Het kleine prinsesje Noëlia

Het kleine prinsesje Noëlia

Het onderstaande sprookje heb ik in 2007 geschreven, op de avond voor de geboorte van mijn dochter Noëlia. Het was de basis voor de sprookjeswebsite die ik voor haar gemaakt had (www.noelia.nl), daar wij dit leuker vonden dan de traditionele geboortekaartjes. Het uiteindelijke geboortekaartje bevatte een gedicht, dat weer gebaseerd was op dit sprookje.

In een land hier heel, heel ver vandaan, wat we voor het gemak Spanje zullen noemen, werd op een dag een klein prinsesje geboren. Dit kleine prinsesje heette Noëlia en had een echte Koning en Koningin als vader en moeder. Natuurlijk woonde het prinsesje in een groot paleis. Zo gaat dat nu eenmaal met prinsesjes in sprookjes. Hoewel de Koning en Koningin aardige ouders waren en het prinsesje alles had wat haar kleine hartje begeerde, had ze het eigenlijk helemaal niet zo naar haar zin in het grote paleis.

De koningsdochter

Het begon al met het eten. Dit moest natuurlijk ‘koninklijk’ zijn. Dus geen broodjes met hagelslag, of pasta, maar kaviaar en andere vieze dingen die kleine prinsesjes nu eenmaal niet lekker vinden. Nooit eens drinken uit een fles, maar uit een gouden beker. En als het prinsesje dan eindelijk een keer een ijsje kreeg, dan mocht ze er beslist niet mee knoeien. Stel je voor dat haar mooie prinsessenkleertjes vies werden! Nee, het leven in een groot paleis was niets voor de kleine prinses Noëlia. Waar zij ook naartoe kroop, altijd was er wel een lakei in de buurt om haar te helpen. Nooit eens zelf iets proberen, want daar had je tenslotte een lakei voor of een kamermeisje. En even lekker rennen door de lange gangen? Vergeet het maar. Dat hoort natuurlijk niet bij een echte prinses.

Op een dag gingen de koning en koningin een stukje rijden in de koninklijke koets met acht koninklijke paarden ervoor. Natuurlijk namen zij het kleine prinsesje Noëlia mee, zodat alle onderdanen kennis konden maken met de nieuwe prinses. Na een lange tocht van enkele dagen, kwamen zij aan in het uiterste puntje van het koninkrijk Spanje. Deze betoverende plek heette ‘Benidorm’. Het viel de koning en koningin op hoeveel vrolijker het kleine prinsesje Noëlia was toen zijn op deze plek aankwamen. De koning en koningin besloten een paar dagen in een herberg te overnachten in één van de vele herbergen die Benidorm rijk was. Toen het tijd was voor een kleine siësta, zag het kleine prinsesje echter haar kans schoon. Ze besloot om eens te kijken of er nog iets leuk te beleven viel in de omgeving.

Zo snel als haar kleine beentjes konden kruipen ging ze er vandoor. Ze kroop en ze kroop, en was al snel een aardig eindje uit de buurt van de herberg waar de koning en koningin hun intrek hadden genomen. Maar door de vele hoog gebouwde herbergen, was Noëlia verdwaald en wist ze niet meer of ze nu naar links of naar rechts moest gaan. En het werd zo langzamerhand ook al aardig donker. Ze besloot om toch nog maar een stukje verder te kruipen en kwam uit bij een leuk huisje, met een grote tuin en zwembad. In de tuin waren twee jongetjes aan het spelen. Deze jongetjes, die we Enrique en Jordi zullen noemen, waren alles aan het doen wat in het paleis ten strengste verboden was. Ze waren aan het voetballen en aan het rennen. Het jongetje Enrique ging op insectenjacht en het jongetje Jordi was aan het steppen. Het kleine prinsesje Noëlia keek verwonderd om zich heen en dacht: “Dit is wat ik altijd al wilde doen, maar nooit mocht!” Ze bleef kijken naar de spelende Enrique en Jordi tot haar oogjes zwaar werden en zij langzaam in slaap viel.

De volgende dag gingen Enrique en Jordi weer naar buiten om te spelen. Enrique zag het kleine prinsesje als eerste en riep zijn broertje erbij.
“Kijk Jordi,” zei Enrique, “een kleine baby met een kroontje.”
“Zou het een echt prinsesje zijn?” vroeg Jordi aan zijn oudere broer. “Ik heb namelijk altijd al een prinsessenzusje willen hebben.”
Enrique pakte de kleine baby voorzichtig op en bracht haar samen met Jordi naar zijn papa en mama. “Papa, mama kijk eens wat wij gevonden hebben in de tuin,” riep Enrique al van grote afstand.
“Toch niet weer een zwerfhond,” riep vader Jan, uit ervaring wijs geworden, terug.
“Nee papa, het is een echt klein prinsesje,” zei Jordi, terwijl hij hijgend stond bij te komen van het rennen.
“Ja, Jan,” zei moeder Jacqueline blij. “Het is een echt klein prinsesje, want zij heeft een kroontje op haar hoofd.”

Maar wat moet je doen als je een prinsesje vindt? Je weet dat je haar eigenlijk niet mag houden. Tenslotte heeft het prinsesje al een papa en een mama en die zijn dan nog vaak Koning en Koningin ook. En daar wil je geen ruzie mee.
“Wat doen we, Jan?” vroeg Jacqueline dan ook aan haar man.
“We hebben al een paar keer gevraagd aan de ooievaar om een klein zusje te brengen, maar telkens vergat hij bij ons langs te komen,” zei Jan bedenkelijk. Telkens als wij aan de beurt waren ging de ooievaar naar een ander huis en werden wij overgeslagen.”
Nu wilde het toeval dat moeder Jacqueline eigenlijk een goede heks was, die dus de mogelijkheid had om haar toverkrachten voor het goede te gebruiken.
“Wel, Jan,” zei ze slim, “ik denk dat ik de oplossing wel weet. Ik duik eens in mijn toverboek om daar de spreuk der vergetelheid te zoeken.” Jacqueline ging naar haar eigen toverkamertje, hoog in de nok van het huis en sloeg aan het toveren. Ze sprak een zware betovering uit over het kleine prinsesje Noëlia en de Koning en Koningin. De Koning en Koningin wisten vanaf dat moment niet meer dat het kleine prinsesje Noëlia ooit bij hen had gewoond en het kleine prinsesje Noëlia wist vanaf dat moment niet beter dan dat Jan en Jacqueline haar papa en mama waren. Jan nam een schep uit de schuur en begroef het kroontje dat Noëlia op had in een diepe kuil op één van de vele stranden van Benidorm.

Maar zoals dat in sprookjes gaat, kan de betovering op elk moment verbroken worden. Als iemand ooit hardop zegt dat Noëlia eigenlijk het kleine prinsesje Noëlia is, dan wordt de betovering verbroken en moet Noëlia terug naar het paleis. Iedereen was echter gelukkig; Jan en Jacqueline dat zij eindelijk een dochtertje hadden, Enrique en Jordi waren gelukkig dat zij eindelijk een klein prinsesje als zusje hadden en de Koning en Koningin wachten gewoon geduldig op de ooievaar die een nieuw prinsesje kwam brengen.
“Maar luister goed,” zei Jan streng. “Nooit, maar dan ook echt nooit mag je iemand vertellen dat Noëlia eigenlijk het kleine prinsesje Noëlia is, want dan verbreek je de betovering en moet zij terug naar de Koning en Koningin.”

Tot op de dag van vandaag heeft echter iedereen die van het geheim van prinses Noëlia op de hoogte was, zijn mond kunnen houden en is de betovering nog steeds van kracht. En de kleine Noëlia zelf? Stiekem weet zei dat ze eigenlijk Prinses Noëlia is. Ze heeft besloten dat ze de Koning en Koningin later wel eens een briefje zal schrijven en hen zal opzoeken in het paleis. Maar tot die tijd kan ze lekker rennen en broodjes met hagelslag eten of knoeien met een ijsje. Toch weet ze één ding zeker: Later als ze groot is trouwt ze wel met een knappe prins, want tenslotte is ze niet voor niets als prinsesje geboren.

Dus als je dit leest, weet dan dat je een groot geheim met je mee draagt en dat je tegen iedereen je mond moet houden over Noëlia die eigenlijk, heel stiekem, als klein prinsesje geboren is.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.