Het sprookje van Heksje Reksefleksjeboterhammenmetpindakaas

Het sprookje van Heksje Reksefleksjeboterhammenmetpindakaas

In een land hier ver, heel ver vandaan, of je moet er dichtbij wonen, woont een heksje. Haar naam is ‘Heksje Reksefleksjeboterhammenmetpindakaas’. Dat is best een beetje een rare naam voor een heksje, maar ik kan haar moeilijk Marie noemen, of Anna, want heksen heten nu eenmaal geen Marie of Anna. Maar vooruit, we hebben geluk, want haar vrienden noemen haar Heksje Reksje, en hele goede vrienden mogen zelfs alleen Reksje zeggen. Maar die heeft ze niet, dus zo is ze nog nooit genoemd. Nu moet je niet denken “dan word ik wel haar beste vriend en noem ik haar gewoon Reksje”, want voor je het weet ga je in het vervolg als kikker door het leven. En dan mag je nog van geluk spreken dat ze niet chagrijnig is. Want geloof me, Heksje Reksje heeft alle reden om flink chagrijnig te zijn…

De toverkol woont namelijk op een klein eilandje midden in een groot meer. En ze woont daar niet sinds vandaag of gisteren, nee, ze woont daar al dik 600 jaar, helemaal alleen. Zielig hè? Haha, echt niet. Je wilt toch niet dat zo’n lelijkerd met haar dikke kont naast je komt wonen zeker? Elke dag die zwarte kat die in je tuin komt kakken, de niet te harden lucht van toverbrouwseltjes, nee, laat haar maar op dat eilandje blijven zitten. Prima geregeld. Maar goed, terzake. In haar toverhut, een oude jagershut die eigenlijk de naam ‘hut’ al lange tijd niet meer waardig is, doet ze de was en kookt ze elke dag een lekker heksenmaaltje. ´s Middags loopt ze een rondje over haar eilandje om te kijken of alles in orde is. Tenslotte weet je het vandaag de dag maar nooit. En als de zon net onder is, zo’n beetje na het avondeten, oefent ze haar toverspreuken. Eigenlijk van die dingen die elke heks doet wanneer ze zich de rambam verveelt. Maar toch is er iets raars met Heksje Reksje aan de hand.

Pittig Jan Nicolas

Exact 100 Jaar geleden, werkelijk op de dag af, toen ze met haar bootje op de vijver visjes aan het vangen was, was het bootje gaan wiebelen en haar bezem uit het bootje gevallen. Ze had nog geprobeerd om de bezem uit het water te vissen maar ze kon hem niet meer te pakken krijgen. Nu moet je weten dat heksen over het algemeen erg beroerde zwemmers zijn en deze heks was de meest slechte zwemmer van allemaal. Dus even het water induiken was er voor haar niet bij. Erg jammer voor Heksje Reksje, want vanaf die tijd kon ze dus niet meer vliegen en moest ze op haar eilandje blijven. En ze verveelt zich daar verschrikkelijk. Het is dan ook geen Ibiza hè, dat eilandje van haar. In krap 10 minuten ben je het eiland rond gelopen, en dan bedoel ik in een tempo van een achteruit lopende, slecht ter been zijnde, bejaarde vrouw.

Op een dag zit Heksje Reksje op haar eilandje te kijken naar de sterren in de lucht. Ze zag er een heleboel. Wel 6.042.865. Nou ja, ongeveer zoveel, bij benadering ook nog, want elke keer als ze de sterren uit pure verveling probeert te tellen, valt ze, wanneer ze bijna klaar is, steevast in slaap en moet ze de volgende avond weer opnieuw beginnen. De sterren fonkelen als kleine lichtjes in de donkere lucht. Ze vindt ze zo mooi dat ze eigenlijk zelf ook wel een paar sterren wil hebben. Met haar handen probeert ze de sterren te pakken. Maar wat ze ook probeert en hoe hoog ze ook springt, het lukt haar niet. Dan bedenkt ze dat ze de sterren misschien wel met een toverspreuk zou kunnen krijgen. Van haar moeder, die toevallig ook heks was, had ze heel vroeger eens het grote-toverspreuken-boek gekregen. Daarin staan allemaal hele belangrijke toverspreuken. Zo kan je met die spreuken iemand in een kikker veranderen (ja, je dacht dat ik blufte hè? Dat dacht Willem Alexander ook), een verschrikkelijk toverdrankje maken, of zelfs een olifant laten vliegen. Ze pakt het boek en gaat op zoek naar een toverspreuk waarmee ze de sterren kan vangen. Na even flink zoeken vindt ze een spreuk:

Sterretje, mooi sterretje,
jij schittert daar zo blij,
maar hatsie, hatsie, hatseflats,
nu ben je helemaal van mij.

