Valencia

Valencia

Zittend in een prettig zonnetje op een terrasje aan het Plaza de la Virgen in Valencia, neem ik net een slokje van een heerlijk, maar ook peperduur biertje, als ik aan het tafeltje naast mij iemand hard hoor kreunen, gevolgd door het geluid van omvallende stoelen en een tafel met halfvolle bierglazen.

Ik kijk gepast nieuwsgierig naar links en zie tot mijn verbazing een man stuiptrekkend op de grond liggen terwijl zijn ogen verder dan ik voor mogelijk houd wegdraaien. Dit alles gadegeslagen door enkele tientallen terrasbezoekers en overige nieuwsgierigen. Aan een andere tafel staat een wat oudere man op en loopt met het gezag dat oudere mannen nu eenmaal vaak hebben, naar het steeds wilder bewegende slachtoffer toe. Hij pakt bekwaam een shirtje van een stoel, terwijl hij de onfortuinlijke in een stabiele zijligging legt, zodat hij in ieder geval niet in zijn eigen tong kan stikken.

Pittig Jan Nicolas

Ik besluit te blijven zitten waar ik zit en mijn hulp niet aan te bieden. In de eerste plaats staan er zo’n twintig jongemannen om de op de grond liggende persoon heen en in de tweede plaats heb ik totaal geen benul wat ik zou moeten doen. De grote groep mannen blijkt later bij de stuiptrekker te horen. Een der obers heeft een telefoon aan zijn oor en zo te horen belt hij voor een ambulance. Na ongeveer 15 minuten komen er twee agenten van het plaatselijk bureau aanslenteren om toch eens zelf te kijken waar al die drukte goed voor is. Na vijf minuten naar de man te hebben gekeken en zelf te hebben geconstateerd dat er echt nog geen ambulance is, roepen zij in een portofoon om assistentie van een ambulance, of in ieder geval iemand met enig verstand van zaken. Want tenslotte zijn zij van de politie en zeer zeker niet van een of andere medische dienst. Stel je voor.

Terwijl de persoon op de grond inmiddels gestopt is met stuiptrekken en eigenlijk totaal geen teken van leven meer vertoond, verstrijkt de tijd en loopt de wachttijd inmiddels op naar dik 40 minuten. Na ongeveer 45 minuten, gerekend vanaf het moment van neervallen welteverstaan, komen er twee ambulancebroeders aan wandelen. Nou ja, eerder verveeld slenteren. Op de vraag van een van de agenten waar hun ambulance is, antwoorden zij dat ze geen enkel idee hadden hoe ze met die grote ambulance door die veel te smalle straatjes moesten komen en dus de wagen aan de rand van het historisch centrum hebben geparkeerd. Niet veel later komen nog twee ambulancemannetjes aanlopen. Dit keer met een brancard. Dat dan weer wel. Terwijl de eerste twee de halfdode aan een infuus leggen, vullen de laatste twee wat formulieren in. Waarschijnlijk voor de verzekering. Want tja, geen verzekering, dan ook geen vervoer.

De man, die er nu werkelijk uitziet alsof hij het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld, wordt tenslotte, na flink aandringen van zijn drinkgezellen, op de brancard gedeponeerd en de vier ambulancemedewerkers blazen, met de brancard en het daarop gemikte patiëntje tussen hen in, de aftocht, op zoek naar hun achtergelaten ambulance. Ik kijk hen na tot ze om de hoek van de kerk verdwijnen en neem me zelf voor om nooit, maar dan ook echt nooit een hartaanval te krijgen in het gezellige historisch centrum van Valencia.

Jan Nicolas

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.