Wijn is fijn

Ik word wakker, doe mijn ogen één voor één open en denk: “Holy smoke, wat heb ik gisteren allemaal gezopen?” Vervolgens ervaar ik een smaak in mijn mond die gelijk staat aan de smaak die ik zou hebben als mijn kat in mijn mond zou hebben gezeken. Mijn oogbollen beginnen spontaan te jeuken en mijn hart zit voor even op de plek van mijn hersenen, althans, ervan uitgaande dat het gebonk in mijn hoofd mijn hart is dat ook van zich wil laten horen.

Na een paar seconden krijg ik een extreme niet te verhelpen dorst en is het simpel slikken een marteling geworden omdat het lijkt alsof er zand in mijn keel zit. Ik besluit op te staan waarna de slaapkamer als een malle begint te draaien en de misselijkheid in al zijn trieste hevigheid op komt zetten. Ik prijs God op mijn blote knieën dat de badkamer aan mijn slaapkamer grenst, zodat ik nog net op tijd bij de wc-pot aankom om het heerlijke etentje van de vorige avond met een grote boog de pot in te kotsen, waarbij vooral de kleur rood de boventoon voert. De smaak in mijn mond die daarna achterblijft is een vreemde mix tussen gal en rode wijn en komt bij elke oprisping als vanzelf weer terug, opgefleurd met de smaak, én geur, van bedorven knoflook.

Ik kijk naar opzij en zie een lijk dat met bloeddoorlopen ogen terug staart. Na enkele seconden besef ik dat het mijn spiegelbeeld is en besluit ik dat het wellicht slimmer is om vandaag maar niet in de openbaarheid te verschijnen. Ik strompel als een halve dode terug naar mijn bed, laat me erop vallen en merk dat het bed meteen als een gek rondjes gaat draaien, waarna ik binnen no time weer over de wc-pot gebogen sta om ook het toetje aan het riool te offeren. Als ik daarna nog slechts geluiden maak als een kikker in de paartijd, en er niets meer uit mijn maag komt dat de naam ‘kots’ waardig is, weet ik dat het tijd is om de wc-pot alleen te laten. Ik loop terug en zie in mijn bed twee voeten onder het dekbed uit komen. Ik kijk naar beneden en zie tot mijn opluchting dat het niet mijn eigen voeten zijn die in een plotselinge lepra aanval alleen in bed zijn achtergebleven. Ik til het dekbed op en zie daar een vrouw liggen die verdacht veel op mijn vrouw lijkt, maar er nu nog erger uitziet dan ik zelf. Althans, als ik het beeld dat door mijn wazige blik naar mijn hersenen gestuurd wordt kan vertrouwen. Ik besluit haar maar te laten liggen en strompel voetje voor voetje naar de woonkamer, waar vooral de hoeveelheid lege wijnflessen in het oog springen. Ik ga voorzichtig in de bank zitten, maar durf mijn ogen niet te sluiten, omdat bij elke knippering de bank een voorzichtige poging doet om een vrolijke draai in te zetten. Ik besluit om als ontbijt een handvol pijnstillers tot mij te nemen en spoel ze weg met een liter water.

Ik merk nu pas dat ik volledig naakt door mijn appartement loop en sleep mezelf naar mijn patio om een beetje frisse lucht wonderen te laten doen. De frisheid van de winterochtend brengt me gelukkig een beetje bij mijn positieven, maar ook het vriendelijke “buenos días” van de bovenbuurvrouw zorgt dat ik meteen klaarwakker ben.

Jan Nicolas