Het rijk alleen

Het rijk alleen

“Zeg…”
“Ja…”
“Heb jij ook zin?”
“In wat?”
“Nou, gewoon…”
“Gewoon wat?”
“Gewoon, in dat…”
“Oh, dat…”
“Ja, dat…”
“Nou, daar vraag je me wat, hoor.”
“Weet jij nog hoe het moet?”
“Poeh, heel vaag, want het is weer best een tijd geleden.”
“Volgens mij moeten we op bed gaan liggen.”
“Oké, dat vind ik niet zo erg. En dan?”
“We moeten eerst onze kleren uit doen geloof ik.”
“Alles?”
“Ja, ik geloof van wel.”
“Ik weet niet of ik daar wel zo veel zin in heb.”
“Anders gaat het niet volgens mij.”
“Zo warm is het anders niet.”
“Maar met al je kleren aan kan ik er toch niet in?”
“Er in? Waar in?”
“Ik moet toch ergens in bij jou?”
“Gadverdamme man, doe niet zo smerig.”
“Nou ja, dat staat mij nog bij.”
“Ik vind het maar een smerige gedachte.”
“Maar ik moet toch ergens in, dat weet ik bijna zeker.”
“Waar wou je in dan?”
“Ja, dat weet ik dus niet meer.”
“En met wat dan?”
“Ja, ook dat is nog een goeie vraag.”
“Wat een gedoe eigenlijk hè?”
“Ja, best wel, ik heb ook eigenlijk niet zo veel zin meer.”
“Zullen we dan maar naar ‘The Voice’ gaan kijken?”
“Ja, gezellig, laten we dat maar doen.”
“Jij nog een wijntje?”
“Ja, lekker, en doe er een stukje kaas bij.”
“Gezellig, hè?”
“Ja, leuk, moeten we vaker doen.”
Jan Nicolas
error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.