januari 13 2019

Heksje Kierewiet · Deel 3 en slot

(Een modern sprookje)

…Nog voor meneer Nicolas bij de deur was, vloog deze als vanzelf open. In de deuropening stond één van de mooiste vrouwen die meneer Nicolas ooit had gezien. Het leek wel een prinses, maar dan een mooie prinses. Niet zo’n lelijke die je de laatste tijd op televisie voorbij ziet komen. De mooie dame had blond haar, dat net te zien was onder haar capuchon, een bezem onder haar arm en een witte Perzische kater, die haar been de hele tijd kopjes gaf. Meneer Nicolas stond met open mond de dame aan te staren. En Kobus hield spontaan op met fluiten.

“U bent meneer Nicolas?” vroeg de mooie dame. Meneer Nicolas kon alleen maar knikken, want hij vertrouwde niet helemaal op zijn stem. “Dat is dan heel mooi” zei de mooie dame. “Mijn naam is Wietje. De mensen noemen mij ook wel Heksje Kierewiet, maar dan alleen achter mijn rug. Ik wil u laten weten dat ik het een beetje zat ben dat u zoveel onzin over mij vertelt. Uw zogenaamde heksenverhalen, die slaan werkelijk nergens op.” Meneer van Oranje wist even niets terug te zeggen. Hij werd zelfs een beetje bang. “Ga toch weg jij, ga toch alsjeblieft weg” riep hij angstig.

Kobus, die eerst totaal niet begreep waarom zijn baasje zich zo vreemd gedroeg, had ineens door wat er aan de hand was. Zijn baasje wist helemaal niets over heksen. Hij had het allemaal verzonnen. En nu was deze heks boos geworden op meneer Nicolas. Deze heks was ook helemaal niet lelijk, maar juist erg mooi. De heks ging naast Meneer Nicolas zitten. “Gezellig hè, meneer Nicolas, zo met zijn tweetjes? Maar genoeg gezelligheid, het is tijd voor een serieus gesprekje. Hoe komt u erbij om de mensen wijs te maken dat heksen slecht zijn en lelijk? Dat ik spinnenkoppen eet of, nog erger, kleine verdwaalde kindertjes? Ik sta helemaal niet de hele dag in een grote ketel te roeren en ik heb ook geen grote zwarte kater. Ik ben meer een Perzenmens. Dus als u het niet erg vindt, wil ik dat nooit meer lezen.”

Om meneer Nicolas nog een beetje extra te pesten veranderde Heksje Kierewiet de neus van meneer Nicolas in een dikke worst. Nicolas kon wel huilen van ellende. “Alsjeblieft mevrouw Wietje, ik bedoel het helemaal niet slecht. Ik wilde alleen een leuk sprookje schrijven. Laat mij niet met een worstneus door het leven gaan.” Heksje Kierewiet proestte van het lachen, want ze had in haar hele lange heksenleven nog nooit zo’n bang iemand gezien. “Meneer Nicolas, ik wil uw neus gerust terug veranderen,” zei ze, “maar dan wil ik wel dat u belooft nooit meer dergelijke onzin over heksen zal vertellen. En als ik merk dat u weer met die fantasieverhalen begint, verander ik u in de dikste pad die u ooit gezien hebt.”

Meneer Nicolas stotterde en snotterde dat hij dat beloofde. Heksje Kierewiet stond op, tikte even tegen de worst en daar was de neus van meneer Nicolas al weer terug. Tevreden lachend gooide ze in een goede bui wat toverpoeder over Kobus, ondertussen een krachtige toverspreuk mompelend: “Iesewiesewassewem, vanaf nu ben jij goed bij stem.” Ze opende het kooitje en keek nog een keer quasi boos naar meneer Nicolas, die angstig in elkaar kroop. Bang dat hij was om veranderd te worden in een dikke pad. Want die waarschuwing nam hij heel serieus. Dat was al eens gebeurd met de huidige koning van het land, koning Willem, dus hij wist dat het mogelijk was. Het heksje deed echter niets.

Ze liep naar buiten, stapte op haar bezem en vloog weg. Kobus kroop ondertussen uit zijn kooitje en rekte zich eens even lekker helemaal uit. Hij fladderde naar beneden en ging op de tafel zitten, vlak bij zijn baasje. Meneer Nicolas zat nog steeds te bibberen van angst. “Tja baas, en nu?” vroeg Kobus aan meneer Nicolas. De mond van meneer Nicolas viel open van verbazing. “Kobus…. jij kunt praten?” vroeg hij dan ook verbijsterd. “Hoe kan dat nou?” Meneer Nicolas begreep er allemaal niets meer van. Kobus vertelde hem dat de heks, buiten het zicht van meneer Nicolas, hem een stem gegeven had.

