Wat gaan we doen vandaag?

Wat gaan we doen vandaag?

“Gaan we nog iets leuks doen vandaag?”, vraagt mijn lieftallige echtgenote. Ik verwachtte hem al. Het is de standaardvraag op zondag als we aan het standaard ontbijtje zitten met de twee standaard croissantjes, het standaard theetje en het standaard eitje.

“Het eitje smaakt me niet zo goed vandaag, een andere legbatterij?”, vraag ik vanuit een vooraf doordachte afleidingsmanoeuvre, want ik heb totaal geen zin in iets leuks. Het regent steeds dat het giet, dus dat maakt ‘wat leuks’ op voorhand al een stuk minder leuk “Nee, deze zijn gewoon van dezelfde boer hoor”, zegt ze ietwat verbaasd. “Ik proef echt verschil. Er zit een flauw smaakje aan en het ruikt een beetje naar natte hond. Er is iets vreemds mee. Hapje?” Ik houd het lepeltje met eigeel in haar richting. Ze schudt haar hoofd.

“Nee, dank je, ik heb geen zin in ei.” Ik steek het lepeltje terug in de nog halfvolle eierschaal. “We kunnen wel even bij mijn moeder langs….”, stelt ze voorzichtig voor. “Ik ben toch wel een beetje misselijk aan het worden van dat eitje”, kwek ik ontwijkend. “Zal ik haar even bellen?”, ze gaat onverstoorbaar verder. Ik haal mijn schouders op. “Of verwacht je dat je met een uurtje aan de monitor op de IC ligt?” Ze heeft het blijkbaar toch gehoord. Ik schud mijn hoofd. “Dat niet, maar helemaal lekker ligt hij niet.” “Zal ik dan maar even bellen?”, dringt ze aan. Vervolgens: “Hoe laat denk je dat we klaar zijn?” Ik speel ietwat ongeïnteresseerd met het lepeltje in het eierprutje.

“Hebben we niks anders?”, vraag ik al starend naar het dopje. “Ja, hallo, ik vraag je net wat we gaan doen vandaag, en dan zeg je niks.” Er begint een lichte vorm van irritatie door te klinken in haar stem. “Ik was bezig met dat ei, lieverd, en ik kan natuurlijk maar één ding tegelijk.” Open deur tactiek. Als het goed is schakelt ze nu over op het cliché. ‘Ja, jullie mannen kunnen altijd maar één ding tegelijk’. Bingo! Ach, zo voorspelbaar die vrouwen.

“We kunnen ook gewoon een eindje gaan lopen, want het is even gestopt met regenen en het zonnetje schijnt”, stel ik veilig voor. Ik denk aan haar aambeien. Ze trekt een chagrijnig gezicht en ontwijkt nu zelf. “Dan zijn we met een uurtje terug, of nog sneller, want ik zie al weer een donkere lucht aankomen en wat gaan we dan doen?” Ik voel vooruitgang en geef onmiddellijk gas. “Nee, de hele ochtend bij je moeder hangen en dat gezwam aanhoren over ingescheurde kalknagels en de problemen met haar darmflora. Het eitje boert me trouwens behoorlijk op.”

Ze zucht. “Wees blij dat ze er nog is.” Er brand impulsief een antwoord op mijn lippen maar het dooft voordat er brandschade kon ontstaan. “Kom op schat, verzin nu eens ècht iets leuks”, het komt uit mijn tenen. “Jij kunt toch ook wel een keer wat verzinnen?”, kaatst ze terug. “Ik moet altijd dingen bedenken.” “Eindje lopen stel ik toch voor? Daar is toch niets mis mee? Gaan we onderweg op een terrasje wat drinken.”

“Dan zijn we twee uurtjes verder”, concludeert ze. “En wat dan?” “Oké, dan gaan we een heel eind lopen en een bakkie doen bij Herman. Die is ook maar alleen sinds zijn scheiding.” “Nee, de hele middag bij die zeikerd hangen en die zwamverhalen over de scheiding aanhoren. Daar heb ík geen zin in. En dan, met mijn aambeien.” Ik denk even na. Ik zit op ramkoers. “Dan gaan we zo meteen eerst naar jouw moeder, maar dan vanmiddag ook naar Herman. Met de auto.” Een niet zo aanlokkelijk compromis maar wel tactisch.

Ze zucht diep en kijkt me aan. “Het eitje zit je echt niet lekker hè ?”, zegt ze. “Je ziet zo wit.” “Kun je het zien?”, vraag ik met een licht medelijdend snikje, terwijl ik een niet bestaande zweetdruppel van mijn voorhoofd dep. Ze knikt. Ik zeg even niets want ik zie de eindstreep naderen. “Dan ga ik dat truitje maar even afbreien”, besluit ze dan. “Vind je het erg?” Ik laat een tactische stilte vallen… “Nee hoor lieverd, ik pas me zoals gebruikelijk wel weer aan.”

Voor de duidelijkheid; Dit verhaal is fictie. Mijn vrouw heeft geen aambeien, ik ken geen Herman en bij mijn schoonmoeder ben ik al 15 jaar niet geweest en dat wil ik graag zo houden.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *