Het sprookje van Assepoester

Het sprookje van Assepoester

Mensen die mij al langer kennen weten dat ik fan ben van sprookjes. Nou ja, fan is misschien een wat te groot woord. Ik heb veel sprookjes gelezen om een basis te krijgen voor mijn boek ‘De Koningsdochter’ waar ik, zij het minimaal, het sprookje van Sneeuwwitje als leidraad voor heb gebruikt.

Zo heb ik ook het bekende sprookje van Assepoester gelezen. En zoals gewoonlijk heb ik me zeer verbaasd over haar naam. Want even serieus, als je naam Assepoester is, dan weet je toch al zodra je kunt praten dat je zwaar in de zeik genomen bent? Maar nee, het naïeve ding laat zich als sloof gebruiken door haar stiefmoeder en twee mega lelijke stiefzusters en loopt er dan ook nog de hele tijd als een slons bij. Elk zichzelf respecterende meid zou die drie allang een high five hebben gegeven, in hun gezicht, met een stoel. Maar niet onze ‘Assie’. Nooit eens een keer stappen zodat ze een leuke partner kan vinden, nooit een keer de kans om iets leuks te kopen.

De koningsdochter

Dan vraagt ze één keer in haar leven aan de een of andere toverkol een weergaloze jurk zodat ze voor één dag in haar leven mooi kan zijn. Waarschijnlijk puur om haar te kwallen geeft de tovertroela haar gratis twee bijpassende glazen muiltjes. Nou, ik weet niet of je weleens op klompen hebt gelopen, maar die zitten comfortabel in vergelijking met glazen schoenen. Kom nou toch, als Assepoester zelf had mogen kiezen had ze toch minimaal Nikes genomen, of niet? Nadat ook nog een meloen wordt opgepimpt tot een koets komt zij met meer geluk dan wijsheid op een dansavond van een of andere onduidelijke prins. Bij het weggaan verliest zij, zonder dat ze dit merkt, een glazen schoen, die wonder boven wonder niet in duizend stukjes valt. En dan maar blijven volhouden dat ze echt geen druppel gezopen heeft. Nou, ze kan mij nog meer vertellen, die zat tegen een coma aan.

De volgende ochtend wordt ze met een knallende koppijn wakker en is totaal niet verbaast als de prins voor de deur staat met het glazen muiltje. En als de beste man met veel pijn en moeite het schoentje aan haar zweetvoeten krijgt geschoven vraagt hij haar nog ten huwelijk ook, waar zij maar al te graag ‘ja’ op zegt. Een prins! Wat moet ze daar nu mee? Die kerel is altijd weg, wipt er vrolijk op los met alles wat leeft, verwekt her en der een lelijk bastaardje, komt thuis met minimaal een flinke gonorroe en gaat naarmate hij ouder wordt steeds meer op een vette kikker lijken. En denk niet dat als ze die kikker kust hij weer terug veranderd in een knappe prins. Welnee, want van kussen komt vrijen en van vrijen komen kinderen en voor ze het weet heeft ze er drie kikkers bij.

En als prinslief later Koning wordt begint de lol pas echt, want dan moet ze op zijn verjaardag verlepte koek gaan happen, pleepotwerpen en andere stomme spelletjes doen in de stromende regen in het een of ander kutdorp in de Hollandse polder. Vervolgens wordt ze gedwongen mee te dansen met een stelletje randdebielen die zichzelf met moeite in plaatselijke klederdracht hebben gehesen, terwijl ze daarna nog vier uur lang met het kramp op haar kaken geforceerd moet lachen en ze een tennisarm oploopt van het verplicht wuiven met losse pols.

En ondertussen is ze die jurk en schoentjes mooi kwijt hè, want oh, oh, oh, mevrouw was te laat thuis gekomen dus kon ze alles weer inleveren bij de toverkol in kwestie. Wat een ongelooflijk kutsprookje is dit zeg.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.