Quasimodo

Quasimodo

Ineens stonden ze daar, gratis te gebruiken sport en fitness apparaten, door de gemeente neergezet ter bevordering van het bewegen. Want bewegen is gezond. En het is meteen een succes, want die dingen zijn de hele dag bezet. De enige mogelijkheid om de basis te leggen voor het lichaam van een jonge God, is om heel vroeg mijn bed uit te gaan.

Het is zes uur, in de ochtend, en het is steenkoud. Maar je moet wat overhebben voor een strandwaardig lichaam. Eerst even 2 kilometer wandelen, want die dingen staan natuurlijk nooit voor je deur en met de auto onbereikbaar. Ik ben de eerste en ik kies voor de roeimachine. Buiten een wasbordje, meteen ook maar wat spierballen kweken. Opwarmen is uiteraard voor watjes en ik ga meteen van start. Halen, trekken… halen, trekken… halen, KRAK… De pijn schiet van mijn onderrug, naar mijn nek en weer terug. Mijn rug zit vast en ik kan niets meer.

Pittig Jan Nicolas

Daar zit ik, op een roeimachine, om zes uur ‘s ochtends met pijn, heel veel pijn en zonder mobiele telefoon om wie dan ook te bellen. Ik kan mijn benen amper optillen. Dus laat ik mij van het apparaat rollen, kruip naar een muurtje en kan mezelf daar enigszins ophijsen. Mooi, ik sta weer. Wel wat scheef, want ik krijg mijn rug met geen mogelijkheid recht gebogen. En zo ga ik, metertje voor metertje, zijwaarts lopend als een soort krab, op weg.

Na een meter of 50 moet ik stoppen. Even de pijn laten zakken. De mensen die ik tegenkom kijken mij wat raar aan. Dus besluit ik te doen of ik van het uitzicht aan het genieten ben. En weer verder voor mijn volgende 50 meter. En weer stoppen, uitzicht bewonderen, door schuifelen, tot ik eindelijk thuis kom en even op bed kan gaan liggen. Na een half uurtje probeer ik uit bed te gaan. Tevergeefs. Dus laat ik mij eruit rollen. Via de deurstijl hijs ik mezelf op en bekijk mezelf in de spiegel. Ik lijk op Quasimodo, wat ontbreekt is de Notre Dame.

Mijn vrouw krijgt mij met veel moeite en het nodige vouw en buigwerk in de auto, waarna we naar de Eerste Hulp gaan. “Gaat u maar even zitten”, zegt de grapjurk achter de balie. “Mens, ik kan niet eens normaal lopen zonder vergeleken te worden met een pinguïn, laat staan zitten,” denk ik nors, terwijl ik toch zo vriendelijk mogelijk probeer te lachen. Want chagrijn wordt hier meteen afgestraft met een extra wachttijd van vier uur.

Door mijn vriendelijke uitstraling mag ik na 30 minuten bij de dokter komen. Ik mag mijn mooie billen aan de arts tonen, waarna zij er met een spuit ter dikte van een flinke brijnaald een spierverslapper in spuit. Waarom is het altijd een ‘zij’ die in je billen moet prikken? Maar het moet helpen volgens haar. Niet dus. Ik heb nu niet alleen pijn in mijn rug, maar ook in mijn kont. Thuisgekomen slik ik meteen een handje vol pijnstillers. Het blijken achteraf mijn vochtafdrijvers te zijn geweest, waardoor ik om het half uur mezelf naar de wc mag rollen, om me daar aan de pot omhoog te hijsen, als een kameel te pissen en weer terug te rollen naar de bank.

Ik ben al een paar jaartjes vijftig en een ietsje meer. En de eerste de beste die zegt dat je daar niets van voelt is gek. Stapelgek.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.