Help, ik ben blank geworden

In mijn jonge jaren woonde ik in een gezellige volksbuurt in Nederland. Mijn buren aan de rechterkant kwamen van oorsprong uit Zuid-Afrika en waren gekleurd. Maar in al die tijd heb ik dat nooit gezien. Ik zag slechts buren, buren die mij, toen ik een keer op vakantie was en zo’n beetje alle ramen in mijn woning waren ingewaaid, direct geholpen hebben. Zonder dat ik dat eerst moest vragen. Mijn ramen waren al dichtgetimmerd, de verzekering was al geïnformeerd, voordat ze mij op mijn vakantieadres lieten weten dat mijn woning flink wat schade had.

Buren, die mij, toen mijn auto weer eens weigerde te starten, zonder te vragen in de gietende regen naar buiten kwamen en met een grote lach op hun gezicht mij de hele buurt door duwde. Net zo lang tot mijn eigenwijze mobiel een teken van leven gaf en ik met brullende motor de buurt uitreed om twee kilometer verderop definitief te stranden, met een natte voettocht als gevolg en een hoop pret bij mijn buren toen ik als een verzopen hondje aan kwam druipen. Buren, die mij hun taal leerde en ik hun mijn taal. Buren, met wie ik sprak in een mengelmoes van Nederlands, Afrikaans, Engels en Xhosa, de in Zuid-Afrika veel gesproken bantoetaal, waarvan ze mij, tot hun groot genoegen, alleen de ‘vieze’ woorden leerden. Buren met wie ik samen een ‘braai’ hield, buren met wie ik feest vierde, buren met wie ik mijn verdriet deelde en zij dat van hen met mij. Als ik huilde waren mijn tranen net zo nat als hun tranen en als ik lachte waren mijn tanden net zo wit als hun tanden. Nou ja, bijna dan. Als we zongen, zong ik dezelfde liedjes als zij en als we danste, danste we dezelfde dans.

Nooit, op geen enkel moment, hebben ze het mij kwalijk genomen dat zij in hun land eeuwenlang onderdrukt zijn geweest door mensen met dezelfde huidskleur als ik heb. Mensen, die in meer of mindere mate dezelfde voorvaderen als ik hebben. Waarom niet? Omdat ik daar volgens hen part noch deel aan heb gehad. Nooit, op geen enkel moment hebben ze mij gezien als blank, of zichzelf als zwart, net zomin als dat ik hen als zwart zag of mezelf als blank. Ik was gewoon Jan en zij waren gewoon Brenda, Oliver, Stompie, Zindziswa, Evelyn en Thabo. We waren buren, met alle burendingen die bij het buren zijn horen.

Steeds vaker hoor ik nu echter in eigen land de geluiden dat ik mij moet verontschuldigen voor het slavernijverleden van mijn voorvaderen. Dat ik mij ineens moet verontschuldigen voor iets waar ik part noch deel aan heb. Dat ik moet stoppen met een kinderfeest omdat dit, voor een kleine groep, als racistisch gezien wordt en hen pijn doet. Steeds vaker hoor ik de woorden ‘Discriminatie’ en ‘Racisme’, bijna elke dag en in bijna elke zin. Steeds vaker hoor ik dat de ‘Swartman’ zich anders ziet dan mij, de witte ‘Umntu’. Steeds vaker merk ik dat ik ineens blank geworden ben… en ik elke dag steeds blanker word.

Jan Nicolas

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *