Hartendief

Hartendief

Ik proef haar zoetigheid als honing op mijn tong, en verlang naar haar adem, die ik voel branden in mijn long en die nu reeds een deel van mij is, zoals haar geest deel is van mijn geest, zoals het goed is en altijd al is geweest. Maar als ik zo eindeloos naar haar verlang, word ik droevig, meer nog bang. Dan smacht ik en verlang ik naar haar mond, ongeduldig wacht ik, tot zij mij warm kust en zo de pijn in mijn diepe eenzaamheid sust.

Haar fijne handen die mij strelen, zo mijn hart opzettelijk stelen, terwijl ik luister naar de huilende wind, als de dag zacht aanbreekt, en haar hand de mijne vind. Ik zie haar in elk voorbijgaand oog, in elke ziel die ik zoek, elk woord dat zij zal spreken schrijf ik neer in mijn hartenboek. Als de zoete geur van een bloeiende roos, bekoort zij al mijn zinnen en maakt mij weemoedig rusteloos. Ik wil jubelen en juichen, haar de liefde betuigen, maar de aanbidding maakt mij gek, wanhopig, radeloos.

Elke vezel in mijn lichaam, elke drang naar wat ik meer dan heftig verlang, weigert te geloven en is meer dan bang, dat het misschien een droom is en… dat ik weet dat ik nog steeds alleen ben.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *