Het was aan de Costa del Sol

Het was aan de Costa del Sol

Ik ben ooit mijn ‘makelaarscarrière’ begonnen in het pittoreske Blanes, een bij veel Nederlandse en Belgische campinggangers geliefd Catalaans dorpje. In mijn kindertijd gingen wij in een overvolle Renault 16 (waar dus echt twee volwassenen en vier kinderen in passen), met daarachter een nog vollere caravan, steevast naar de plaatselijke camping ‘Bella Terra’. Dus toen mijn vrouw en ik de beslissing hadden genomen om onze toekomst in Spanje op te bouwen, was het voormalige vissersdorpje eigenlijk een logische keuze.

Tot ik op een ochtend in januari wakker werd, er een laag ijs op de ramen van mijn auto zat die dik genoeg was om menig Fries rayonhoofd enthousiast te laten worden en de uitlopers van de Pyreneeën witter dan wit waren door de ’s nachts gevallen sneeuw. Nog in bed liggend besloten wij om dan toch maar eens wat zuidelijker te gaan kijken. Ik nam een paar dagen vrij van mijn werk, gooide wat weekendtassen in de pas aangeschafte Volkswagen Golf, propte vrouw en kind erbij en zo vertrokken wij naar de Costa del Sol.

De koningsdochter

Er ging een wereld voor ons open! Daar waar wij in het noorden rondliepen als Iberische Eskimo’s, zaten hier de mensen, begin januari, in zomerkleding op de zonovergoten terrassen. Dit wilde wij ook! Omdat het altijd handig is om inkomsten te hebben als je ergens gaat wonen, stapte ik links en rechts wat makelaarskantoren binnen om mijn diensten aan te bieden. Met vijf talen in mijn bagage en een meerjarige Catalaanse werkervaring moesten de banen voor het oprapen liggen was mijn gedachte. Alleen had ik een heel klein probleempje: Ik spraak Spaans, de mensen daar spaken ook Spaans, alleen verstond ik hen niet en zij mij nog minder.

Mijn ‘Spaans’ had ik geleerd in het Catalaanse, met als gevolg dat het zwaar doorspekt was van Catalaanse woorden. En dan vooral de schunnige. Daarbij sprak ik mijn taaltje uit met een zwaar Nederlands accent met een zachtere ‘G’ dan Guus Meeuwis ooit zal hebben. De mensen uit de provincie Málaga zijn zelfs voor de gemiddelde Spanjaard niet te verstaan, hanteren een alfabet dat bestaat uit hooguit twaalf letters, praten meer dan binnensmonds en slikken daarbij de helft van de tekst ook nog eens in. Steevast werd dan ook zo’n beetje elke zin door de ander beantwoord met ‘¿Que?’ of ‘¿Como?’.

Tot ik bij een kantoor binnenstapte waar de eigenaar Iers was. De man had, net als ik, ook zijn eerste Spaanse woorden geleerd in Catalonië en zijn Spaans was meteen een soort van thuiskomen. Zijn Engels, dat grotendeels bestond uit schuttingtaal en vloeken, heb ik echter nooit helemaal begrepen. Tonny Watts, onlangs bereikte mij het bericht dat drank ook bij hem meer kapot heeft gemaakt dan hem lief was. Wat zal hij balen als ze in de hemel toch geen bier blijken te schenken.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.