juni 18 2019

Wir haben es nicht gewußt

Ik zie steeds vaker profielfoto’s op Facebook met de tekst “Eerst onze mensen” onderaan weergegeven. Onwillekeurig vraag ik mij dan af wie precies met “Onze mensen” bedoeld worden. Behoor ik ook tot “Onze mensen”, of is dit slechts weggelegd voor een streng geselecteerd gezelschap van Übermenschen? Zijn “Onze mensen” bij voorkeur blond, zuiver van bloed en van onberispelijk gedrag? Ik kan dat niet goed duidelijk krijgen als ik de profielfoto’s bestudeer namelijk.

En is het mogelijk om van gewoon sterveling te promoveren tot de groep van “Onze mensen”? En zo ja, hoe lang duurt dat proces precies? Moet je een examen afleggen of bepaalde kwalificaties hebben? Moet je in het land van “Onze mensen” geboren zijn en zo ja, hoeveel generaties van mijn voorouders moeten mij voor zijn gegaan in het land van “Onze mensen”? Als mijn grootvader bijvoorbeeld ooit arbeid is gaan verrichten in het land van “Onze mensen”, arbeid waar “Onze mensen” zelf vaak te beroerd voor waren, behoor ik dan ook tot “Onze mensen”? Of gaat de telling nog verder terug, naar wellicht de middeleeuwen?

Of stopt het selectieproces eenvoudig bij de naam en huidskleur, hoe lang de stamboom van je voorouders ook teruggaat? Kan een persoon met een exotisch klinkende achternaam het eenvoudigweg schudden? En personen die Jansen heten, maar buiten de gewenste kleurtinten vallen, ook?

Een jaartje of 80 geleden was er ook iemand die “Unsere Menschen” bij voorkeur eerst liet gaan. Die ging zelfs nog wat verder, want de “Andere Menschen” mochten zelfs niet als tweede meedoen, zelfs niet als laatste. Sterker nog, volgens zijn kwalificaties werden ze niet eens als ‘Menschen’ gezien.

Het gaat misschien wat ver om “Onze mensen” meteen te vergelijken met “Unsere Menschen” van 80 jaar geleden. Zoals het toen ook wat ver ging om mensen met een gele ster te brandmerken, het ook wat ver ging om ze als beesten in veewagens te transporteren naar ‘heropvoedingskampen’ en het misschien ook wel wat ver ging om ze bij aankomst meteen maar uit te roeien. Maar ach, we kunnen als het allemaal wat al te ver gaat altijd nog roepen “Wir haben es nicht gewußt…”

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Wir haben es nicht gewußt
september 13 2018

De Ochtendwandeling

Ik loop mijn dagelijkse wandeling over de boulevard van ons dorpje. 2,5 kilometer heen en 2,5 kilometer terug. Het is half zeven ‘s ochtends en nu al voel je dat het weer een stralende dag gaat worden. Ik doe dit nu al weer een paar weken en het is grappig dat je steeds dezelfde mensen tegenkomt. Mijn wandelvriendjes noem ik ze.

Om half zeven is het altijd nog rustig. De meeste mensen beginnen pas om zeven uur te lopen. Maar dat is voor mij te laat. Als eerste kom ik de strandschoonmakers tegen. Ongelooflijk wat een troep die van het strand halen. Hoewel langs de 2,5 kilometer boulevard niet overal strand ligt, weten zij er toch 5 overvolle aanhangwagens met vuil af te halen. Elke dag opnieuw. Vuilniszakken, oude ligstoelen, vergeten handdoeken, strandtassen, luchtbedden.

Als ik wat verder ben gelopen zie ik de twee zwervers weer liggen in het portiek van het strandwinkeltje. Het lijken mij vader en zoon. Ze hebben een hondje. Ze slapen nog, terwijl het hondje mij goed in de gaten blijft houden. Ik vraag me af wat hen aan het zwerven gebracht heeft. Daar komen de twee dames aan. Ze zijn laat. Normaal gesproken hadden ze mij al veel eerder moeten passeren. De ene dame loopt moeilijk. Het lijkt alsof ze iets aan haar heupen heeft. Of ze doet een pinguïn na. Kan ook. In ieder geval hebben ze er steevast goed de vaart in. Als we elkaar passeren zeggen we altijd even goedemorgen tegen elkaar. Het wandelen in de ochtend schept toch een soort band.

