april 25 2019

Terug naar mijn eigen land

Ik rij achter een Spaans huppeltrutje op bijpassend huppelbrommertje. Mevrouw vindt het om een voor mij onduidelijke reden nodig om met 35 km per uur in het midden van de weg te gaan rijden, daar waar 80 is toegestaan. Zij heeft schijnbaar de grootste lol om de file die langzaam achter haar aan het ontstaan is. Tenminste, als ik het herhaaldelijk schaterlachend omkijken goed genoeg interpreteer.

Inhalen is geen optie want ook in Spanje is het passeren van een doorgetrokken streep niet toegestaan. Als ik een paar kilometer achter de met een slakkengang voortbewegende brommende dame heb doorgebracht, wordt het mij allemaal wat teveel en besluit ik dan toch met twee hele wielen de dikke witte streep te overschrijden. Een ordinaire scheldpartij van de ‘dame’, ik ga uit aan mijn persoon gericht, is het gevolg. Met handgebaren maakt zij in mijn spiegel duidelijk dat ik een doodzonde heb begaan om haar bij een doorgetrokken streep in het halen.

Meteen zet de zwaar in haar vulva geraakte furie de achtervolging in. Tot mijn verbazing haalt het brommertje met gemak de 80 km per uur. Sterker nog, ik rij 80 en zij nadert in no time de achterkant van mijn wagen. Ze haalt mij rechts in en gaat op de vluchtstrook naast mij rijden. Nu ben ik goedaardig van karakter, anders had ik aan een kleine stuurfout genoeg gehad om haar voor eeuwig het zwijgen op te leggen. Maar ja, dan had ik nooit gehoord dat mijn moeder een hoer is, mijn vader zwaar homofiele kinderneuker en wat ik zelf allemaal ben volgens het ronkende viswijf zal ik maar voor mij houden.

Ik geef haar netjes antwoord in mijn eigen taal, want dat praat toch een stuk makkelijker en meteen krijg ik als reactie dat ik vooral op moet rotten naar mijn eigen land. ‘A tu país’ is het enige wat er nu nog uit haar keel komt. Dat ik het grootste deel van mijn leven in Spanje woon, mijn kinderen hier geboren dan wel opgegroeid zijn en ik financieel bijdraag aan de verbetering van dit land doet voor mevrouw niet ter zake. Het domme wicht begrijpt kennelijk ook niet dat het juist de buitenlanders, waar zij schijnbaar zo’n moeite mee heeft, zijn die nog steeds zorgen dat hun veel te dure woningen verkocht worden, dat haar ouders veel te hoge huur kunnen vragen, het ook de buitenlanders zijn die de tafeltjes in de restaurants van haar familie bezetten en dat het vooral buitenlandse bedrijven zijn die zorgen dat de Spaanse economie nog enigszins op niveau is. Sterker nog, onlangs is berekend dat als alle buitenlanders nu uit Spanje zouden vertrekken, Spanje binnen enkele maanden reeds compleet failliet is. Maar goed, deze economische lessen zijn waarschijnlijk aan haar garnalenhersens voorbij gegaan.

Mevrouw slaat vervolgens af daar waar het door de doorgetrokken streep niet is toegestaan, rijdt tegen het verkeer een straat in waar eenrichtingsverkeer geldt en steekt nog even vriendelijk ter afscheid haar middelvinger op.

Terug naar mijn eigen land, ‘a mi país’… ach, gelukkig werd het niet gezegd door iemand met verstand.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Terug naar mijn eigen land
oktober 5 2018

Antonio

Ze komt aangescootert over de weg waar ik toevallig net op dat moment mijn dagelijkse wandeling pleeg te doen. Ze zou me normaal gesproken niet zijn opgevallen, ware het niet dat ze in de remmen knijpt en precies náást mij tot stilstand komt. Er wordt direct na de landing een crèmekleurige Ugg op het asfalt geplaatst en bewust mijn aandacht getrokken. Ze roept iets van “Hé, jij”, en ik draai me om.

