september 10 2021

Belegen kaaskop

Ik loop in de ruim opgezette supermarkt van Carrefour, in het overdekt winkelcentrum in Ondara. Als ik het pad van de zuivelproducten insla zie ik de mensenstroom plotseling angstig uiteenwijken. Gewapend met een notitieboekje staat daar een dame met haar pen al in de aanslag. Mijn vluchtreactie komt te laat, haar blik houdt me gevangen. De mensen achter me lopen mij opgelucht voorbij…

“Meneer, mag ik u iets vragen?” Waarom ook niet. De vraag is of meneer nog weet wanneer hij voor het laatst kaas gegeten heeft. Ik kijk haar stomverbaasd aan, daar heb ik even niet van terug. Ik zie er behoorlijk Hollands uit en het ‘kas eten’ straalt bijna van mijn oh zo Hollandse wangen af. Maar werkelijk, ze meent het nog ook. Ik stamel, “kaas gegeten, ik?” Al snel zie ik het komische er wel van in, maar moet het toch even verwerken. “U heeft geluk, ik heb net twee royaal met kaas belegde boterhammen achter de kiezen”. Het is nog waar ook, van die heerlijke dikke voorgesneden plakken. Ze oogt verrast, maar voor haar is het wel meteen een schot in de roos.

Haar pen schiet dan ook naar het papier, aarzelt even. Vraagt hoe oud ik wel niet ben, of ik thuishoor in de categorie van 40- tot 50-jarigen. “Nou, nee, mevrouw”. Ze is even stil van verbazing en het schaamrood schiet vanuit haar nek omhoog. Of ik dan… Ik zie haar radeloosheid, want haar toch wel professionele kijk op mensen laat haar zichtbaar in de steek. Of ik dan misschien… Ik voel me door de mand vallen, ineens drukken de jaren. Vol ongeloof kijkt ze me aan, of ze mij dan misschien, heel misschien in de categorie van 30- tot 40-jarigen moet zoeken. Dus niet, was dat maar waar. Jammer genoeg moet ik ook dat ontkennen. Ik krijg werkelijk medelijden met haar. Er valt tussen ons beiden een verlegen, ietwat afwachtende stilte.

Nu is het haar beurt. Ze kijkt op haar formulier en dan weer naar mij. In haar ogen bespeur ik plotseling een zakelijke, onpersoonlijke blik. Niet in categorie 1 en niet in 2, meneer valt dan gezien zijn leeftijd buiten de kaasdoelgroep. Dat zal je maar gezegd worden. Had ik deze ochtend ook niet kunnen denken. Wat het ook is, ergens buitenvallen doet altijd pijn. Meneer wordt bedankt en ze schenkt haar aandacht alweer aan een ander slachtoffer. Mij ondertussen achterlatend in een situatie waar een traumateam de handen aan vol heeft.

Als ik verder wil lopen met mijn gekrenkte ziel onder mijn arm, draait zij zich om. Wil mij toch nog zeggen dat ik er voor mijn leeftijd echt wel jong uitzie. Het traumateam kan inpakken, ik krijg weer geloof in mezelf en mijn medemens. “Die leeftijdcategorieën, zegt ze, die maken het me zo moeilijk. Al die ouderen lijken jonger en die jongeren lijken ouder, kom daar maar eens uit”. Vol begrip kijk ik haar aan. “Mevrouw, ik begrijp wat u bedoelt. Mag ik nu ook eens een poging wagen? Moet ik u misschien, heel misschien plaatsen in de 40+ categorie of is het wellicht toch jong belegen?” Voorlopig kan ik geen kaas meer zien…

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Belegen kaaskop
maart 5 2019

Wie is er niet groot mee geworden?

Pindakaas, al vreet je het potje tot op de bodem leeg, er is geen stukje kaas in te bekennen. Het lijkt niet eens op kaas. Want wees nou eerlijk, als je kaas hebt gekocht en die ziet er ineens uit als die pindaprut, dan sta je toch binnen een zucht en een scheet terug bij de kaasboer? Het smaakt niet naar kaas, heeft een compleet andere structuur dan kaas en de kleur komt niet eens in de buurt van kaas.

