Opa

Opa

“Ik moet je wat vertellen pa, je wordt opa”. Deze negen woorden maakten ruim twee jaar geleden dat ik spontaan mijn opa voor me zag. Een klein mannetje, het bijna kale hoofd steevast bedekt met een hoedje, altijd lachend, zelfs als er niets te lachen viel, zittend in zijn leunstoel een vrolijk deuntje fluitend tussen de kleine spleetjes van zijn tanden door, ondertussen met zijn vingers in de maat meeroffelend op de leuning en oud, stokoud. Althans, in mijn toen nog jeugdige ogen was begin zeventig knap oud.

Ik fluit zelf ook regelmatig melodietjes en doe dat ook tussen mijn tandkieren door. Alleen klinkt het niet zo mooi als bij mijn opa. Roffelen doe ik ook, tot ergernis van de rest van het gezin. Ik zeg altijd dat het een familietik is, fluiten en roffelen, maar niemand die mij geloofd. Ik wrijf even over mijn hoofd en verdomd, ik word ook nog eens kaal. Nog niet zo kaal als mijn opa, maar ik ben hard op weg. Te hard, naar mijn mening. Ik heb alvast maar een hoed gekocht, maar mag hem van mijn kinderen niet opzetten. Het maakt mij, volgens hen, een ouwe lul.

Pittig Jan Nicolas

“Je wordt opa”. De woorden van mijn oudste zoon bleven nog lang doorgalmen als een goede preek in de kerk. Opa worden, dat is iets voor ouwe lullen, kleine kale mannetjes met hoeden, die de hele dag niets anders te doen hebben dan opa zijn. Het woord ‘Opa’ komt niet voor niets van het Oud Nederlandse ‘Oupa’, Oude Pa. Als mijn vrouw had gezegd “je wordt weer papa” had ik minder verbaast geweest. Maar waarschijnlijk wel harder geschrokken.

Ik heb lang na de geboorte van mijn kleinzoon in de spiegel gekeken om de opa in mezelf te ontdekken. Maar ik zag steeds slechts een man van net boven de vijftig, her en der wat rimpels, doorgegroeide oren en neus, half kalend. Maar hoe goed ik de spiegel ook afzocht, ik zag geen opa verschijnen. Ook niet als ik een melodietje ging fluiten tussen de spleetjes in mijn tanden door.

Mei 2018 was het zover. Het opa worden was opa zijn geworden. Nu zit ik in mijn leunstoel, mijn kleinzoon op schoot, terwijl ik lach, zelfs als er niets te lachen valt. Ik fluit mijn deuntje terwijl ik in de maat meeroffel, ongeduldig wachtend op het moment dat ‘de kleine’ tandjes krijgt zodat hij mee kan fluiten tussen de spleetjes in zijn melkgebitje door en gaat roffelen, vooral flink gaat roffelen.

Jan Nicolas

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.