oktober 4 2018

Liefdestonen

Lange haren, gitaar speels op schoot, voeten bloot, blik verwart, voor wie is de boodschap vanuit je hart, de liefde die jij biedt, terwijl je vingers met de snaren spelen, ze zachtjes strelen, onbewust van het geboren lied. Naar wie verlang je? Voor wie speel je? Wie is het die jij bemint? Voor wie zijn de tonen klinkend als engelengefluister in de wind?

Ik zie je tranen lopen, hoor je tonen wenen, tegen beter weten in hopen, uit verdriet ontlenen. Kon ik maar in je compositie kruipen, je hart insluipen, je verdriet ervaren, terwijl jij blijft strelen over je snaren, je gevoelens omzet, in een lied zonder couplet, zonder refreinen, als de tonen langzaam in het niets verdwijnen.

Jan Nicolas

oktober 1 2018

Senior in blues

De directrice is een vrouw van een jaar of 50 in een broekpak waaruit haar lichaam uit alle macht probeert te ontsnappen. Ze heeft haar lippen vuurrood gepleisterd en draagt zo’n gitzwarte bril als teken dat je van de kunsten bent. Of intelligent. Kunstmatig intelligent welteverstaan. Onwennig sjokt ze op haar zondagse hakken naar de microfoon, haar overvol met vocht zittende enkels om de stap verzwikkend. “We krijgen nu een bluesnummer en let u speciaal op het gitaarspel. Want, dames en heren… u zult het zien, hoe oud je ook bent, je kunt bij ons op elke leeftijd starten met muzieklessen…”

Jeugdig senior in blues. En nu, nog voor de eerste noot, weggezet als demente oude zak die als slotakkoord van zijn muzikaal te laat gestarte carrière nog even een riedeltje weg gaat geven ten faveure van het ledenbestand van een muziekschooltje in een weggemoffeld Spaans kutdorp. Zie je die treurige wat onnozele glimlach die ik als laatste verdedigingslinie tegen de totale afgang op mijn gelaat tover?

Ja…, achteraf heb ik makkelijk praten.
“Nee, jij trekt volle zalen”, dat had ik moeten zeggen tegen die Obesitastrut.
Of veel vileiner; “Je kunt op mijn leeftijd dus ook altijd nog directrice van een muziekschool worden…”
Of heel gemeen; “Goh, werk jij hier? En je kon zo goed leren?”

Maar niks, geen tekst. Daar zit ik als Bluesbrother, doe het zelf cajunmuzikant, adept van Clapton, John Lee Hooker en Muddy Waters.
“Dank voor uw complimenteuze introductie…”, verder komt de verbaal begaafde cynicus in mij niet. Mijn normaal oh zo grote waffel zit nu vol met tanden. En allemaal van mijzelf.

Zie je mij zitten? Op het podium voor een zaal van dik 200 man in het helle licht van een volgspot, gitaar op schoot. Klaar voor mijn allereerste optreden voor publiek. Voor mijn allereerste optreden ooit overigens. Hard geoefend op 32 martelende grepen voor het couplet en nog eens 16 extra voor het refrein. In de late avonduren nog vier keer doorgespeeld. Nu mag ik en ik ben er klaar voor.

En ik heb al zolang moeten wachten. Vooraan in het programma zitten blokfluitende brugpiepers, hele kleine violistjes die hun strijkstok als een ijzerzaag hanteren, maar met zomers glimmende moeders op de eerste rij. Dan een stukje opera door vier hevig transpirerende dames in de overgang met wegijlende kopstemmen, traditioneel in het zwart gekleed. En daarna nog een dromerig meisje dat het complete repertoire van Justin Bieber op de piano pingelt en van geen ophouden weet.

Maar nu mag ik…

‘Layla’ ga ik spelen en mijn ingestudeerde babbeltje dat Eric Clapton helaas niet kan komen maar dat hij mij heeft gevraagd om in te vallen, stuitert onverrichter zake naar mij terug. Okay, spelen dan maar. Vier maten vooraf en waar ik de weg even kwijt ben, doe ik ‘net alsof’ akkoorden. Ik speel deze avond veel, heel veel ‘net alsof’ akkoorden. Achteraf rolt het applaus over mij heen. Na een klein onthecht knikje naar het publiek verdwijn ik met een soepele sprong achter de coulissen… Forever young, toch?

