Een winterverhaal

Een winterverhaal

Het is 31 december 1973. De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, zoals elk jaar. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar. Lijken het net kleine spinnenwebjes.

Jantje is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de stal er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam, vindt Jantje. En zijn achternaam is ook heel maf. ‘Excelsis Deo’ staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo,” leest mama altijd hardop aan Jantje voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam? De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Jantje tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Het is net een sprookje. Bijna een heel weekend heeft mama erover gedaan om de kerststal en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Jantje kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.

RentalPoint

De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerststal. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Jantje langs de kerststal loopt aait hij over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn kleine broertje, zijn twee grote zussen, papa en mama het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerststal een knusse en warme sfeer. De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Jantje. Samen met zijn broer en zussen vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier. En elk jaar wint hij. Hij is de kamelen-uitpak-kampioen. Jantje is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Jantje ‘s ochtends wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zegt mama dan. En hij is al acht.

Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Jantje. Want vanavond komen opa en oma helemaal uit Amsterdam op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot de klok twaalf heeft geslagen en het vuurwerk op de televisie begint. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Jantje geniet van al die drukte. Oom Moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante Zus doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. Ze pakt altijd de grootste. “Dat komt omdat Tante Zus hele slechte ogen heeft,” zegt mama. Dan ziet ze alleen de grootste. Volgens Jantje is Tante Zus gewoon hebberig. Rare naam eigenlijk, Tante Zus. Oma drinkt het ene wijntje na de andere. “Ik doe er steeds een beetje water bij hoor,” zegt ze als papa zegt dat ze hem ‘aardig weet te raken’. Maar ondertussen is de fles wel bijna leeg. Opa rook sigaren. Hofnar. Eén, hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Jantje houden. Hij heeft al een hele verzameling. Opa drinkt ook steeds een klein glaasje water, wat papa een borreltje noemt. Nou ja, het zal wel.

Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur ‘U’ nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door Oom Moppentap. Nee, dat komt door meneer Kan op tv en de grote mensen bowl. Opa en oma uit Amsterdam hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Jantje moet lachen. “Die kunnen straks makkelijk de sterretjes aansteken,” denkt Jantje. Jantje is er klaar voor. Zijn kleine broertje niet. Die was om acht uur al in slaap gesukkeld. Maar ja, die is ook pas vijf. De glazen worden nog eens gevuld en zijn grote zussen beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!” roept papa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok op de televisie die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij: “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … GELUKKIG NIEUWJAAR!”

Zussen, papa en mama, oom en tante, opa en oma, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, opa en oma uit Amsterdam samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Opa en oma liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu ineens haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma… oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren. Jantje houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent hij de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet hij twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OPA EN OMA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!” Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Jantje in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel, heel eventjes, lekker warm.

Jan Nicolas

Dit verhaal is fictie. Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.