“Ik heb eens nagedacht,” zei Kobus. “Misschien moet je het toch maar gewoon bij je korte verhaaltjes houden. En ja, ik val dan meestal in slaap. Maar dat geeft toch niet? Je weet dan in ieder geval dat je niet in een dikke pad wordt veranderd.” Meneer Nicolas streek eens over zijn kin, dat deed hij altijd als hij diep moest nadenken. Na een paar minuten zei hij: “Kobus, ik denk dat ik jouw idee een goed idee vind. Vanaf nu alleen nog maar korte verhaaltjes.” En zo kwam het dat meneer Nicolas, tot in lengte van dagen, korte verhaaltjes schrijft. En Heksje Kierewiet? Die lag lui achterover in haar huisje in het bos. Ze zag het allemaal tevreden aan door haar glazen bol, ondertussen kluivend aan een vers kinderboutje.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Heksje Kierewiet · Deel 3 en slot
januari 12 2019

Heksje Kierewiet · Deel 2

(Een modern sprookje)

Er waren er altijd wel een paar die niet luisterden naar hun ouders en die op eigen houtje het bos introkken. De ergste gingen van de paden af en verdwaalden. En die waren het lekkerst, wist Wietje uit ervaring. Want de angst maakte hun vlees sappig. Vandaag was zo’n dag dat Wietje honger had als een reus. Ze trok haar heksenlaarzen aan, van die hoge met veters, stapte op haar bezem en ging op kinderjacht. Ze vloog en vloog tot ze in de verte een kindje hoorde huilen. Wietje daalde af, verstopte haar heksenbezem achter een dikke boom en ging op zoek naar het huilende kindje. Als snel zag ze hem zitten. “Mooi,” dacht ze, “het is een lekkere vette.”

Ze ging naar het jongetje toe en zei dat hij niet meer hoefde te huilen. Zij zou hem wel helpen om terug thuis te komen. Het jongetje, dat Tim heette, droogde zijn tranen en keek Wietje dankbaar aan. Hij was wel een beetje bang voor de heks, want Wietje was nou niet direct moeders mooiste. Maar hij was banger om alleen te blijven. Dus pakte hij snel haar uitgestoken hand en dwong zichzelf om niet naar de lange vuile nagels te kijken. “Misschien heeft ze wel in de tuin gewerkt,” dacht hij. “Mama heeft dan ook altijd van die vieze handen.”

Wietje liep met Tim naar de plek waar ze haar bezem had laten staan. Dat vond Tim wel spannend, een echte vliegende bezem. Omdat zowel Heksje Wietje als Tim niet tot de meest lichte behoorden, had het bezempje wat moeite om van de grond te komen. Maar uiteindelijk kwamen ze een paar meter los en gingen ze op weg naar het smerige heksenhuisje van Heksje Wietje. Bij het huisje aangekomen duwde Wietje de kleine Tim snel naar binnen toe en deed de deur op slot. Toen ze Tim een beetje verbaasd zag kijken, zei ze snel dat de deur op slot moest omdat anders de kat weg zou lopen.”

“In werkelijkheid wilde ze natuurlijk voorkomen dat Tim de benen zou nemen. Ze pakte een stoel voor Tim, waar ze een dikke laag stof van af blies, en gaf hem een toverdrankje, zodat hij snel in slaap zou vallen. Tim had een enorme dorst en dronk het wat vreemd smakende drankje gretig op. Al snel voelde hij zijn ogen zwaar worden en viel hij in een diepe slaap. De heks hoorde hem snurken en begon de bouillon, waarin ze Tim zou gaar koken, op smaak te brengen in haar grote zwarte ketel. Ze stookte het vuur hoog op, want Wietje had een schreeuwhonger en die moest snel gestild worden. Ze ging naar Tim en trok hem al zijn kleren uit. Die zouden de smaak toch alleen maar verpesten, wist ze. Vervolgens pakte ze een groot scheermes en scheerde zijn hele kop kaal. Anders had ze straks steeds haartjes in haar mond en dat vond ze smerig. Toen Tim gereed was, pakte ze hem op en propte hem in de ketel met kokende bouillon. “Oh ja, dit gaat heerlijk worden,” lachte ze met de meest gemene lach die ooit in het bos geklonken had.”

