december 26 2018

Een winterverhaal

Het is 31 december 1973. De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, zoals elk jaar. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar. Lijken het net kleine spinnenwebjes.

Jantje is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de stal er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam, vindt Jantje. En zijn achternaam is ook heel maf. ‘Excelsis Deo’ staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo,” leest mama altijd hardop aan Jantje voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam? De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Jantje tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Het is net een sprookje. Bijna een heel weekend heeft mama erover gedaan om de kerststal en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Jantje kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.

De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerststal. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Jantje langs de kerststal loopt aait hij over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn kleine broertje, zijn twee grote zussen, papa en mama het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerststal een knusse en warme sfeer. De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Jantje. Samen met zijn broer en zussen vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier. En elk jaar wint hij. Hij is de kamelen-uitpak-kampioen. Jantje is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Jantje ‘s ochtends wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zegt mama dan. En hij is al acht.

Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Jantje. Want vanavond komen opa en oma helemaal uit Amsterdam op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot de klok twaalf heeft geslagen en het vuurwerk op de televisie begint. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Jantje geniet van al die drukte. Oom Moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante Zus doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. Ze pakt altijd de grootste. “Dat komt omdat Tante Zus hele slechte ogen heeft,” zegt mama. Dan ziet ze alleen de grootste. Volgens Jantje is Tante Zus gewoon hebberig. Rare naam eigenlijk, Tante Zus. Oma drinkt het ene wijntje na de andere. “Ik doe er steeds een beetje water bij hoor,” zegt ze als papa zegt dat ze hem ‘aardig weet te raken’. Maar ondertussen is de fles wel bijna leeg. Opa rook sigaren. Hofnar. Eén, hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Jantje houden. Hij heeft al een hele verzameling. Opa drinkt ook steeds een klein glaasje water, wat papa een borreltje noemt. Nou ja, het zal wel.

Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur ‘U’ nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door Oom Moppentap. Nee, dat komt door meneer Kan op tv en de grote mensen bowl. Opa en oma uit Amsterdam hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Jantje moet lachen. “Die kunnen straks makkelijk de sterretjes aansteken,” denkt Jantje. Jantje is er klaar voor. Zijn kleine broertje niet. Die was om acht uur al in slaap gesukkeld. Maar ja, die is ook pas vijf. De glazen worden nog eens gevuld en zijn grote zussen beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!” roept papa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok op de televisie die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij: “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … GELUKKIG NIEUWJAAR!”

Zussen, papa en mama, oom en tante, opa en oma, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, opa en oma uit Amsterdam samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Opa en oma liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu ineens haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma… oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren. Jantje houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent hij de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet hij twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OPA EN OMA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!” Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Jantje in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel, heel eventjes, lekker warm.

Jan Nicolas

Dit verhaal is fictie. Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval.

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Een winterverhaal
december 24 2018

Een kerstgedicht

Na het jaarlijks terugkerend gedonder over Piet, zwart, geel of groen,
dacht men op de Noordpool; “dat zullen wij nog eens dunnetjes overdoen”.
Van de één op de andere dag stopte men met het kinderplezier,
en eiste een ieder gelijke rechten, voor mens, elf en dier.
Politieke correctheid was de nieuw te horen leus.
En men stelde de Kerstman voor een verdomd lastige keus.

Het begon de nacht voor Kerstmis en de Kerstman was genekt.
Want hoe maak je een kerstfeest dat is politiek correct?
Zijn medewerkers luisteren niet langer meer naar ‘Elf’,
“Wij zijn Kleine Mensjes”, zeggen ze nu over zichzelf.
Een roep om betere arbeidsomstandigheden, voor elke werknemer,
zijn opgelegd door de vakbond, de plaag van elke ondernemer.

Vier rendieren zijn al verdwenen zonder veel fatsoen,
vrijgelaten door het WNF en daar moet je het dan maar mee doen.
Het is duidelijk dat door de gelijke rechten voor elk dier,
Santa moet besluiten om iets anders te kiezen dan die vier.
Dus de herten Dancer en Donner, Comet en Cupid,
zijn door hem vervangen door 4 biggen, en dat is zo’n bullshit!

De ijzers van de slee zijn ook verwijderd, zo hoorde ik jongstleden,
omdat door de sneeuwsporen menig mens al is uitgegleden.
En miljoenen burgers bellen meteen de politie om bekend te maken,
dat zij verdachte sleegeluiden horen boven op hun daken.
Zijn medewerkers weigeren werk door een nieuw beleid,
want de schoorsteenrook is klaarblijkelijk slecht voor de gezondheid.

