Senior in blues

Senior in blues

De directrice is een vrouw van een jaar of 50 in een broekpak waaruit haar lichaam uit alle macht probeert te ontsnappen. Ze heeft haar lippen vuurrood gepleisterd en draagt zo’n gitzwarte bril als teken dat je van de kunsten bent. Of intelligent. Kunstmatig intelligent welteverstaan. Onwennig sjokt ze op haar zondagse hakken naar de microfoon, haar overvol met vocht zittende enkels om de stap verzwikkend. “We krijgen nu een bluesnummer en let u speciaal op het gitaarspel. Want, dames en heren… u zult het zien, hoe oud je ook bent, je kunt bij ons op elke leeftijd starten met muzieklessen…”

Jeugdig senior in blues. En nu, nog voor de eerste noot, weggezet als demente oude zak die als slotakkoord van zijn muzikaal te laat gestarte carrière nog even een riedeltje weg gaat geven ten faveure van het ledenbestand van een muziekschooltje in een weggemoffeld Spaans kutdorp. Zie je die treurige wat onnozele glimlach die ik als laatste verdedigingslinie tegen de totale afgang op mijn gelaat tover?

Cristina Danneels

Ja…, achteraf heb ik makkelijk praten.
“Nee, jij trekt volle zalen”, dat had ik moeten zeggen tegen die Obesitastrut.
Of veel vileiner; “Je kunt op mijn leeftijd dus ook altijd nog directrice van een muziekschool worden…”
Of heel gemeen; “Goh, werk jij hier? En je kon zo goed leren?”

Maar niks, geen tekst. Daar zit ik als Bluesbrother, doe het zelf cajunmuzikant, adept van Clapton, John Lee Hooker en Muddy Waters.
“Dank voor uw complimenteuze introductie…”, verder komt de verbaal begaafde cynicus in mij niet. Mijn normaal oh zo grote waffel zit nu vol met tanden. En allemaal van mijzelf.

Zie je mij zitten? Op het podium voor een zaal van dik 200 man in het helle licht van een volgspot, gitaar op schoot. Klaar voor mijn allereerste optreden voor publiek. Voor mijn allereerste optreden ooit overigens. Hard geoefend op 32 martelende grepen voor het couplet en nog eens 16 extra voor het refrein. In de late avonduren nog vier keer doorgespeeld. Nu mag ik en ik ben er klaar voor.

En ik heb al zolang moeten wachten. Vooraan in het programma zitten blokfluitende brugpiepers, hele kleine violistjes die hun strijkstok als een ijzerzaag hanteren, maar met zomers glimmende moeders op de eerste rij. Dan een stukje opera door vier hevig transpirerende dames in de overgang met wegijlende kopstemmen, traditioneel in het zwart gekleed. En daarna nog een dromerig meisje dat het complete repertoire van Justin Bieber op de piano pingelt en van geen ophouden weet.

Maar nu mag ik…

‘Layla’ ga ik spelen en mijn ingestudeerde babbeltje dat Eric Clapton helaas niet kan komen maar dat hij mij heeft gevraagd om in te vallen, stuitert onverrichter zake naar mij terug. Okay, spelen dan maar. Vier maten vooraf en waar ik de weg even kwijt ben, doe ik ‘net alsof’ akkoorden. Ik speel deze avond veel, heel veel ‘net alsof’ akkoorden. Achteraf rolt het applaus over mij heen. Na een klein onthecht knikje naar het publiek verdwijn ik met een soepele sprong achter de coulissen… Forever young, toch?

Dan schrik ik wakker, omdat mijn vrouw, midden in de nacht, wil weten wie in hemelsnaam die ‘Layla’ is, waar ik, met een pijnlijke uitdrukking op mijn gezicht, in mijn slaap steeds om roep. Mijn gitaar staat nog steeds daar waar hij al heel lang staat. In de hoek van mijn werkkamer. Wordt weer eens tijd voor een stofdoekje.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *