Debiel

Debiel

Ik wandel veel, want door te wandelen verbrand ik overtollige calorietjes. Vanochtend besluit ik wat door het mooie achterland van mijn kleine dorpje te lopen en zo kom ik terecht in een klein bos waar ik al snel wat paddenstoelen zie staan. In een opwelling besluit ik er een paar te plukken. Altijd lekker en zo niet, val ik er in ieder geval flink van af.

Terwijl ik aan het plukken ben hoor ik iemand met een hoog stemmetje “niet doen, niet doen” roepen. Ik kijk om me heen, maar zie door de bomen slechts bos. Dus zal ik het mijzelf wel hebben ingebeeld. Dat heb ik wel vaker dat ik stemmen hoor in mijn hoofd, dus heel vreemd is dat niet. Ik buk weer om de laatste paddenstoelen te plukken en hoor weer, maar nu wat luider, “niet doen, niet doen”. Ik kijk nu niet om me heen maar naar beneden. Want vandaar komt het geluid.

De koningsdochter

Tot mijn verbazing zie ik een heel klein mannetje zitten. Echt, veel groter dan een centimeter of 15 is hij niet. Het mannetje is dusdanig gerimpeld, dat zijn hoofd meer weg heeft van een gedroogde appel. Een, voor zijn doen, lange baard hangt aan zijn kin en op zijn hoofd zit een rood hoedje. Nee, geen puntmutsje, want dan hoef ik niet verbaasd te zijn. Dan is het gewoon een kabouter. Maar dit is duidelijk geen kabouter, maar een heel klein mensje.

Het kleine mensje vraagt mij met een lief stemmetje of ik alsjeblieft zijn huisje wil laten staan. Ik leg hem uit dat ik nergens een huisje zie en slechts interesse heb in die mooie grote paddenstoel. “Maar dat is mijn huisje”, zegt het kleine mensje. Ik kijk nog eens goed naar de paddenstoel en warempel, er zitten raampjes in. Aan de achterkant hangt zelfs een klein balkonnetje en bovenop komt een schoorsteentje uit de hoed.

Ik beloof hem dat ik zijn huisje met geen vinger zal aanraken. “Dank je wel, meneer”, zegt het kleine mensje. “Als dank mag je drie wensen doen”. Nou, drie wensen maar liefst. Ik denk heel goed na over mijn eerste wens en bedenk me dat dit mijn kans is om op een makkelijke manier weer haar op mijn steeds kaler wordende schedel te krijgen.

“Mijn eerste wens is dat mijn haar bijna groeit tot op de grond”, zeg ik hem. En ‘Poefffff’ voor ik met mijn ogen kan knipperen heb ik hele korte beentjes. “Nee, niet zo, anders om!” zeg ik hem. ‘Poefffff’, gaat het weer. Ik kijk naar mijn nog steeds korte beentjes en zie mijn knieën en voeten naar achteren wijzen. “Nee! Ook niet zo, debiel!”. ‘Poefffff’…

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.