En anders dan de naam doet vermoeden, is pindakaas ook geen Nederlandse uitvinding, maar een Amerikaanse, ergens in 1893 ontwikkeld door John Harvey Kellogg, inderdaad, die van de Cornflakes. Meneer Kellogg zat met een overschot van het bijproduct van pindaolie in zijn maag, en weggooien was zonde. Dat goedje noemde hij ‘Peanut Butter’, Pindaboter dus, ook een naam die nergens op slaat. In de hele wereld heet het smeersel inmiddels ‘Pindaboter’, maar in Nederland ging die vlieger niet op, omdat de benaming ‘boter’ gereserveerd was voor roomboter, om de verwarring met margarine te voorkomen. Dan heb je dus net een scheepslading vol pindabrij gekocht van John Harvey, maar moet je een andere naam verzinnen.

Het zou zomaar kunnen dat de naam ‘Pindakaas’ ontstaan is op één van de beruchte oudejaarsfuiven van de belegfabrikant. Aan het einde van het feest, als niemand meer normaal op zijn hoeven kan staan, heeft iemand een handje pinda’s in zijn mond gestopt, die er in een jolige bui na flink kauwen weer uitgehaald en aan zijn buurman gevraagd: “Moet jij ook wat pinda’s, Klaas?”. Iedereen lachen, en meneer Calvé misschien wel het hardst, omdat hij met zijn zwaar benevelde hoofd en zijn toch al slecht functionerende oren verstond: “Moet jij ook Pindakaas?” en daarmee meteen een naam had voor zijn tot moes gestampte olienootjes. Het kan ook dat het achtervoegsel ‘kaas’ werd gekozen toen de ‘butter’ werd vergeleken met ‘leverkaas’, ook een broodbeleg waar geen milligram kaas in te ontdekken valt trouwens.

Maar dan ‘Gestampte Muisjes’. Nadat ik een keer vol op een muis ben gaan staan, krijg ik het spul in ieder geval niet meer weg zonder spontaan te kokhalzen. Als je niet beter weet dan zou je toch minimaal verwachten dat het muizenbloed uit het doosje druipt na opening?

Benamingen van producten, het blijft een lastig iets. Als je dat niet gelooft, moet je maar eens proberen thee te trekken uit een theedoek, of je goudvis trachten om te smelten als je een keer krap bij kas zit.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Wie is er niet groot mee geworden?
januari 22 2019

Mmmmm van Mora

Geachte mevrouw Cora van Mora,

Het zal iedereen wel eens gebeuren. Dat je ineens trek krijgt in een in olie gebakken versnapering. Zo ook bij ons. In de loop der jaren hebben mijn vrouw en ik verschillende fabrikanten, die deze hapjes kant en klaar voorbereid in een diepvriesdoosje proppen, uitgetest. En eerlijk is eerlijk, die van u komen er in de regel niet slecht vanaf.

Dit heeft ons de durf gegeven om uw kaassoufflé uit te proberen. Nadat mijn vrouw de friteuse op de door u geadviseerde temperatuur van 170 graden had gebracht, gingen de soufflés de hete olie in. Vier stuks om precies te zijn, want op één been valt nog steeds niet echt prettig te leven. Mijn vrouw is nogal precies. Dus exact 10 seconden na de op de verpakking aangegeven baktijd, lagen de prachtig goudkleurig gebakken rolletjes op mijn bordje kokend heet te wezen. Even wachten dus. En vooral niet te snel toehappen.

Om de afkoeltijd te versnellen, besloot ik de soufflés in twee gelijke stukjes te snijden. Eenmaal doorgesneden lagen er vier halve delen op mijn bord. Elk met een hol gapend gat in het midden. De donkere holtes zagen er geheimzinnig uit, waardoor wij ons geroepen voelde om als heuse speleologen af te dalen in de krochten van de zojuist geopende soufflégrotten.

Prachtig schone wanden en een prettige geur was wat ons tegemoet kwam. Door honger gedreven at ik de ene helft ‘kaal’ op. Maar omdat ik toch iets van vulling miste, vulde ik de andere helft met appelmoes. Mijn vrouw houdt wel van een experimentje en vulde haar holle buisjes met gember, kwark en stroop. De laatste helft vulde zij in een jolige bui met sambal op basis van Naga Jolokia pepers. Met als gevolg dat zij de rest van de avond buiten in de vrieskou heeft gestaan met haar bek wagenwijd open. De geluiden die zij voortbracht had ik haar voor het laatst horen voortbrengen op onze huwelijksnacht, bijna 25 jaar geleden.

Wij zijn nu van plan om dit weekend uw bitterbal te proberen. Na onze soufflé-ervaring zijn wij echter bang dat die bitterbal van u net zo’n losse flodder wordt als uw kaassoufflé. Ik wil u dan ook vragen of u in het vervolg wat meer aandacht kunt besteden aan de eindcontrole.

