Muggenziften

Muggenziften

Ik trek de deur achter me dicht, van plan om mijn nazomeravond op het terras door te brengen. In Spanje kan dat namelijk. Wanneer ik halverwege ben schiet een afschuwelijke gedachte door mijn nog steeds zongebruinde hoofd: “Fuck, heb ik nou het licht aangelaten?” Het is niet duidelijk wat erger is. De twijfel van een al dan niet brandend licht of de gevolgen van zo’n schijnend peertje.

Ik denk niet meteen aan het effect wat deze slordigheid op mijn energierekening of uiteindelijk op Moeder Natuur heeft. Nee, het gaat mij erom dat het licht aan laten een openlijke uitnodiging is. Een hartelijke uitnodiging voor het vliegende doodseskader. Het maakt ook eigenlijk helemaal niet uit of ik een licht aanlaat. Binnen komen ze toch wel. Of ik nou mijn ramen eruit haal of mijn kamer hermetisch afsluit. Aan een ieniemienie gaatje of kiertje hebben ze al genoeg. Hun tactiek is er één waar de ninja’s in het Verre Oosten van smullen. Muggen kunnen namelijk onzichtbaar zijn. Niet met het blote oog waar te nemen. Maar ze zien mij wel. Daar bestaat geen twijfel over…

De koningsdochter

Op de muur geplakt volgen ze elke beweging die ik maak. Ze zien mij binnenkomen, ze zien mij het bed opmaken en dan zien ze mij omkleden. Met hun sensoren kiezen ze de plek van aanval zorgvuldig uit. Zoveel blote, onbedekte huid doet hen rillen van opwinding. Het verklaart meteen dat doordringende, zeurende gezoem van de sluipmoordenaars. Het is gewoon pure geilheid. Mensen maken merkwaardige geluiden in de opperste staat van opwinding. Muggen zoemen.

Terwijl ik heerlijk van mijn nachtrust geniet nemen de demonische wezens hun plan de campagne door. Het eerste bataljon wordt op pad gestuurd. Deze frontlinie bestaat vaak uit de dikste en traagste muggen van het bloedkorps. Ze zijn enkel bedoeld om mij te laten merken dat ze er zijn. Om die paniek in mijn kop te krijgen. Want die eerste muggen laten zich makkelijk pakken. Maar niet voordat ze mij hebben gewekt met hun irritante zeikgeluid. Ik veer op uit mijn bed en doe het licht direct aan. Kassa! De rest van het leger zit namelijk te wachten op dit teken. Het is het signaal om alle troepen mijn kamer binnen te laten trekken. Terwijl ik nog als een bezetene mijn kamer door ren om die trage, dikke mug te pletten, nemen de meer geavanceerde strijders allerlei strategische plekken in. Voldaan kijk ik naar de bloedvlek op de muur. Nu nog niet beseffend dat er een compleet leger over enkele tellen deze brute moord op hun kameraad zal gaan wreken.

Een uitputtingsslag is wat volgt. Hysterisch maak ik de hele nacht allerlei slaande bewegingen terwijl de muggen-generaal zorgvuldig de laatste vlieglijnen aan zijn formatie doorgeeft. Een bloedserieuze zaak is het, letterlijk. Maar er is soms ook tijd voor een lolletje. Als ik goed luister kan ik de muggen soms zelfs horen gniffelen. Dit gebeurt wanneer ze hun snelste strijders op mij af sturen. Deze gaan heel even op mijn gezicht zitten maar steken niet. Ze gaan alleen even zitten. Het gevolg is dat ik als een masochistische idioot op mijn eigen gezicht begin te meppen. De muggen zijn uiteraard allang weg en lachen zich op grote hoogte hun muggenballen uit hun muggenbroekjes. Sinistere wezens, die muggen.

Bekaf val ik weer in slaap. Mijn fysieke gesteldheid, of het ontbreken daarvan, wint het van tenslotte toch altijd weer van mijn waakzaamheid. Het is als een wapperende witte vlag. Ik geef mij onvoorwaardelijk over en de muggen trekken er op uit om hun prijs in ontvangst te nemen. De volgende ochtend ben ik een kwartier kwijt met het tellen van de bulten. Die jeukende plekjes zijn het symbool van hun overwinning en mijn verlies. Een nacht lang hebben ze mogen genieten, nu zijn ze alweer vertrokken. Op zoek naar de volgende zoete overwinning.

Maar als ik denk dat ik er nu vanaf ben, kom ik bedrogen uit. Zodra ik mijn licht weer eens laat branden begint een volgende muggen-commandant onmiddellijk aan zijn doordachte aanvalsplan. Wellicht weer eentje met ruimte voor een lolletje. Kutbeesten.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.