augustus 9 2021

Het kippenvrouwtje

Ze houdt de kip dapper vast, ze lacht er ook bij. Een beetje verlegen, alsof ze niet goed raad weet met de situatie. Als ze lacht krult haar neus een beetje, wat haar een ‘klein meisjes uiterlijk’ geeft, terwijl ze de voor vrouwen magische 40 zeker al enkele jaren gepasseerd moet zijn. De kip, die door haar stevige greep geen kant uit kan, vindt het allemaal minder grappig, tenminste hij, of eigenlijk is het een zij, kijkt niet al te vrolijk uit haar kleine kippenoogjes. Eigenlijk kijkt de kip gewoon heel erg bang.

Het kippenvrouwtje knijpt haar ogen een beetje dicht tegen de felle zon, terwijl een grote zonnebril modieus naar achter geschoven haar hoofd siert. Ik zou in haar plaats de zonnebril op mijn neus hebben gezet, maar zo niet het kippenvrouwtje. ‘Alles voor de perfecte foto’ straalt ze uit. Ik bekijk de foto nog eens beter en zie rechts van haar, (of is het links van haar en voor de kijker rechts?) nog net een zwarte kip een veilig heenkomen zoeken, terwijl achter haar twee bruine kippen een witte kip de stuipen op het lijf aan het jagen zijn. Het verbaast mij telkens weer wat je allemaal op een foto kunt zien als je er wat langer naar kijkt. Uit een donker gat in de muur komt iets gekropen wat ook best een lopend ‘meest veelzijdig stukje vlees’ zou kunnen zijn, maar als iemand zou zeggen; “het is een eend” geloof ik het ook. Ik ga me ook altijd dingen afvragen bij een foto. Zo vraag ik me bij dit plaatje af of de kip het heeft overleefd of dat ze kort na de foto een make-over heeft gekregen en inmiddels is omgetoverd tot twee sappige drumsticks, gekruide vleugeltjes en een flinke filet. Of heeft ze nog even respijt gekregen zodat het kippenvrouwtje elke ochtend haar vers eitje heeft? En hoe zit het met die witte kip? Heeft die kunnen ontsnappen aan zijn bruine belagers, of heeft ze uiteindelijk toch het onderspit moeten delven tegen de overmacht aan bruine soortgenoten?

Het is zomaar een foto die mij op het wereldwijde web onder ogen kwam. Een blonde dame, zittend in een kippenren, met in haar handen een kip die het heel eigenwijs verdomd om fotogeniek te zijn. Haar uiterste best doet om de foto te laten mislukken. Ik zet mijn computer uit, loop naar buiten en zie dat de kolen al lekker gloeien. De drumsticks kunnen erop.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Het kippenvrouwtje
augustus 26 2019

Sambal bij?

De katten hebben de kipfilet die door de nasi moest en de marinade opzuigende kipstukjes voor de saté opgevreten. Omdat ik die harde brokjes van mijn katten met mijn kronen niet kan kauwen, maar meer nog omdat wij ons helemaal verheugd hadden op deze oosterse lekkernij, heb ik dus maar snel even nasi gehaald bij de plaatselijke Chinees. Nu begrijp ik ook wel dat een Spaanse Chinees iets heel anders is dan een Nederlandse Chinees. Ten eerste spreken Spaanse Chinezen in de regel Spaans en Nederlandse Chinezen Nederlands. Sommigen spreken ook Chinees. Of Mandarijn. Of Kantonees. Ik kan die talen nooit zo goed uit elkaar houden.

Nasi is natuurlijk van oorsprong helemaal geen Chinees gerecht, maar gewoon naar goed oud Chinees gebruik gejat van de Indonesische bevolking. Het kwam de commercieel ingestelde Chineesjes gewoon heel erg goed uit dat ‘wij’ de gerechten uit onze oorspronkelijke kolonie erg smakelijk vonden, want traditioneel Chinees eten behoort niet echt tot de meest smakelijke gerechten van de wereld. Maar even terug naar mijn bak nasi. Of althans, dat wat er voor door moest gaan. Want dan kunnen je ogen nog zo dicht zitten, zelfs een blinde kan zien dat witte rijst met een handvol groene erwtjes, een verdwaald stukje ei en een flintertje ham uit blik, geen ene reet met nasi te maken heeft.

Noem dat dan gewoon ‘witte rijst met een handvol groene erwtjes, een verdwaald stukje ei en een flintertje ham uit blik’, dan weet ik tenminste wat ik meekrijg in die plastic bak. Ik had er saté bij genomen. Saté, overigens gelijktijdig met de nasi uit de Indonesische keuken geroofd, is, mits goed klaargemaakt, door mij niet te weerstaan. Dit was echter een op vlees gelijkende substantie met een prikkertje er doorheen gejast dat dreef in een bruine saus die voor mij het midden hielt tussen babykak en bedorven pindakaas van een onbeduidend eigen merk, klaar gemaakt met een iets te grote hoeveelheid vocht.

Het spreekt voor zich dat ik de hele handel linea recta de container in heb geflikkerd en zelfs mijn katten er niet mee heb willen lastigvallen. Zelfs niet om hen te straffen. Ik kijk mijn vrouw aan en lees mijn gedachte in haar ogen: volgende keer toch de kip wat beter opbergen, of de katten door de nasi draaien… dat kan ook.

Jan Nicolas