Dan schrik ik wakker, omdat mijn vrouw, midden in de nacht, wil weten wie in hemelsnaam die ‘Layla’ is, waar ik, met een pijnlijke uitdrukking op mijn gezicht, in mijn slaap steeds om roep. Mijn gitaar staat nog steeds daar waar hij al heel lang staat. In de hoek van mijn werkkamer. Wordt weer eens tijd voor een stofdoekje.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Senior in blues
september 16 2018

Ouwe lullen muziek

“Jaaaaaaan, zet die teringherrie eens wat zachter!” Het was de vaste vrijdagavondyell van mijn vader toen ik nog een Jantje was. Snappen deed ik het niet helemaal, want wat was er nu precies mis met mijn muzikale genoegens? Gek als ik in mijn lagere schooljaren was op muziek van Mud en The Rubettes.

Mijn middelbare schooljaren sleet ik meer met Clapton, Fleetwood Mac en Creedence Clearwater Revival. Maar ja, voor mijn vader ging er niets boven draaiorgelmuziek op huiskamerfluistervolume, en dan is alles met een gitaar al snel ‘Teringherrie’. Ik had uit een café-avontuur van mijn ouders een 800 Watt buizenversterker overgehouden, met 4 bijpassende speakers. En dat op een slaapkamer van krap 8 vierkante meter. Ik sliep zeg maar in een soort kijkdoos met geluid, veel geluid als het aan mij lag.

Mijn vader riep meestal drie keer. Dat had ik snel door, zodat ik steevast wachtte tot ik hem bij de derde brul de trap op hoorde stormen, om dan met een onschuldige uitdrukking op mijn gezicht de muziek zachter te zetten, juist op het moment dat ik de deurkruk naar beneden zag gaan. Erger werd het, voor mijn vader dan welteverstaan, toen wij gingen verhuizen en ik de hele zolderverdieping als slaapkamer kreeg. Driekwart werd meteen ingericht als binnenhuisdiscotheek. De buizenversterker werd ingeruild voor een professioneel exemplaar, die dik 1000 Watt muziekplezier kon leveren. Omdat ik nu plek zat had, kocht ik van mijn eerste ‘salaris’, dat een hoogte had waar zelfs een slaaf 200 jaar geleden zijn neus voor zou hebben opgehaald, een echte huisbar, een showroommodelletje van Leen Bakker. Van twee oude mensjes kocht ik een maand later voor een paar tientjes een compleet doorgezakt bankstel. Ik denk dat ze blij waren dat ze het zelf niet naar het grof vuil hoefden te sjouwen en ze werden er nog voor betaald ook.

Het spreekt voor zich dat mijn zolderkamer voor even het populairste plekje in het dorp was. Ik had bier, er kon gerookt worden, blowen deed ik liever heel ver van de alles ruikende neus van mijn moeder, en we hadden, door mijn hypermoderne bandrecorder, de keuze uit een oneindig lijkende voorraad hippe muziek, op het geluidsniveau wat wij acceptabel vonden. Tot mijn vader de stoppenkast ontdekte. En dat kan best lullig zijn als je onder het genot van een romantisch nummertje bezig bent met een romantisch nummertje.

Mijn zoon heeft nu ook een fraaie geluidsinstallatie. En hoe hard ik ook roep, er blijft een teringherrie uitkomen. Nou ja, herrie is het eigenlijk niet. Meer een zichzelf tot in het vervelende herhalende monotone dreun. Er zit geen begin of eind aan. Hij vindt mijn muziek ‘maar kutmuziek voor ouwe lullen’. Ik op mijn beurt vind het vooral jammer dat als ik de stop van zijn slaapkamer uitzet, ook de woonkamer meteen zonder stroom zit.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Ouwe lullen muziek