Om aan te tonen hoe ver deze waanzin eigenlijk draagt,
moet je weten dat Rudolf de Kerstman reeds heeft aangeklaagd.
Het ongeautoriseerd gebruiken van zijn fameuze rode neus,
vindt hij niet meer van deze tijd, ja het is heus.
Hij is zelfs naar RTL Late Night geweest, bij Twan Huys.
want hij wil miljoenen zien, dus doet dat niet per abuis.

Niet alleen zijn rendieren zijn nu weg, maar ook zijn ega,
die plots liet weten “ik ga liever de rendieren achterna”.
Ze heeft ineens praatjes voor tien en neemt het absolute voortouw,
‘Vrouw van’ was niet langer genoeg, ze noemt zich nu ‘Kerstvrouw’.
Dus gelazer met zijn personeel, vrouw, vee en vakbond,
maar er was meer wat de Kerstman geenszins aanstond.

Men begon nu ook over de te schenken cadeautjes te zeuren.
Waarom al die commotie, waarom moest dit nu toch gebeuren?
Niets van leer, op dieren getest en zeker geen rookwaar.
Dus niets meer voor hem en niets meer voor haar.
Niets om op te schieten of spontaan op te richten.
Wie weet verbieden ze straks ook nog wel de kerstgedichten.

Niets dat geluid maakt, dat had men zo bedongen.
Niets voor alleen een meisje of alleen voor een jongen.
Seksueel getinte surprises mogen ook al niet meer.
En vergeet het oorlogszuchtige speelgoed, en de Teddybeer.
Het geven van snoepgoed lag ook meteen flink aan banden.
Want een ieder weet, snoep is slecht voor je kont en voor je tanden.

En sprookjes, hoewel nog steeds een beetje toegestaan,
zijn als Ken and Barbie, ook al zo goed als afgedaan.
Een kind mag niet meer kind zijn, die gevolgtrekking is logisch,
want het enige juiste en correcte cadeau is zuiver ecologisch.
Geen tennis, geen voetbal en uiteraard zeker geen ski’s.
Trouwens van het sporten alleen al wordt je vuil en vies.

Poppen zijn ‘not done’ en over het algemeen puur seksistisch.
Van een spelcomputer koken je hersenen en die is teveel elektrisch.
Dus de Kerstman stond daar en was extreem perplex,
en handelde eigenlijk alleen nog maar puur uit reflex.
Hij probeerde vrolijk te zijn en zelfs een heel klein beetje gay,
maar ook daar moet je mee oppassen, het zat hem niet echt mee.

Zijn zak was leeg en nutteloos en lag slap op de grond,
niets dat was toegestaan was wat ‘Santa’ vond.
Iets speciaals was nodig, een mooi goedgekeurd cadeau,
gegeven aan ons allen, iets bijzonders, iets van het hoogste niveau.
Een cadeau dat tevreden stemt, al ben je Christen, Moslim of Jood
Een cadeau voor iedereen, wit, zwart, geel of donkerrood.

Hier is dan het cadeau, misschien vind je het de moeite waard…
Een wens dat een ieder in vrede en gezondheid kan leven op deze Aard!

Jan Nicolas

Category: Gedichten | Reacties uitgeschakeld voor Een kerstgedicht
december 22 2018

Vrolijk kerstfeest!

Kerstmis is de familie bijeen, knipperende lampjes, vriendelijke gezichten, cadeautjes onder de boom, kaarten van iedereen van wie je houdt, samen lachen, een beetje gekheid, liedjes zingen, lekker eten, niet te veel drinken of juist wel, knuffels en kussen, gelukkige herinneringen en een lichtje in je hart. Maar weet dat Kerstmis vooral een tijd is van geven en delen, van liefhebben en vergeven, van denken aan een ander. Ik wens iedereen dan ook vrede, hoop en liefde toe, niet alleen voor vandaag en morgen, maar, als het even wil lukken, voor altijd.

Vrolijk kerstfeest!

Jan Nicolas

Category: Trending | Reacties uitgeschakeld voor Vrolijk kerstfeest!
december 21 2018

Zoef de Haas en Mohammed

Discriminatie betekent letterlijk ‘het maken van onderscheid’. De huidige betekenis van het woord discriminatie is in maatschappelijk en juridisch opzicht gaan afwijken van de oorspronkelijke, letterlijke betekenis. In die context wordt onder discriminatie verstaan: ‘het onrechtmatig onderscheid maken tussen mensen of groepen’.

In mijn jeugd werd je gepest als je anders was. En je was al snel anders. Had je rood haar, dan was je een vuurtoren, had je een bril dan was je die brillenjood, overgewicht maakte een dikke, flaporen een Dombo en grote voortanden Zoef de Haas. Ik had geluk. Ik had flaporen, grote voortanden en was verlegen. Bingo! Maar ik werd niet gediscrimineerd. Ik werd niet uitgesloten. Ik werd gewoon gepest en ik pestte terug. Was de cirkel weer rond.