Ah, daar is het oude heertje met het even oude hondje. De man heeft altijd een pak aan. Al vallen de kraaien van het dak, hij blijft zijn pak aanhouden. Het beestje is niet vooruit te branden. Het oude mannetje trouwens ook niet. Ik weet dat als ik hem op de terugweg weer tegenkom, hij misschien 10 meter verder is gekomen. Nou ja, hij blijft op zijn manier wel lekker in beweging. Als ik de bocht om ga loop ik bijna vol tegen een politiewagen op. Wat doen die nu weer op de boulevard? Als je het lef hebt om hier te fietsen slingeren ze je meteen op de bon, maar ondertussen crossen zij wel met gevaar voor mijn leven over mijn wandelgebied. Ik geef ze mijn meest dodelijke blik, maar het maakt weinig tot geen indruk.

Ik kom aan bij de gratis fitnessapparatuur. Door de gemeente her en der neer gepland om mensen uit te nodigen meer te bewegen. Ik heb één keer de fout gemaakt om er gebruik van te maken. Resultaat was een pijnlijke rug en een hele week lopen als Quasimodo in zijn beste dagen. Die sla ik dus maar over. Een kleine gerimpelde dwerg is als een waanzinnige bezig op iets wat op langlaufen lijkt zonder een meter vooruit te komen. Hij doet maar. De boulevard begint hier flink te hellen. Dat is altijd het rotste stuk. Maar bovenaan gekomen vergoed het mooie uitzicht veel. Ik loop nog een stukje door en keer dan om vlak voor de haven. Ik wordt inmiddels regelmatig ingehaald door hardlopers. Dat zit er voor mij voorlopig niet in. Ik wandel wel. Duurt wat langer, maar het is niet anders.

Kijk, daar is het wat oudere echtpaar. Hij loopt nog heel goed, maar zij heeft iets aan haar knie of zo. Hij moedigt haar aan. “Kom op, alleen nog maar tot dat hek”. Ze doet haar stinkende best. Elke dag zie ik dat ze weer een beetje verder loopt. En haar man blijft haar aanmoedigen. Toch wel mooi, echte liefde. Ondertussen vliegt het anorexia-patiëntje langs. Althans, zo noem ik haar. Ze doet een soort van snelwandelen. Het ziet er niet uit. Het vrouwtje meet misschien 1.70 mtr. en zal nooit meer dan 35 kilo wegen. Waarom zij zo hard aan het lopen is blijft voor mij een raadsel. Daar mag zeker 25 kilo bij om het nog iets te laten lijken. Het mannetje met het hondje is inderdaad 10 meter verder gekomen.

Ik kom weer bij het portaal van het strandwinkeltje. Links passeert die spannende blondine. Ik probeer altijd haar leeftijd te schatten. Door de mega zonnebril is dat vrij lastig. Van achteren schat ik haar 25, van voren 65. Zoals altijd, een kontje om te zoenen, maar een gezicht als een overrijpe pruim. De zwervende vader en zoon liggen nog in het portiek. De zoon is net wakker en kijkt wat beduusd om zich heen. Welkom in de harde werkelijkheid jongen. Ik loop de boulevard af en ga rustig op huis aan. Twee minuutjes nog en dan kan ik lekker douchen. Ik vraag me af wanneer de zwervende vader en zoon voor het laatst lekker gedoucht hebben. Of een normale maaltijd gegeten hebben. Na het douchen neem ik mijn ontbijtje en kijk naar Jan de Hoop. De laatste twee mensen die in de negentiende eeuw geboren zijn, zijn een nieuwsitem. 115 zijn de twee vrouwen. Ze hopen dat ze dit jaar 116 worden, zegt de stem. “Het komt omdat we elke dag drie rauwe eieren eten”, zegt de ene 115 jarige. Ik denk dat ze alle geluk van de wereld heeft gehad dat ze geen salmonellavergiftiging heeft opgelopen.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor De Ochtendwandeling