december 20 2018

Liefde is blind

Ze staat al 5 minuten naar hem te kijken. Het doet hem niet zo veel. Hij is het inmiddels gewend. Eigenlijk is het best grappig, de manier waarop ze zich onbespied waant. Ze heeft iets aantrekkelijks. Wat precies weet hij niet. Het geluid van de wind die met haar rok speelt, of de echo van haar hakken, terug kaatsend tegen de bestrating van het plein, geeft haar iets sensueels. Tot zijn verrassing gaat ze ineens naast hem zitten.

“Hoi, je vindt het toch niet erg dat ik hier even kom zitten?” Haar fluweel zachte stem jaagt een siddering over zijn rug. Ze ziet het.
“Heb je het koud?” vraagt ze. Hij schudt snel zijn hoofd. “Ik zie je hier elke dag zitten,” gaat ze verder. “Nou ja, bijna elke dag want gisteren was je er niet”. Ze haalt even adem. “Sorry, dat klinkt alsof ik je aan het stalken ben.”
De sprankelende waterval van woorden tovert een glimlach op zijn gezicht. “Je bent grappig, of nee, je bent interessant” zegt hij.
“Interessant? Hmmm…” Ze proeft het woord alsof het een snoepje is, waarbij nog moet worden uitgemaakt welke smaak het heeft. Ze kijkt naar hem. Anders dan ze ooit gedaan heeft, waarbij haar hart een paar slagen overslaat. Een hele tel denkt ze eventjes aan niets.

De kus komt totaal onverwacht. Hij proeft haar lippen terwijl ze met overtuiging de contouren van zijn mond verkent. Als haar tong zachtjes op zoek gaat naar zijn tong, kan hij niet anders dan haar kus beantwoorden. Ze trekt zich geschrokken terug.
“Oh, jeetje. Ik weet niet waarom ik dat deed. Ik heb nog nooit een vreemde zomaar gekust,” zegt ze.
“En ik heb me nog nooit zomaar door een vreemde laten kussen,” zegt hij gevat, terwijl zijn hart een verwoede poging doet om via zijn keel naar buiten te springen.

De ochtend wordt middag en de middag gaat over in de avond.
“Het is al laat,” zegt ze. Ze pakte zijn hand en trekt hem langzaam overeind. Als vanzelf gaat zijn hand naar haar gezicht en streelt hij voorzichtig haar ogen, neus en mond.
“Je bent mooi,” is alles wat hij kan uitbrengen.
“Je klinkt verbaast,” zegt ze quasi beledigd.
“Sorry, maar dit is nieuw voor me,” antwoordt hij verlegen. Een enkele traan rolde onder zijn donkere bril vandaan over zijn wang.
“Kom,” zegt ze terwijl ze voorzichtig de traan wegveegt. “Heb je deze nodig?”
Hij aarzelt slechts even maar klapt dan de wit rood gestreepte taststok in elkaar en stopt hem in zijn jaszak. “Nee, vanavond niet”.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Liefde is blind
september 14 2018

Het plein

De vrouw hangt voorover gebogen op haar fiets. Met haar zoontje achterop op weg naar school. Daarna boodschappen doen bij de supermarkt aan het dorpsplein. Driftig trapt ze de pedalen rond. Maar hoe hard zij ook fietst, ze komt altijd een paar minuten te laat. Sommige mensen hebben dat.

Daar komt de trotse vrouw aangelopen over het dorpsplein. Rechtop, hoofd ophoog. “Hier ben ik”, schijnt ze te zeggen. Maar wie ze is? Niemand die het weet, alleen zijzelf. De kerkklokken spelen hun uurmelodie. Elk uur hetzelfde deuntje, waarna het aantal uren in bijna trieste slagen wordt afgeteld. De deuren van de supermarkt gaan open en ‘Stinkende Steef’ glipt snel naar binnen. Steef is het sociale geval van het dorp, zoals elk zichzelf respecterend dorp er weel een heeft. Dakloos, werkloos en hopeloos. Maar altijd vriendelijk. En altijd stinkend. Steef gaat niet naar binnen om iets te kopen, maar om iets te jatten. Niemand die het in zijn hoofd haalt om hem te fouilleren. Niemand ook die het meer dan 5 seconden uithoudt binnen een straal van twee meter van ‘Stinkende Steef’.

De bakker plaatst zijn bord buiten. “De koffie staat klaar”, staat er op. Zou die koffie echt al klaar staan, of moet hij die nu eerst nog gaan zetten? Of staat de koffie van gisteren klaar? Nog steeds. Die mooie juffrouw van de schoenenzaak is de ramen aan het lappen. Dat doet ze alleen als het niet druk is in de zaak. Die winkel heeft dan ook veruit de schoonste ramen van het dorp. De kapper op de hoek van het pleintje staat buiten een praatje te maken. Zal wel weer over voetbal gaan. Hij heeft zelf model kaalhaar, de kapper. “Een kaal hoofd maakt jonger”, zegt hij altijd. Daarmee onbedoeld een signaal afgevend van; ‘Ik heb totaal geen fantasie’.

Ach, de moeder van Maria is weer eens ziek, want Maria glipt zojuist de drogisterij binnen. Blijft ze weer thuis van school om voor haar arme moeder te zorgen. Dat gebeurd trouwens wel vaak de laatste tijd. Zou nou niemand dat in de gaten hebben? Al zingend komt groep zeven aangelopen over het dorpsplein. Op weg naar de wekelijkse zwemles. Allemaal lachende gezichten. Dat was vroeger wel anders. Dan was het janken wat de klok sloeg, in de wetenschap dat het gegarandeerd jouw beurt was om die dag met je hoofd onder water te gaan. Voorop loopt juffrouw Bella. En achter de groep Jaap, een slungelige jongen en hevig verliefd op Bella. Maar hij komt nooit verder dan meelopen naar de zwemles. Zou Jaap ooit de stap wagen om Bella mee uit te vragen? En hoe zou Bella dan reageren?

Het is weer tijd om naar het tehuis te gaan. Naar het kleine benauwde kamertje, met het bed in de woonkamer, een doorgezakte leunstoel en een raam met uitzicht op niets. Hij heeft zijn dagelijkse portie vermaak weer gehad. Een beetje stram staat de oude man op van het bankje en schuifelt op weg. Op weg naar weer een dag minder.

Jan Nicolas

Category: Columns | Reacties uitgeschakeld voor Het plein