niet eens over de Pin Up Club van Veronica of Seks voor de Buch. Laat staan dat ik het heb over de naakte VPRO vertoning van Phill Bloom waar bijna het complete kabinet over struikelde.

Maar dan is daar ineens ‘Vijftig tinten grijs’, het levenswerk van schrijfster L.E. James. Drie dikke boeken vol erotische prietpraat met een tweeledig doel: het vullen van schrijfsters portemonnee en het doorbreken van allang doorbroken taboes. Maar ’vijftig tinten’ was ‘hot’ om het maar passend te verwoorden. Als ik het goed heb begrepen was het de oorzaak van de kortdurende periode dat vrouwelijke hormonen uit pure honger uit hun roestige kruiwagen sprongen en dat het mannelijk zaad zich, als ware het een dagen durende tsunami, luid klotsend zijn weg zocht richting hunkerende en uitgehongerde dames. Hele hordes hebben de boeken inmiddels gelezen en hebben in de verlenging nog een poosje doorgeborduurd waarbij het complete servies richting slaapkamer verdween om maar vooral veel uit te proberen. Ik heb begrepen dat er destijds bij Blokker zelfs een run was ontstaan op strak geveerde wasknijpers.

Ook bij ons verscheen boek 1 uiteindelijk op het nachtkastje. Niet zelf gekocht. Ben je besodemieterd. Eén van de moeders op de school in Spanje waar mijn kinderen slim worden gemaakt had de drie boeken, verpakt in een strakke condoom, voor een bedrag van vijftig euro in de plaatselijke boekwinkel gekocht. Dus moeder 1 had boek 1 uit en toen ging boek 1 naar moeder 2, enzovoort. Mijn vrouw heeft boek 1 helemaal uitgelezen. Niet omdat ze het zo geweldig vond, maar puur om zichzelf te bewijzen dat ze een boek in de Spaanse taal kan lezen. Boek 2 hebben wij nooit gezien, laat staan boek 3.

Behalve de vrouwelijke doelgroep werden ook wij mannen door alle opwindende ophef geprikkeld. Zo ben ook ik vol optimisme aan het spul begonnen. Ik kwam tot aan bladzijde zes van boek 1, waarna ik vol heimwee mijn Donald Duck oppakte, die nog half uitgelezen op de WC lag. Ik heb er verder niet meer in gelezen en het boek aan de kant gemikt. Volgens zeggen heeft onze kat er nog een poosje aan geroken en er vervolgens vol opwinding een plasje over gedaan. Waarna ik moeder 1 dus een nieuw boek 1 mocht geven want die lucht krijg je er nooit meer uit. Ze keek als een boerin met kiespijn, wat bij mij het gevoel gaf dat ze eigenlijk blij was van het boek af te zijn.

Vijftig tinten grijs, gezwam tot op het bot. Ik heb nog even serieus overwogen om de hele serie te doneren aan de Pauselijke Masturbaris van het Vaticaan. Daar hebben ze na alle onthullingen heel erg behoefte aan een nieuw elan. Het gaat die oude kruisenpoetsers vast enorm helpen…

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Vijftig tinten grijs