Het sprookje van Hans en Grietje

Het sprookje van Hans en Grietje

Dus de vader van Hans en Grietje was een arme houthakker die aan de rand van een bos woonde. Dat is net zoiets als iemand met schreeuwhonger opsluiten in een restaurant en daarna horen dat hij niets gegeten heeft. Hoeveel bomen heeft die amateur in hemelsnaam nodig om een paar centen te verdienen? Hij kan bijna vanuit zijn voordeur een heel bos omhakken, maar meneer krijgt het voor elkaar om geen droog brood bij elkaar te verdienen. Kijk, als hij nou houthakker was midden in de woestijn, of stratenmaker op zee, ja, dan snap ik ook wel dat het knap lastig kan worden.

De hele nacht ligt de man wakker omdat ze geen eten hebben. Dus naar alle waarschijnlijkheid was hij gewoon te moe door slaaptekort om fatsoenlijk zijn werk te kunnen doen. Hij praat erover met zijn vrouw die voorstelt om dan maar de kinderen in het bos te dumpen, zodat zij zelf wél te vreten hebben. Hoe egoïstisch kun je zijn? Eerst lekker wippen en als er dan kinderen van komen, is het janken geblazen omdat meneer een paar bomen meer moet omhakken. Maar goed, zoals in meer huwelijken krijgt mevrouw uiteindelijk haar zin en gaat het gezin de volgende dag op weg om zogenaamd hout te hakken. En hoewel de bomen bijna in de woonkamer staan, zijn die kinderen, die volgens het sprookje erg pienter zijn, totaal niet verbaast dat ze diep het bos intrekken en stellen ze ook geen vragen als ze niet naar school moeten, maar geacht worden te helpen.

De koningsdochter

Ik kan er niets aan doen, maar ik heb toch ernstig het vermoeden dat hier sprake is van enige vorm van kinderarbeid. Dus het is niet zo dat er geen bomen genoeg zijn om een paar centen te verdienen, meneer is gewoon te lui. Want als zijn kinderen het doen is het allemaal ineens prima. Walgelijke vent en waardeloze vader. Om over dat kreng van een moeder maar te zwijgen.

Omdat Hansje zijn ouders de vorige avond had afgeluisterd wist hij dat hij en zijn zusje gedumpt zouden worden. Wat mij brengt bij de vraag wat dat vieze manneke in hemelsnaam deed bij de slaapkamerdeur van zijn ouders midden in de nacht? Het zou me totaal niet verbazen als hij ook nog even heel sneaky door het sleutelgat heeft staan gluren om zijn ouders even flink bezig te zien. Maar goed, door zijn honger naar gluurseks wist hij wel wat zijn ouders van plan waren en had hij kiezelsteentjes in zijn zak gestopt waarvan hij er steeds één liet vallen. Hij had ook met zijn zusje weg kunnen lopen, dus zo ontzettend slim was hij nu ook weer niet. Nee, meneer propt zijn zakken vol met steentjes om die onderweg te laten vallen zodat ze het spoor terug kunnen vinden.

Stel je nu eens voor, die kinderen worden door hun ouders in een bos gedropt. Een bos waar ze dus al regelmatig geweest zijn en derhalve goed de weg weten. Dan moet je ze toch wel een takkeneind het bos in brengen wil je maar enigszins de kans hebben dat je ze nooit meer terugziet. Dat zijn dan wel heel veel steentjes die het kereltje mee moet zeulen. En die heeft hij allemaal in zijn zak? Zelfs aan een aanhangwagen vol heeft hij niet genoeg. En terwijl hij steeds een lading steentjes op de weg mikt hebben die ouders helemaal niets in de gaten? In dat geval moet ik mijn woorden terugnemen en was de houdhakker niet lui, maar gewoon verschrikkelijk lomp. Of stekeblind en in dat geval is het alleen maar verstandig dat hij zijn bijl thuis laat.

Dan komt het moment van dumpen. De ouders zeggen dat de kinderen een dutje moeten gaan doen en dat ze later weer worden opgehaald. Ik moet het eerste kind nog tegenkomen dat op commando gaat slapen. Daar komt bij dat als je weet dat je ouders je willen dumpen, dan is het laatste dat je gaat doen toch slapen? Nou, die twee lomperiken doen dat dus wel. Maar gelukkig, door de berg grind die door het hele bos ligt, kunnen de twee kinderen de weg naar huis vinden. En daar doen die ouders dan alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat je kinderen in het bos achterlaat.

