Op de markt

Op de markt

Sinds enkele weken is ons nieuwe kantoor in de winkelstraat van het altijd gezellige Benissa geopend. Omdat de laatste spaarcentjes in de meer dan uitgebreide verbouwing zijn gaan zitten, is de Nespresso (what else) erbij ingeschoten, dus prijzen wij ons gelukkig met het barretje tegenover ons, hoewel de koffie aldaar vooral warm is.

Zoals te doen gebruikelijk heeft het barretje een klein terrasje waar het in het ochtendzonnetje prima toeven is. Omdat wij om 09:30 uur de deuren openen voor publiek, is het al snel een vaste gewoonte geworden om voor opening snel een bakkie te doen bij de overbuurman. Op zaterdag is de weekmarkt en deze begint op 20 meter van ons kantoor, met als gevolg dat het een hele dag een komen en gaan is van passanten. En wat is er leuker dan onder het genot van een niet weg te krijgen kopje koffie te kijken naar passerende mensen?

RentalPoint

Er komt een man aanwaggelen die bij het voortbewegen dusdanig zwaar heen en weer wipt, dat ik mij afvraag of hij wellicht oefent in het nadoen van een pinguïn. Of misschien heeft hij gewoon een ruige nacht achter de rug, dat kan ook. Een wat oudere dame passeert mijn tafeltje. Ze heeft een kleur haar die verraad dat haar kapsel mislukt is, of paars moet ineens weer in de mode zijn. In ieder geval kijkt ze mij met een dodelijke blik aan. Alsof het mijn schuld is dat de peroxide te lang op haar bol heeft gezeten. Er komt een enorme bos bloemen langs geschuifeld. Als ik goed kijkt zie ik een stuk man lopen die de bos met twee handen vast moet houden. Ik vraag me af wat hij in Godsnaam heeft uitgespookt om met zo’n uit de kluiten gewassen bos thuis te moeten komen. En in wat voor vaas drop je dat oerwoud?

Ik kijk naar het eerste kraampje van de markt. Ze verkopen daar flamencojurkjes. Rode flamencojurkjes. Van die jurkjes die ergens eind jaren zestig in het toeristisch Spanje gelanceerd zijn. Aan de verkleuring te zien hangen ze er ook al sinds die tijd. De jurkjes vonden destijds nog wel gretig aftrek onder de niets vermoedende Noord-Europese toeristen. Vaak met bijpassende sombrero. Tegenwoordig wurm je dochterlief alleen nog in een dergelijk geval als je haar echt heel erg wil straffen en drie maanden huisarrest niet langer helpt.

Aan het tafeltje naast mij gaat een groepje moeders zitten met elk minimaal één baby. De bestelling is nog niet gedaan of de moeders beginnen te kakelen alsof hun leven ervan afhangt. Eén baby mengt zich in de discussie met een gekrijs dat gewoon pijn doet aan mijn oren en mijn oren hebben toch echt zo hun ervaring. Meteen vallen de andere baby`s, als ware het zo vooraf afgesproken, in en is het eerst zo gezellige, maar vooral rustige terrasje in een tijdbestek van amper 30 seconden verandert in een kakofonie van pijnlijke geluiden. Mijn neus mengt zich in mijn zintuiglijke waarnemingen en ontwaart een misselijkmakende lucht die voortgebracht is door één van de baby’s. Het blijkt ‘een grote’ te zijn, te zien aan de reactie van de bijbehorende moeder die even haar neus in de babypoeperd steekt om toch maar vooral zeker te weten dat babylief gescheten heeft.

Ik kijk op mijn onlangs bij de Senegalese boulevardjuwelier aangeschafte Rolex en zie dat het tijd is om te beginnen. Soms prijs ik mij gelukkig dat mijn uurwerkje de nare gewoonte heeft om stelselmatig 10 minuten voor te lopen.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.