Het plein

Het plein

De vrouw hangt voorover gebogen op haar fiets. Met haar zoontje achterop op weg naar school. Daarna boodschappen doen bij de supermarkt aan het dorpsplein. Driftig trapt ze de pedalen rond. Maar hoe hard zij ook fietst, ze komt altijd een paar minuten te laat. Sommige mensen hebben dat.

Daar komt de trotse vrouw aangelopen over het dorpsplein. Rechtop, hoofd ophoog. “Hier ben ik”, schijnt ze te zeggen. Maar wie ze is? Niemand die het weet, alleen zijzelf. De kerkklokken spelen hun uurmelodie. Elk uur hetzelfde deuntje, waarna het aantal uren in bijna trieste slagen wordt afgeteld. De deuren van de supermarkt gaan open en ‘Stinkende Steef’ glipt snel naar binnen. Steef is het sociale geval van het dorp, zoals elk zichzelf respecterend dorp er weel een heeft. Dakloos, werkloos en hopeloos. Maar altijd vriendelijk. En altijd stinkend. Steef gaat niet naar binnen om iets te kopen, maar om iets te jatten. Niemand die het in zijn hoofd haalt om hem te fouilleren. Niemand ook die het meer dan 5 seconden uithoudt binnen een straal van twee meter van ‘Stinkende Steef’.

De bakker plaatst zijn bord buiten. “De koffie staat klaar”, staat er op. Zou die koffie echt al klaar staan, of moet hij die nu eerst nog gaan zetten? Of staat de koffie van gisteren klaar? Nog steeds. Die mooie juffrouw van de schoenenzaak is de ramen aan het lappen. Dat doet ze alleen als het niet druk is in de zaak. Die winkel heeft dan ook veruit de schoonste ramen van het dorp. De kapper op de hoek van het pleintje staat buiten een praatje te maken. Zal wel weer over voetbal gaan. Hij heeft zelf model kaalhaar, de kapper. “Een kaal hoofd maakt jonger”, zegt hij altijd. Daarmee onbedoeld een signaal afgevend van; ‘Ik heb totaal geen fantasie’.

Ach, de moeder van Maria is weer eens ziek, want Maria glipt zojuist de drogisterij binnen. Blijft ze weer thuis van school om voor haar arme moeder te zorgen. Dat gebeurd trouwens wel vaak de laatste tijd. Zou nou niemand dat in de gaten hebben? Al zingend komt groep zeven aangelopen over het dorpsplein. Op weg naar de wekelijkse zwemles. Allemaal lachende gezichten. Dat was vroeger wel anders. Dan was het janken wat de klok sloeg, in de wetenschap dat het gegarandeerd jouw beurt was om die dag met je hoofd onder water te gaan. Voorop loopt juffrouw Bella. En achter de groep Jaap, een slungelige jongen en hevig verliefd op Bella. Maar hij komt nooit verder dan meelopen naar de zwemles. Zou Jaap ooit de stap wagen om Bella mee uit te vragen? En hoe zou Bella dan reageren?

Het is weer tijd om naar het tehuis te gaan. Naar het kleine benauwde kamertje, met het bed in de woonkamer, een doorgezakte leunstoel en een raam met uitzicht op niets. Hij heeft zijn dagelijkse portie vermaak weer gehad. Een beetje stram staat de oude man op van het bankje en schuifelt op weg. Op weg naar weer een dag minder.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *