maart 5 2019

Spiegelbeeld

Ik doe mijn ogen open en zie niets. “Ik ben blind!” schiet het even door mij heen. Maar dan besef ik dat het walgelijk vroeg is en gewoon nog pikkedonker. Ondertussen hoor ik het verleidelijke schorre stemgeluid van Katja Schuurman naast me, die mij met een “Goedemorgen schatje, tijd om op te staan” tracht te overreden mijn oh zo heerlijke bed te verlaten.

Ik pak mijn telefoon en druk Katja uit. Voorzichtig, om niet met mijn verkeerde been uit bed te stappen, verlaat ik mijn nachtelijk onderkomen en strompel als een oude vent naar de badkamer. Gek, ‘s ochtends lijkt de badkamer veel verder weg dan ‘s avonds. Ik doe het licht aan en mijn ogen schrikken zich meteen kapot van de felheid van lampen waar ik me ‘s avonds aan erger omdat ze zo weinig licht geven. Ik kom bij de wastafel en dwing mezelf aan te kijken in de spiegel. Een oude man met een gezicht vol vouwen, bloeddoorlopen slaapogen met daaronder wallen waar men in Amsterdam jaloers op is. Het zal wel familie zijn, want ergens zie ik een vage gelijkenis met mezelf.

Ik open de douchecabine, draai de thermokraan open en ga de volle minuut totdat het water warm is op de wc zitten. Rechts, weggepropt in een hoek van de badkamer, staat een bidet. Voor de zoveelste keer vraag ik mij af hoe iemand ooit zijn kont op dat bidet kan krijgen als je geen slangenmens bent. Er is gewoon geen ruimte, of misschien als je niet veel groter bent dan een kind van een jaar of 5. Of is het dan toch bedoeld om je voeten te wassen?

Ik zie het glas van de douchecabine beslaan en begeef mezelf naar de warme stralen. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik een stortdouche heb, zodat ik niet hoef rond te springen om hier en daar een straaltje op te vangen, maar ik kan genieten van een heerlijke waterval van warm water. Na afloop droog ik me af en dat gebeurt, door de aanwezigheid van de wandbrede spiegel, vol in het zicht van mijn spiegelbeeld dat brutaal terugkijkt. Ik zie dat de stokoude kerel in de spiegel plaats heeft gemaakt voor een man van middelbare leeftijd die klaar is om de wereld aan te kunnen.

Ik kijk naar mijn douche en besef dat het niet anders kan dat uit mijn kraan de bron van het eeuwige leven moet zijn gekomen.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Spiegelbeeld
januari 31 2019

Mag het licht uit?

“Als je dood bent, dan ben je dood. Je kan bidden tot je een ons weegt, als je dood bent is het over en uit. Finito. Dan is er niets meer.” De oude vrouw spreekt vermoeid tegen de nog veel oudere man naast naar bed. Een lang leven heeft haar volledig uitgeput. Ze wil nog maar één ding: Slapen, lekker lang slapen.

“Er is geen God, Allah, Boeddha of hiernamaals. Hierna is er niets dan duisternis. Leven na de dood? Laat me niet lachen. Als je een beetje nadenkt, is dat eenvoudigweg onmogelijk,” spreekt ze verder. “Er is ooit berekend dat er al meer dan 100 miljard mensen voor ons zijn geweest. Als al die mensen en de mensen die nog na ons komen, ook naar de hemel gaan, dan wordt dat een knap drukke bedoening, denk je ook niet?”

Ze kijkt de oude man recht aan, haalt een paar keer diep adem en gaat weer verder met haar relaas. “Ik moet er niet aan denken om bepaalde personen na mijn dood weer tegen te komen. Ik ben blij dat ik eindelijk van hen af ben. Dan wil ik niet voor eeuwig met hen opgescheept zitten. Nee, als we dood zijn weten we niets meer en zullen we vergeten worden. Ons lichaam zal verbrand worden of verrotten onder de grond. Af en toe komt er nog iemand bij je grafsteen staan janken, maar ook dat gaat voorbij. Trouwens, van mij had het hele leven niet gehoeven. Niemand heeft mij gevraagd om geboren te worden, maar ik ben wel gedwongen geweest het hele leven te leven.”

Na een diepe moeizame zucht gaat ze verder. “Ik heb alleen maar narigheid gezien. Oorlog, honger, moord en doodslag. Een grote bak ellende. Met welk doel? Nee, als er een God bestaat, dan was het van hem geen goed idee om het leven uit te vinden. De hel en de hemel? Kom op zeg, dat is toch een door pedofiele mannen in jurken uitgevonden leugen? Met als enig doel om ons te onderdrukken. Maar ach, voor mij zit het er bijna op. Ben er niet rouwig om. Kan er geen moment van wakker liggen.”

Ze mompelt nog wat, om vervolgens vreedzaam weg te zakken in een diepe slaap. De oude man kijkt naar haar en stapt langzaam bij haar bed vandaan, terwijl hij zijn ogen liefdevol op haar laat rusten. En voordat God zachtjes de deur van haar slaapkamer achter zich dichttrekt doet hij het licht uit.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Mag het licht uit?
december 12 2018

Venster op het leven

Naar niets kijkend kijkt de oude man door het raam. Zijn spiegelbeeld kijkt terug en ziet een door de tijd getekend gezicht, met diepe groeven die getuigen van verdriet en leed. Een zeldzame lach, die soms zomaar uit zichzelf lijkt te ontstaan, kan daar geen verandering in brengen.