Ik ontwaar een geforste dame in een tijgervel-legging met daarboven een roze t-shirt en een geblondeerde hoofdtooi. Een toevallig passerende hond met man gromt naar de tijger die blijkbaar net een prooi heeft verslonden want het vel is bollig gevuld. Ik doe nog een pasje naar voren en knik zoals je doet als je iets niet hoort. Ze herhaalt haar vraag, maar ze komt niet boven haar eigen scoorterkabaal uit. Want in Spanje is het nu eenmaal zo dat als een brommer geen lawaai maakt, hij niet lekker rijdt. En te oordelen naar de herrie die het ding maakt, moet deze verschrikkelijk lekker rijden. Ik plaats mijn hand achter mijn oorschelp ten teken dat ze nog steeds niet te verstaan is. Ze draait de sleutel om en eindelijk wordt het stil.

“Ik kon je niet verstaan”, zeg ik lachend en wijs op de scooter onder de tijger. Ze buigt zich iets naar voren en ik ontdek rond haar nek een gouden ketting met een aangeregen naam waarmee ze vermoedelijk bij de burgerlijke stand is ingeschreven. ‘Blanca’, lees ik. De letters hangen wat vermoeid naast elkaar en glijden half weg in een niet goed afgedekte en oneindig diepe borstenkloof. Ze doet haar naam overigens geen eer aan, want ze is alles behalve ‘Blanca’. Als ik kijk naar haar gebruinde huid, zou ik bijna denken dat ze de tijger persoonlijk onder de brandende Afrikaanse zon heeft omgelegd, ware het niet dat er geen tijgers leven in Afrika. Daarnaast straalt ze een ordinaire hoerigheid uit waarbij deze ‘Blanca’ waarschijnlijk ook niet als een ‘witte’ onschuld door het leven scootert.

“Ik zoek het pension”, zegt ze met een zwaar Valenciaans accent. En ik weet niet of de lezer weet hoe lastig een normaal Valenciaans accent te verstaan is, maar een zwaar Valenciaans accent is dus net zo verstaanbaar als achterstevoren gesproken Russisch.
“Het pension”, herhaal ik langzaam. “Wat voor pension?”
Ze haalt haar schouders op en kijkt mij aan alsof ik Lompe Henkie ben. “Waar je kan slapen als je geen huis hebt”, zegt ze met een diepe zucht, die duidelijk moet maken dat ik waarschijnlijk de enige op de wereld ben die haar niet meteen begrijpt.
“Je bedoelt het pension waar ze ook daklozen opvangen?”, vraag ik met een voorzichtige glimlach.
“Ja, dat zal. Ik heb hem er namelijk vannacht uitgeschopt.” Haar zwaar gewimperde oogleden trillen van nijd. Ik kijk met enig ontzag naar de Ugg.
“Oké”, zeg ik. “Ik denk dat je dan door moet rijden tot…” Ik wijs in een richting.
Ze luistert niet en ratelt gewoon door. “Ik ontdekte dat mijn Antonio lag te rotzooien met mijn nicht. Dat is zo’n geleerde studentensnol. Mariola heet ze, het kutwijf.”
Ik aarzel even of ik iets van het ‘kutwijf’ moet vinden maar besluit toch maar gewoon verder te gaan met mijn uitleg. “Dus je moet doorrijden tot aan de tweede afslag…”
Ze luistert nog steeds niet.
“Hij zei dat hij naar de opvang ging. En nu ga ik hem ophalen. Hij krijgt nog één kans.”
Ergens vanuit haar t-shirt klinkt ineens een snel aanzwellend geluid van Enrique Iglesias met zijn laatste hit. Een vette klauw graait in haar t-shirt tussen haar indrukwekkende borsten en trekt een roze telefoon tevoorschijn.
“Ja, waar ben je?”, snauwt ze in het toestel. Er volgt een moment van stilte. “Wat ?… ik heb je toch gezegd…” Haar donkerbruine kleur veranderd nu langzaam in donkerrood, wat op zich een fascinerend gezicht is. “Dus je zit bij die snol???”
Ik kijk verschrikt om mij heen, een manier zoekend om beleefd en zonder lichamelijke schade stilletjes in het niets te verdwijnen.
“Ik flikker je spullen naar buiten en over een half uur ligt de hele klerezooi op straat.”

Ze beëindigt het gesprek, steekt haar telefoon onder haar t-shirt in haar natuurlijke telefoonhouder, start de scooter, trekt de Ugg binnenboord, draait de weg op en stuift zonder iets te zeggen weg. Terwijl ik langzaam verder wandel trek ik in gedachten mijn eigen conclusie. Het moet toch wel een hele verstandige knul zijn, die Antonio…

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Antonio