januari 31 2019

Mag het licht uit?

“Als je dood bent, dan ben je dood. Je kan bidden tot je een ons weegt, als je dood bent is het over en uit. Finito. Dan is er niets meer.” De oude vrouw spreekt vermoeid tegen de nog veel oudere man naast naar bed. Een lang leven heeft haar volledig uitgeput. Ze wil nog maar één ding: Slapen, lekker lang slapen.

“Er is geen God, Allah, Boeddha of hiernamaals. Hierna is er niets dan duisternis. Leven na de dood? Laat me niet lachen. Als je een beetje nadenkt, is dat eenvoudigweg onmogelijk,” spreekt ze verder. “Er is ooit berekend dat er al meer dan 100 miljard mensen voor ons zijn geweest. Als al die mensen en de mensen die nog na ons komen, ook naar de hemel gaan, dan wordt dat een knap drukke bedoening, denk je ook niet?”

Ze kijkt de oude man recht aan, haalt een paar keer diep adem en gaat weer verder met haar relaas. “Ik moet er niet aan denken om bepaalde personen na mijn dood weer tegen te komen. Ik ben blij dat ik eindelijk van hen af ben. Dan wil ik niet voor eeuwig met hen opgescheept zitten. Nee, als we dood zijn weten we niets meer en zullen we vergeten worden. Ons lichaam zal verbrand worden of verrotten onder de grond. Af en toe komt er nog iemand bij je grafsteen staan janken, maar ook dat gaat voorbij. Trouwens, van mij had het hele leven niet gehoeven. Niemand heeft mij gevraagd om geboren te worden, maar ik ben wel gedwongen geweest het hele leven te leven.”

Na een diepe moeizame zucht gaat ze verder. “Ik heb alleen maar narigheid gezien. Oorlog, honger, moord en doodslag. Een grote bak ellende. Met welk doel? Nee, als er een God bestaat, dan was het van hem geen goed idee om het leven uit te vinden. De hel en de hemel? Kom op zeg, dat is toch een door pedofiele mannen in jurken uitgevonden leugen? Met als enig doel om ons te onderdrukken. Maar ach, voor mij zit het er bijna op. Ben er niet rouwig om. Kan er geen moment van wakker liggen.”

Ze mompelt nog wat, om vervolgens vreedzaam weg te zakken in een diepe slaap. De oude man kijkt naar haar en stapt langzaam bij haar bed vandaan, terwijl hij zijn ogen liefdevol op haar laat rusten. En voordat God zachtjes de deur van haar slaapkamer achter zich dichttrekt doet hij het licht uit.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Mag het licht uit?
januari 20 2019

In den beginne

Vaak hoor je mensen praten over een vorig leven. De een was prins, de andere bedelaar. En dat alles zouden zij weten door bijvoorbeeld verhelderende dromen of komt eruit onder hypnose. Ik heb ook van die dromen en in al die dromen ben ik steevast schepper van beroep. En steeds begint die droom bij de eerste dag op mijn werk.

Die eerste dag, dat was eigenlijk meteen ook de mooiste. Toen ik de hemel schiep en een grote bol van water. En om dag en nacht wat eenvoudiger uit elkaar te kunnen houden, maakte ik ook maar meteen licht voor de dag en duisternis voor de nacht. Het werd avond en het werd ochtend, en voor ik het wist was dag één alweer voorbij. Ja, de tijd gaat snel als je het naar je zin hebt. Ik nam een zojuist geschapen afzakkertje en kroop weer fijn mijn bed in.

De tweede dag kwam ik erachter dat ik vergeten was onder en boven te scheiden, wat een behoorlijke bende veroorzaakte. Dus schiep ik een koepel. Toen de koepel klaar was, zat ik wel een beetje met de naam. Na lang wikken en wegen besloot ik om de koepel ‘Hemel’ te noemen. Dat had wel wat. Het werd avond en weer ochtend, dus ook dag twee was voorbij voor ik er erg in had.

De derde dag had ik een behoorlijke jeuk tussen mijn tenen en bij onderzoek bleek dat ik voetschimmel had. Dat van die waterbol was dus achteraf niet zo’n briljant idee, dus schiep ik het land, zodat ik droog kon staan. Dat was echt niet zo eenvoudig als dat het lijkt, omdat het water op de een of andere manier moest samenvloeien waardoor er droge stukken ontstonden. Die droge stukken noemde ik ‘Land’ en het water noemde ik ‘Zee’. Het was een beetje kale boel op die droge stukken, dus besloot ik de boel wat op te vrolijken met hier en daar wat planten en bomen. Ik ging eens lekker zitten om alles goed te bekijken. Mijn fantasie was voor de die dag even op. Morgen was er weer een dag. Dus werd het avond en weer ochtend. Dag drie was voorbij.

De vierde dag werd ik rillend van de kou wakker en schiep ik eerst snel de zon. Die reserveerde ik voor de dag om de boel een beetje te verlichten en warmte te creëren. Om ook ’s nachts iets te hebben plaatste ik de maan aan de donkere hemel en wat sterren voor het feestelijk effect. Als markering voor feestdagen, dagen, maanden, seizoenen en jaren schiep ik ook meteen maar een kalender. Het werd avond en het werd ochtend. Dag vier was voorbij.

De vijfde dag schiep ik even snel wat waterdieren en vogels. Ik was dat hele scheppingsgedoe eigenlijk wel een beetje beu, dus pakte ik mijn hengel en ging de rest van de dag vissen. Het werd avond en het werd ochtend. Dag vijf was voorbij voor ik er erg in had.

De zesde dag schiep ik landdieren en een beetje voor de grap een diersoort die ik ‘Mens’ noemde. Ik besloot om deze mens naar een evenbeeld van mezelf te maken en dat zij in het vervolg de boel maar een beetje draaiende moesten houden. Na het scheppen bekeek ik alles nog eens goed en vond ik dat de mens iets te groot was uitgevallen. Dus schiep ik er nog snel wat lilliputters en pygmeeën bij om het gemiddelde omlaag te brengen. Het werd avond en het werd ochtend. Dag zes was werkelijk voorbij gevlogen.

De zevende dag besloot ik lekker uit te slapen en de boel de boel te laten. Dat gaf ook niets, want ik was toch klaar met scheppen. Ik keek nog eens neer op wat ik nou in die week gemaakt had en schoot in de lach. “Wat een zooitje,” dacht ik en ik schiep nog snel hier en daar een lekkere oorlog, hongersnood, overvloed en vraatzucht om kleine foutjes uit te wissen.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor In den beginne