Het lange zilvergrijze haar hangt vettig in zijn nek. De waterige ogen zien projecties uit een ver verleden. De eerste schooldag, de ontmoeting met zijn vrouw tijdens de plaatselijke kermis, zijn oudste zoon, pas geboren, liggend in zijn armen. Beelden, helder voor hem, onzichtbaar voor anderen. Een enkele traan loopt langzaam langs een kanaal van rimpels naar zijn mondhoek, een zoute smaak van herinneringen achterlatend.

Een vriendelijke verpleegster komt binnen en hij ondergaat gedwee de vernederende verzorging. Ze ontdoet hem van zijn bevuilde nachtkleding. Ooit zou hij zich kapot hebben geschaamd als hij zich gedurende zijn slaap bevuild zou hebben. Nu is het elke dag weer de vraag of de luier het 24 uur volgehouden heeft. De ervaren handen wassen hem en stoppen hem, niet geheel onzacht, in schone kleren. Eindelijk een uurtje rust, maar daarna is het voedertijd. Elke keer weer is het een prestatie om zonder knoeien het fijn geprakte voer binnen te krijgen. Als hij het zelf doet vliegt het eten overal heen, behalve zijn mond in. Dus is er een voederassistente die, om een grote smeerboel te voorkomen, het ondefinieerbare goedje bij hem naar binnen lepelt. Omdat zijn mond en tong niet meer precies doen wat hij wilt, druipt het prakje, tot grote ergernis van de voedervrouw, regelmatig langs zijn kin weer naar buiten. Dus zit hij ingewikkeld in een laken zijn warme hap naar binnen te slikken.

Het horrormoment van de dag is aangebroken en men plaatst hem in een hoekje in de aula. Soms komen er mensen naar hem toe die hem aanspreken met ‘Opa’, maar hij kent die mensen helemaal niet. Het wordt pas echt gezellig als die figuren hun kroost bij hebben. Dan heeft hij binnen een paar tellen een kloppende hoofdpijn. Maar vandaag komt er niemand, dus brengen ze hem terug naar zijn kamer. Nu kan hij weer door het raam naar buiten kijken. Kijken naar mensen die langs lopen, een musje dat, zittend op de vensterbank, even naar binnen kijkt. Zo wacht hij op de man die hem in zijn bed zal stoppen. Dan gaat hij zorgeloos slapen, totdat een nieuwe morgen hem wakker roept. Een dag waarop het allemaal opnieuw begint.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Venster op het leven
september 16 2018

Ouwe lullen muziek

“Jaaaaaaan, zet die teringherrie eens wat zachter!” Het was de vaste vrijdagavondyell van mijn vader toen ik nog een Jantje was. Snappen deed ik het niet helemaal, want wat was er nu precies mis met mijn muzikale genoegens? Gek als ik in mijn lagere schooljaren was op muziek van Mud en The Rubettes.

Mijn middelbare schooljaren sleet ik meer met Clapton, Fleetwood Mac en Creedence Clearwater Revival. Maar ja, voor mijn vader ging er niets boven draaiorgelmuziek op huiskamerfluistervolume, en dan is alles met een gitaar al snel ‘Teringherrie’. Ik had uit een café-avontuur van mijn ouders een 800 Watt buizenversterker overgehouden, met 4 bijpassende speakers. En dat op een slaapkamer van krap 8 vierkante meter. Ik sliep zeg maar in een soort kijkdoos met geluid, veel geluid als het aan mij lag.

Mijn vader riep meestal drie keer. Dat had ik snel door, zodat ik steevast wachtte tot ik hem bij de derde brul de trap op hoorde stormen, om dan met een onschuldige uitdrukking op mijn gezicht de muziek zachter te zetten, juist op het moment dat ik de deurkruk naar beneden zag gaan. Erger werd het, voor mijn vader dan welteverstaan, toen wij gingen verhuizen en ik de hele zolderverdieping als slaapkamer kreeg. Driekwart werd meteen ingericht als binnenhuisdiscotheek. De buizenversterker werd ingeruild voor een professioneel exemplaar, die dik 1000 Watt muziekplezier kon leveren. Omdat ik nu plek zat had, kocht ik van mijn eerste ‘salaris’, dat een hoogte had waar zelfs een slaaf 200 jaar geleden zijn neus voor zou hebben opgehaald, een echte huisbar, een showroommodelletje van Leen Bakker. Van twee oude mensjes kocht ik een maand later voor een paar tientjes een compleet doorgezakt bankstel. Ik denk dat ze blij waren dat ze het zelf niet naar het grof vuil hoefden te sjouwen en ze werden er nog voor betaald ook.

Het spreekt voor zich dat mijn zolderkamer voor even het populairste plekje in het dorp was. Ik had bier, er kon gerookt worden, blowen deed ik liever heel ver van de alles ruikende neus van mijn moeder, en we hadden, door mijn hypermoderne bandrecorder, de keuze uit een oneindig lijkende voorraad hippe muziek, op het geluidsniveau wat wij acceptabel vonden. Tot mijn vader de stoppenkast ontdekte. En dat kan best lullig zijn als je onder het genot van een romantisch nummertje bezig bent met een romantisch nummertje.

Mijn zoon heeft nu ook een fraaie geluidsinstallatie. En hoe hard ik ook roep, er blijft een teringherrie uitkomen. Nou ja, herrie is het eigenlijk niet. Meer een zichzelf tot in het vervelende herhalende monotone dreun. Er zit geen begin of eind aan. Hij vindt mijn muziek ‘maar kutmuziek voor ouwe lullen’. Ik op mijn beurt vind het vooral jammer dat als ik de stop van zijn slaapkamer uitzet, ook de woonkamer meteen zonder stroom zit.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Ouwe lullen muziek