En ik lieg het niet hè, ik lieg het niet, maar de toverspreuk werkt! Helemaal verbaast kijkt Heksje Reksje naar haar handen waarin een mooie ster ligt te schitteren. Ze is dan ook ongelofelijk trots op zichzelf, want dit is toevallig wel een hele ingewikkelde tovertruc. Het verhaal gaat dat zelfs Hans Kazan en Hans Klok zich nooit aan deze truc hebben gewaagd. Maar of dat waar is, weet ik niet. En ja, nu is het hek van de dam natuurlijk, want elke keer als Heksje Reksje zich nu zit te vervelen, en dat is eigenlijk altijd, zegt ze even; “Sterretje, mooi sterretje, jij schittert daar zo blij, maar hatsie, hatsie, hatseflats, nu ben je helemaal van mij”. En tja, je begrijpt het denk ik al wel (zo niet, dan heb je pech, want ik ga het echt niet allemaal uileggen) is ze bezig een flink deel van de sterren te vangen. Misschien wel vijftig. Of zestig. Nou ja, in ieder geval meer dan één. Ze hangt ze in elke boom die op het eilandje staat. En ´s avonds gaat ze dan bij het ieniemienie bosje zitten en kijkt naar alle sterren die ze al gevangen heeft. En ze is er maar wat trots op. Leuke bijkomstigheid is dat ze zich nu niet meer zo alleen voelt met al haar sterrenvriendjes in de bomen.

Maar het is een sprookje en sprookjes zijn nooit vrolijk. Dan is er namelijk geen zak aan. Dus als Heksje Reksje op een avond weer eens naar haar sterrenbomen aan het kijken is gebeurt er iets heel raars. “Wat precies?” vraag je jezelf af. Nou, gewoon, iets heel raars. Dat staat er toch? Maar goed, ik ben de beroerdste niet en zal het je vertellen. Anders lig je weer de hele nacht wakker. De sterren waren gestopt met fonkelen! Dat is wat er aan de hand is. De heks schrikt zich een toverhoedje. “Hoe kan dat nu?” denkt ze. Ze schut aan de boom in de hoop dat de sterren weer gaan fonkelen. Maar er gebeurt niets, helemaal niets. “Wacht,” denkt het heksje, “Ik zal de toverspreuk nog een keertje doen.”

Sterretje, mooi sterretje,
jij schittert daar zo blij,
maar hatsie, hatsie, hatseflats,
nu ben je helemaal van mij.

Maar zelfs dat helpt niet. Dan hoort ze ineens een stem; “Hier spreekt de Sterrenkoning… Zeg Heksje Reksje, wat ben je allemaal aan het doen? Zo blijven er straks geen sterren aan de hemel meer over! Weet jij niet dat het verboden is om sterren te vangen? De sterren zijn er namelijk voor iedereen. Voor jou en mij, maar ook voor alle andere mensen. Ze moeten fonkelen aan de donkere hemel en de weg wijzen aan mensen die verdwaald zijn. Zonder de sterren wordt het veel te donker ´s nachts. Dat kan echt niet hoor.” Maar de Sterrenkoning is de lulligste niet en begrijpt dat Heksje Reksje heel eenzaam is op haar eilandje. En dat zij zich heel erg verveelt, zeker nu haar sterrenvriendjes weer terug moeten naar de hemel. Dus stapt de Sterrenkoning in zijn bootje en vaart naar het eilandje van Heksje Reksje.

“Zeg heksje, ik weet het goed gemaakt. Ik neem de sterren weer mee zodat ik ze weer aan de hemel kan hangen. In ruil daarvoor krijg jij van mij een cadeautje.” Dat lijkt Heksje Reksje wel wat, want ze is erg nieuwsgierig en dol op cadeautjes. En eigenlijk zijn die sterren nou ook weer niet zo verschrikkelijk mooi als ze in eerste instantie leken. Beetje duf ook, van die domme sterren in die mooie bomen. Snel verzamelt ze dan ook de sterren zodat de Sterrenkoning ze weer mee kan nemen. De Sterrenkoning loopt even terug naar zijn bootje om daar de sterren in te mikken en komt terug met het beloofde cadeautje.

Maar hè, wat is dat? Het lijkt wel… het lijkt wel… ja, het is echt waar. Het is een bezem! En nou moet je niet gaan denken dat die Sterrenkoning haar strafcorvee geeft, hè. Het is namelijk niet zomaar een bezem, maar een echte toverbezem, waarmee je kan vliegen. Tenminste, als je heks bent, anders niet. En echt, ik lieg het niet, het heksje krijgt een glimlach op haar gezicht, tranen van vreugde rollen over haar heksenwangen. Nu hoeft ze niet altijd meer op haar eilandje te blijven. En wanneer ze zich verveelt, dan kan ze naar haar heksenvriendjes en -vriendinnetjes toe vliegen. Het heksje is heel gelukkig en hoeft nu ook geen sterren meer te vangen.

En nu denk je natuurlijk, “ja, leuk verhaal hoor Jantje, lekker uit je dikke vinger gezogen”. Maar nee, want als je, als het nog net niet donker is, naar buiten kijkt, maar dan echt heel goed kijken hè, zo goed dat je ogen pijn gaan doen, dan kan je, als je een beetje mazzel hebt, Heksje Reksje zien vliegen, op de bezem die zij van de Sterrenkoning heeft gekregen. En zoals dat hoort, leeft het heksje nog wel drieduizend jaar lang en heel gelukkig.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.