Mocht dit niet tot de mogelijkheid behoren, vermeld dan in ieder geval op uw verpakking dat het om doe-het-zelf-snacks gaat. Dan koop ik er in het vervolg meteen een paar onsjes kaas bij.

Met vriendelijke groet,

Jan Nicolas (ook namens mijn vrouw)

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Mmmmm van Mora
september 18 2018

De Griekse Whopper

Ik ben aan het zondigen. Ik geef het toe. Ik probeer echt mezelf aan een streng dieet te houden, maar het is gewoon sterker dan ik. Alsof mijn lichaam maar één ding wilt. Het schreeuwt er bijna om. Ik hou mijn handen op mijn oren, mijn ogen stijf gesloten, tot ik een oud dametje omver loop. Ik laat het dametje voor wat het is, duw nog twee andere mensen opzij die net voor mij naar binnen wilde gaan en sta dan eindelijk binnen. In DE BURGER KING, HOME OF THE WHOPPER!

Verdomme, er staat een hele rij met opgeschoten rot jong, ouders met kleine jengelende kinderen en ik. Als laatste. Het liefst zou ik iedereen die voor mij is persoonlijk naar buiten meppen. Maar ik moet wachten. Lang wachten. En al die tijd zie ik maar één ding: Dat grote verlichte bord achter de kassa met al die overheerlijke plaatjes. ‘Het Whopperbord’. Whopper… raar woord eigenlijk. Whopperrrrrrrr.

Hoe langer ik daar sta, hoe moeilijker het voor mij word een keuze te maken. Whopper Cheese, Mega Whopper Cheese, Whopper Cheese & Bacon, Dubbele Whopper… Maar dan valt mijn oog op iets wat ik nog niet eerder heb gezien; ‘De Griekse Whopper’. Een mega burger van echt rundvlees (ja, ja en dat moet ik geloven), verse sla, zojuist gesneden uienringen, tomaat en als klap op de vuurpijl… TZATZIKI. Holly Shit!

Die moet ik hebben. Die moet ik proeven. Dat is de Whopper onder de Whoppers. ‘De Griekse Whopper’. Ik denk niet dat er ooit door Burger King of ‘De Mac’ een meer smakelijke hamburger is uitgevonden dan ‘De Griekse Whopper’. Maar ik moet nog even wachten. Er is nog een echtpaar met twee bloed-onder-de-nagels-weg-halende-snot-jong aan weerszijde, die voor mij zijn. Die ettertjes krijgen zo’n kindermenu met zo’n flutcadeautje. Maar het zoontje krijgt een meisjesding en het dochtertje een jongensding. Nou en? Dan ruil je dat toch even onderling om. Nee, de kleine tirannetjes zetten een keel op, waardoor menigeen denkt dat het brandalarm is afgegaan.

Als ze dan eindelijk plaats maken, mag ik bestellen. Ik mag. Het is mijn beurt. Ik ben er helemaal klaar voor. Binnen niet al te lange tijd zal ik het water spontaan uit mijn mond voelen lopen. Ik ga zo aanvallen op een smaaksensatie. Daar is ze. De dame van de kassa. ‘Wat wilt u hebben?’ vraagt ze. ‘Een Whopper Cheese & Bacon’ zeg ik. Wat?!? Nee!!! Ik wil ‘De Griekse Whopper’. Waarom zeg ik dat nou? Maar de Whopper Cheese & Bacon komt al aan glijden in zo’n handig doosje. Ik durf nu niet meer te zeggen dat ik eigenlijk liever ‘De Griekse Whopper’ wil hebben. Dat ik mij tot mijn eigen verbazing vergist heb. Maar ik krijg het dienblad al in mijn handen gedrukt en als een slaapwandelaar ga ik naar een tafeltje om met lange tanden van mijn Whopper Cheese & Bacon ‘te genieten’.

De rest van de dag denk ik aan niets anders dan aan ‘De Griekse Whopper’. Over hoe die gesmaakt zou hebben. Hoe ik mijn tanden vol in dat heerlijke vlees had kunnen zetten. Hoe de Tzatziki een beetje op mijn mondhoeken zou blijven zitten… Het water loopt me tijdens het schrijven van dit stukje al weer in mijn mond. Of beter gezegd, eruit. Ik ben dus bang dat ik binnenkort weer ga zondigen. Voor de zekerheid schrijf ik mijn bestelling volgende keer op een briefje dat ik dan aan de mevrouw achter de kassa kan geven; “Eén Griekse Whopper alstublieft…”

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor De Griekse Whopper