De volgende dag is het weer raak. En ja, misschien dat je één keer een kar vol steentjes kan vinden in een bos, dat lukt je echt geen tweede keer. Dus neemt het lompe mannetje broodkruimeltjes mee in plaats van steentjes. Broodkruimeltjes? En ze hadden niets te vreten? Waar haalt hij dan een paar kilo broodkruimeltjes vandaan? En niemand die hem even in zijn oor fluistert dat in een bos vooral vogels leven die gek zijn op een gratis maaltje. En ja, weer moeten ze een dutje gaan doen en weer trappen ze er met open ogen in. En maar janken als blijkt dat de kruimeltjes zijn opgegeten door de vogels en ze verdwaalt zijn. En wat doe je dan als je verdwaalt bent? Juist, dan ga je rond lopen. Hoe dom kun je zijn?

Wonder boven wonder komen ze uit bij een huisje dat van brood is gebouwd, met een dak van pannenkoeken en ramen van helder kandijsuiker. Heb je weleens kandijsuiker proberen te zemen? Nou, dat kun je dus rustig vergeten, dus zo ontzettend ‘helder’ zullen die ramen niet geweest zijn. En dan, een huis van brood. Iedereen die weleens eendjes heeft gevoerd weet dat water en brood geen beste combinatie zijn. Dus bij de eerste de beste regenbui zakken de muren in en ligt het dak van pannenkoeken door het bos. Die kinderen stikken natuurlijk van de honger van al dat zwerven door het bos en beginnen spontaan het huisje op te eten. Dan zou je denken dat de eigenaar van dat huis, een arme oude vrouw, compleet uit haar plaat zou gaan. Maar nee, zij vraagt in al haar dementie slechts:

Knibbel knabbel knuisje,
Wie knabbelt er aan mijn huisje?

En die rotjong lachen haar gewoon uit, steken de draak met die arme vrouw en roepen terug:

Het is de wind, de wind,
dat hemelse kind!

En ze vreten verder zonder zich uit het veld te laten slaan. Hans, wie het dak heel goed smaakt, trekt er een groot stuk af en Grietje vreet op haar gemak een compleet raam op. De hoogbejaarde vrouw ziet dat als ze niets doet ze straks onder de hemel moet slapen en strompelt, krom van de reuma, naar buiten. Ieder normaal mens zou die twee kinderterroristen met een stok uit de tuin jagen, maar niet dit aardig omaatje. In al haar goedheid neemt ze de kinderen in huis en geeft vooral Hans, die een soort van anorexia heeft, goed te eten. De arme vrouw wil het beste voor het jongetje en ze vraagt hem dan ook elke dag om even zijn vinger te mogen voelen, om te kijken of hij al wat dikker is geworden. Het mensje is namelijk stekeblind en doet alles op de tast.

Hans, die zichzelf een grote lolbroek vindt, haalt dan telkens zijn piemeltje uit zijn broek en legt die in de hand van de oude vrouw en zegt dan: “Hier, voel dit maar even oude heks”. “Tja” zegt ze dan, “dat is nog niet veel”, waarop ze nog maar een keer een bordje vol schept. Grietje is zo jaloers op de aandacht die haar broer van het oude dametje krijgt, dat ze op een dag de arme vrouw vraagt om even in de oven te kijken of het vuur hoog genoeg is en schopt haar er pardoes in, waarna het omaatje levend gecremeerd wordt. Vervolgens gaan de twee crimineeltjes op zoek naar de sieraden en het geld van het vrouwtje.

Nadat ze de oude vrouw hebben vermoord en al haar geld hebben gejat, vreten ze ook nog haar huis op waarna ze huiswaarts gaan. Het mag een klein mirakel heten dat ze zomaar hun huis terug kunnen vinden. Ze komen thuis, lopen de kamer binnen en Grietje maakt haar zakken leeg, zodat de parels, edelstenen en al het gestolen geld in de kamer rollen en Hans werpt de ene na de andere hand erbij. Ja, dan is het natuurlijk allemaal weer koek en ei met het gezinnetje en leven ze allemaal nog lang en gelukkig. Wat een rotjong, tuig is het.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.