Ik heb een vriend, Nederlandser dan hij zal niemand ooit worden. Hij is getrouwd met een vrouw waarvan de ouders ooit uit Indonesië naar Nederland gekomen zijn. Zelf kent zij dat land alleen van plaatjes. Zij hebben twee kinderen die gepest worden. Gepest. Getreiterd. Bespuwd. Buitengesloten. Gediscrimineerd… Niet omdat ze flaporen hebben, niet omdat ze grote voortanden hebben, geen rood haar, geen sproeten, geen bril. Ze worden gepest omdat hun huid, de buitenkant van hun ziel, nou net even een ander kleurtje heeft ‘dan te doen gebruikelijk’. Waarom? Al sla je me dood. Ik ben opgegroeid met vrienden die Mohammed heten en Hassan. Van buurman Abel kregen wij altijd een kwartje om snoep te kopen. Mijn vriend was Andrew, zijn moeder was gekleurd. Hij ook.

Het was in onze buurt een grote multiculturele bende, in de goede zin van het woord. Maar langzaam maar zeker zag ik dingen veranderen in Nederland. Ik ging me steeds blanker voelen. Daar waar Hassan eerst gewoon Hassan was, was hij nu ineens een Marokkaan. Andrew werd ‘die bruine jongen’ en de vrouw van mijn vriend was ineens een Pinda. Alsof ze geen namen meer hadden. Dat was tegen de eeuwwisseling. Toen heb ik het besluit genomen om weg te gaan. Weg uit Nederland. Ik had weinig zin om ineens bordjes te zien hangen met ‘Slegs Blankes’.

Ik vraag me wel eens af, hoe is het gekomen dat Nederland zo is veranderd? Waarom is Hassan ineens een Marokkaan geworden? Zijn opa was een van de eerste gastarbeiders van het land. Zijn vader is Nederlander, hij is Nederlander, maar toch is hij ineens een Marokkaan… Hij heeft trouwens een hoge positie bij een bank, Hassan. En Mohammed is advocaat geworden. Niet slecht voor twee kut Marokkanen. Met Andrew ging ik altijd stiekem zonder kaartje met de trein mee. Gewoon naar een halte verderop. We waren helemaal gek van treinen. Andrew wist er echt alles van. Hij wilde machinist worden. Het werd Account Manager. Ik vraag me wel eens af of hij nog wel eens stiekem met zijn treinen speelt. Maar waarom denk ik aan hen als Hassan, Mohammed en Andrew? Waarom weet ik hun namen nog en denk ik niet aan hen als Kut-Marokkaan, Roetmop of Pinda? Waarom zitten zij in mijn herinnering als mens, als persoon, als individu en denk ik niet aan hen als crimineel volk of minderwaardig ras?

Ik ben soms bang dat discriminatie in Nederland een algemeen geaccepteerd feit is geworden. Net zo normaal als knipperen met je ogen of adem halen. Je kan stroopwafels eten tot je er misselijk van wordt, elke dag boerenkool eten, kunnen schaatsen als de beste, Nederlands spreken als ware je de Koning zelf, zodra je één druppel bloed hebt waar een kleurtje in zit, dan mag je oprotten naar je eigen land. Maar wat als Nederland je eigen land is? Waar moet je dan naar oprotten? Wat als je vader De Vries heet, maar je moeder Fahamivu? Is kleur tegenwoordig bepalend voor wie Nederlands is en wie niet? Wel makkelijk, want 75 jaar geleden hadden ze daar nog sterren voor nodig om aan te geven wie wel en wie niet…

Maar waar ligt de oplossing? Bij types als Geert Wilders, die alleen maar roepen om het roepen? Bij de overige politieke leiders, die heel hard ‘boeh’ roepen als hij iets te melken heeft, maar het eigenlijk met hem eens zijn? Of wellicht bij onze kinderen? Want als onze kinderen niet begrijpen dat we gewoon allemaal mensen zijn, dan wordt het voor hen verdomd lastig om het zelf ooit uit te leggen aan hun kinderen. Maar ja, hoe ga een wereld verbeteren die verrot is? Hoe ga je zorgen dat we gewoon accepteren dat iedereen, behalve dan misschien tweelingen, anders is, maar meteen ook uniek? Dat iedereen een individu is. Een persoon. Een mens. Ongeacht kleur, ras, nationaliteit of kledingdracht. Misschien, heel misschien, zou het helpen als we bij onszelf begonnen. Door een spiegel te pakken, onszelf recht in de ogen te kijken en te zeggen: “verbeter de wereld, begin bij jezelf”.

Ik wens iedereen prettige Kerstdagen.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Zoef de Haas en Mohammed