Ik ken jou toch?

Ik ken jou toch?

De man loopt in zijn eigen, rustige tempo zijn dagelijks rondje door het vrijwel uitgestorven winkelcentrum van het dorpje waar hij al zijn hele lange leven woont en bekijkt, meer uit gewoonte dan uit interesse, de etalages. Hij verbaast zich over de veranderingen die zich tijdens zijn leven hebben voorgedaan. Zoveel als je tegenwoordig kunt kopen, dat was er in zijn jonge tijd allemaal niet.

Als hij langs de lingeriewinkel komt wordt hij, zoals gewoonlijk, een beetje verlegen. Hij durft niet goed te kijken naar wat er geëtaleerd wordt, maar nieuwsgierig is hij wel. Want hoewel hij ‘hem’ alleen nog maar gebruikt om te plassen, is dat in zijn hoofd zeker niet het geval. Met zijn hoofd een beetje schuin naar beneden gedraaid werpt hij een snelle, stiekeme blik op de etalage. Maar wat hij ziet doet hem niet blozen, maar schrikken. In de winkelruit ziet hij de weerspiegeling van een man. “Daar is die man weer”, denkt hij geschrokken. De laatste tijd ziet hij die man wel vaker. De man was zelfs een keer in zijn huis. Hij weet dat hij de man kent, maar kan zich niet goed herinneren waarvan. Wordt hij achtervolgd? Maar wat wil die man dan van hem? Geld heeft hij niet, hoewel ze tegenwoordig voor vijf euro al een mes in je donder steken.

Pittig Jan Nicolas

Angstig versnelt hij zijn pas, hoewel je op zijn leeftijd en met zijn fysieke gebreken niet echt van een versnelling kunt spreken. Maar voor zijn gevoel sprint hij terug naar zijn kleine huisje aan de rand van het centrum. Bij zijn huis aangekomen krijgt hij van de zenuwen het tuinhekje niet open en ook de sleutel gaat niet echt lekker in het slot. Compleet in paniek, omdat het naar zijn gevoel elk moment met hem gebeurt kan zijn, krijgt hij uiteindelijk toch de voordeur open die hij meteen achter zich dicht gooit. Binnen merkt hij dat hij van angst ook nog in zijn broek heeft geplast. Maar dat gebeurt de laatste tijd wel vaker. Ook als hij niet angstig is.

Hij loopt met zijn natte broek nog aan naar de telefoon en drukt op de sneltoets die hem in verbinding stelt met de mobiele telefoon van zijn dochter. Zij hoort aan de angst in zijn stem dat hij serieus bang is en gaat meteen naar hem toe. In het huisje treft ze haar vader compleet overstuur aan en voor ze haar jas uitdoet moet ze hem eerst zien te kalmeren. Het duurt even, maar als ze een tweede borreltje inschenkt, dat hij dankbaar in één teug achterover gooit, krijgt hij weer wat kleur op zijn wangen. Ze helpt haar vader naar de badkamer, zodat hij zijn natte broek uit kan doen en zich even op kan frissen. Ze laat haar vader in de badkamer achter en loopt naar de keuken om voor zichzelf een wijntje in te schenken.

Ze heeft net de wijnfles vast als zij haar vader compleet in paniek hoort schreeuwen. “Daar is hij weer! Ga weg! Kijk, kijk, daar is hij weer!” Verontrust loopt zij snel naar de badkamer, bijna struikelend over het bijzettafeltje dat altijd al op een ongelukkige plek heeft gestaan. Bij de badkamer aangekomen ziet ze haar vader met grote, angstige ogen en zijn broek op zijn enkels staan. “Kijk” schreeuwt hij. “Daar is hij! Daar is die man die mij steeds achtervolgt!” En terwijl hij weer in de spiegel kijkt zegt hij: “Ik ken jou toch…”

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.