januari 28 2019

Kattenhuis

Het is al weer heel wat jaartjes geleden, maar ooit mocht ik mezelf in Nederland NVM makelaar noemen. Het was in die tijd dat ik een leuke dijkwoning in verkoop moest gaan nemen, ergens in de omgeving van het dorpje Fijnaart, het Brabantse Volendam, met zangers als Frans Bauer en O’G3NE.

Ik kom bij de woning aan en loop achterom, zoals mij bij het maken van de afspraak gezegd is. Ik doe de gammele, houten deur open, stap het oude huisje binnen en meteen slaat een misselijkmakende ammoniaklucht op mijn keel. Met een paar diepe ademteugen probeer ik de lucht weg te krijgen. Dit onder het mom van ‘als ik maar genoeg van die stank inadem is het snel weg’. Helaas, het wordt er juist erger van en nu proef ik geur van dagenoude kattenpis ook al op mijn tong. Het bakje yoghurt met fruit dat ‘s ochtends mijn ontbijt vormde schiet langzaam maar heel erg zeker omhoog.

“Ik heb katten,” zegt het vrouwtje dat haar huis te koop aanbiedt. “Joh,” denk ik, ondertussen geforceerd beleefd glimlachend. Ze gaat mij voor naar de keuken waar de lucht van kattenpis zich mengt met de lucht van oud wasgoed, dat omhoog komt uit een grote pan die op het vuur staat. Navraag leert mij dat het soep moet worden. Ik werp een blik in de pan en zie ‘iets’ pruttelen. Het ‘iets’ stinkt bijna net zo erg als de kattenuitwerpselen. Via de keuken gaan we naar de woonkamer die de afmeting heeft van een krap smurfenhuisje. Vervolgens laat het vrouwtje mij drie inbouwkasten zien, die achteraf de slaapkamers blijken te zijn. In twee van de drie slaapkamers tref ik kattenbakken. Twaalf in totaal. Alle twaalf vol met drollen en de nodige pisklonten. Ik probeer alle slaapkamers op één ademteug te bekijken, maar de traagheid van de toverkol doet mij de das om.

Het nadeel van lang je adem in houden is dat je daarna weer heel diep moet inademen. En probeer maar eens om diep in te ademen en tegelijkertijd een portie yoghurt terug te slikken. Je gaat er heel raar van kijken. De woning heeft één badkamer, met douche en ligbad. Tenminste, als een slang die op de grond ligt als douche beschouwd mag worden en een oversized wastafel als ligbad. Uiteraard voorzien van de nodige schimmelranden. Dat dan weer wel.

Het vrouwtje gaat mij weer voor naar de keuken waar ze vraagt of ik misschien een kopje koffie lust. Ik kan niet weigeren, omdat dit als onbeleefd kan worden opgevat en dus een klant kan kosten. Ze schenkt inktzwarte koffie, die eruit ziet alsof hij al een paar dagen warm wordt gehouden op het warmhoudplaatje, uit een glazen kan, die in een ver verleden doorzichtig moet zijn geweest, in een kommetje dat voor het begin van de Eerste Wereldoorlog waarschijnlijk voor het laatst afwasmiddel heeft gezien. Laat staan water.

Ik neem het gore kommetje met de onduidelijke zwarte drab van haar aan, loop naar de woonkamer en neem plaats op een wankel stoeltje naast een half dode plant, waarvan ik het leven verleng door mijn koffie meteen in de gortdroge aarde te mikken. Het oude vrouwtje komt ook de kamer in en we babbelen nog wat, tot ik op een kastje bij het raam kleine zwarte beestjes vrolijk rond zie springen.

Ik raffel mijn standaard praatje af, dwing haar bijna tot tekenen en haast mij naar buiten, in de wetenschap dat ik de bezichtigingen aan mijn compagnon over zal laten. Die is namelijk gek op katten.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Kattenhuis
november 9 2018

Het schoolplein

Ik sta op het schoolplein te wachten op mijn dochtertje. Op een meter of 6 staat een man, ook te wachten op zijn kind. Ik ruik, zelfs op die afstand, dat de man op een misselijkmakende manier naar zweet stinkt. En geen vers, eerlijk verdiend zweet, nee, het is een allesoverheersende rotte lijken lucht die de man al dagen, zo niet weken bij zich moet dragen, om een dergelijke odeur gekweekt te kunnen hebben. Om zeker te zijn dat zijn omgeving goed mee kan genieten, draagt hij een mouwloos shirt met vrij hangende oksels, zodat het lichte briesje dat mijn kant op staat, hoe wreed kan het leven zijn, goed zijn werk kan doen.

Ik probeer de lucht te filteren door tussen mijn tanden door adem te halen, maar kom al snel in acute ademnood. Tegen wil en dank moet ik de walm, die in mijn verbeelding een ranzige groene kleur heeft, inhaleren. De gedachte aan de stank die rond de man moet hangen als ik pal naast hem zou staan, doet mij spontaan kokhalzen, en met moeite en flinke tegenzin slik ik het reeds door mijn keelgat ontsnapte gal terug. Het zorgt voor een brandend gevoel in mijn keel waardoor ik, onbewust, flink inadem door mijn neus waardoor buiten het nog in mijn keelgat balancerende gal ook mijn eerder op de ochtend genuttigde broodje kaas een poging doet om mij op een schoolplein vol ouders eeuwige roem te schenken.

Ik loop met de wind mee weg van deze lichamelijke milieuterrorist en vind een plekje bij wat andere ouders. Eén van de mannen ziet in mij een nieuwe gesprekspartner en start een conversatie dat voor mij klinkt als het gemompel van de mol uit de Fabeltjeskrant, gecombineerd met een achterstevoren sprekende Rus. Daarbij heeft de man een gebit dat eerder donkerbruin is dan geel, en hangt er tijdens zijn gebrabbel een sompig gekauwde sigaar in zijn mondhoek, die vrolijk op de maat van zijn gespuugde woorden mee danst.

De man heeft duidelijk iets verkeerds gegeten, of hij is gewoon maagpatiënt, want steeds voor hij weer een stortvloed van tekst, die ik niet versta noch begrijp, over mij heen stort, haalt hij flink en vooral diep adem, om daarna een boertje te laten waarbij een lucht meekomt die het midden heeft tussen Oud Amsterdamse kaas en rotte vis, dit alles opgeleukt met een vleugje knoflook.

In de auto spreek ik met mijn dochtertje af dat papa in het vervolg bij de ingang van het schoolplein blijft staan. Ze kijkt me aan, ziet mijn bleke huidskleur en knikt heel wijs ter bevestiging.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Het schoolplein