Meneer Nicolas stopte even met vertellen, want hij had van al dat praten dorst gekregen. Hij ging naar de keuken en maakte een tweede bakje koffie voor zichzelf en een bakje met water voor Kobus. Die zag hem aankomen en was vol spanning naar het vervolg van het verhaal. Hij was ook best een beetje trots op zijn baasje. Tenslotte kunnen niet veel mensen zeggen dat heksen tot hun persoonlijke kennissenkring behoren. Meneer Nicolas gaf Kobus zijn water en ging weer zitten. Hij nam net een slokje van zijn koffie toen er hard op de deur werd geklopt. Meneer Nicolas stond mopperend op, want hij vond het nooit leuk om midden in een goed verhaal gestoord te worden. Wordt vervolgd…

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Heksje Kierewiet · Deel 2
januari 11 2019

Heksje Kierewiet · Deel 1

(Een modern sprookje)

Meneer Nicolas was schrijver van korte verhaaltjes, die vaak over ‘grote mensendingen’ gingen. Meneer Nicolas las zijn verhaaltjes altijd voor aan zijn grootste fan, zijn kanarie Kobus. Als meneer Nicolas een verhaaltje klaar had dan ging hij voor het kooitje van Kobus zitten en zei hij: “Zo Kobus, ik heb weer een verhaaltje klaar, luister maar eens.” Dan ging Kobus behaaglijk zitten om te luisteren naar weer een verhaal over dingen waar hij helemaal geen kaas van gegeten had. Kobus viel na een paar zinnen dan ook steevast in slaap.

Maar vandaag was het anders. Vandaag was het sprookjestijd. Dan kwam er een verhaaltje over enge heksen of gemene trollen. Meneer Nicolas wist namelijk alles over heksen en trollen. Hij zei vaak dat hij de grootste heksen- en trollenkenner van de hele wereld was. En de wereld is groot, dus moest hij wel heel erg veel van heksen en trollen weten. 

Meneer Nicolas zei vaak tegen Kobus dat hij zelfs regelmatig heksen had ontmoet. En wie kan dat nou zeggen? Dat zijn er niet veel. Kobus had zich eigenlijk al een beetje voorbereid op een fijn middagdutje tijdens een van de saaie verhaaltjes, maar nu stonden zijn oogjes helemaal open en was hij een en al aandacht. Dit was andere koek, dit was spannend. Dat wist Kobus. Meneer Nicolas wist natuurlijk dat Kobus altijd in slaap sukkelde. Hij snurkte hele bossen om. Maar nu zag hij Kobus heen en weer wippen en hoorde hij hem blij fluiten. Dus ging Meneer Nicolas er eens lekker voor zitten, nam nog een slokje koffie en begon te vertellen:

“Er was eens, in een land hier ver, heel ver vandaan, een heksje. Heksje Kierewiet was haar naam. Maar de meeste mensen noemden haar gewoon Wietje.” En omdat meneer Nicolas vond dat hij, als bedenker van het verhaal, alle rechten had, noemde hij haar ook Wietje. “Wietje was een echte heks. Ze had een bezem waarmee ze kon vliegen, natuurlijk had ze een zwarte kat en ze altijd een grote punthoed op haar hoofd. Wietje was ook behoorlijk aan de dikke kant en droeg altijd zwarte kleren. Op haar bovenlip groeide iets dat op een snor begon te lijken en op haar neus zat een vette wrat waar twee dikke zwarte haren uitgroeiden.”

“Wietje was de hele dag bezig met het maken van de meest vreselijk smakende soepjes. Die maakte ze in een grote ketel, waarin ze, als ze niets beters te doen had, altijd aan het roeren was. Wietje woonde in een klein huisje, midden in een eng donker bos. Overal in het huis zaten spinnenwebben, waarin grote vette, zwarte spinnen zaten, die gemeen naar Wietje en haar kat keken. Niet gek, als je weet dat het lievelingsgerecht van Wietje bestond uit schimmelbrood met spinnenkoppen. Maar af en toe had Wietje trek in iets anders. Iets waar meer smaak aan zat en wat haar honger beter zou stillen. En op zulke dagen ging Wietje op pad. Ze trok dan het donkere bos in op zoek naar verdwaalde kindertjes.” Wordt vervolgd…

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Heksje Kierewiet · Deel 1