De Ochtendwandeling

De Ochtendwandeling

Ik loop mijn dagelijkse wandeling over de boulevard van ons dorpje. 2,5 kilometer heen en 2,5 kilometer terug. Het is half zeven ‘s ochtends en nu al voel je dat het weer een stralende dag gaat worden. Ik doe dit nu al weer een paar weken en het is grappig dat je steeds dezelfde mensen tegenkomt. Mijn wandelvriendjes noem ik ze.

Om half zeven is het altijd nog rustig. De meeste mensen beginnen pas om zeven uur te lopen. Maar dat is voor mij te laat. Als eerste kom ik de strandschoonmakers tegen. Ongelooflijk wat een troep die van het strand halen. Hoewel langs de 2,5 kilometer boulevard niet overal strand ligt, weten zij er toch 5 overvolle aanhangwagens met vuil af te halen. Elke dag opnieuw. Vuilniszakken, oude ligstoelen, vergeten handdoeken, strandtassen, luchtbedden.

Pittig Jan Nicolas

Als ik wat verder ben gelopen zie ik de twee zwervers weer liggen in het portiek van het strandwinkeltje. Het lijken mij vader en zoon. Ze hebben een hondje. Ze slapen nog, terwijl het hondje mij goed in de gaten blijft houden. Ik vraag me af wat hen aan het zwerven gebracht heeft. Daar komen de twee dames aan. Ze zijn laat. Normaal gesproken hadden ze mij al veel eerder moeten passeren. De ene dame loopt moeilijk. Het lijkt alsof ze iets aan haar heupen heeft. Of ze doet een pinguïn na. Kan ook. In ieder geval hebben ze er steevast goed de vaart in. Als we elkaar passeren zeggen we altijd even goedemorgen tegen elkaar. Het wandelen in de ochtend schept toch een soort band.

Ah, daar is het oude heertje met het even oude hondje. De man heeft altijd een pak aan. Al vallen de kraaien van het dak, hij blijft zijn pak aanhouden. Het beestje is niet vooruit te branden. Het oude mannetje trouwens ook niet. Ik weet dat als ik hem op de terugweg weer tegenkom, hij misschien 10 meter verder is gekomen. Nou ja, hij blijft op zijn manier wel lekker in beweging. Als ik de bocht om ga loop ik bijna vol tegen een politiewagen op. Wat doen die nu weer op de boulevard? Als je het lef hebt om hier te fietsen slingeren ze je meteen op de bon, maar ondertussen crossen zij wel met gevaar voor mijn leven over mijn wandelgebied. Ik geef ze mijn meest dodelijke blik, maar het maakt weinig tot geen indruk.

Ik kom aan bij de gratis fitnessapparatuur. Door de gemeente her en der neer gepland om mensen uit te nodigen meer te bewegen. Ik heb één keer de fout gemaakt om er gebruik van te maken. Resultaat was een pijnlijke rug en een hele week lopen als Quasimodo in zijn beste dagen. Die sla ik dus maar over. Een kleine gerimpelde dwerg is als een waanzinnige bezig op iets wat op langlaufen lijkt zonder een meter vooruit te komen. Hij doet maar. De boulevard begint hier flink te hellen. Dat is altijd het rotste stuk. Maar bovenaan gekomen vergoed het mooie uitzicht veel. Ik loop nog een stukje door en keer dan om vlak voor de haven. Ik wordt inmiddels regelmatig ingehaald door hardlopers. Dat zit er voor mij voorlopig niet in. Ik wandel wel. Duurt wat langer, maar het is niet anders.

Kijk, daar is het wat oudere echtpaar. Hij loopt nog heel goed, maar zij heeft iets aan haar knie of zo. Hij moedigt haar aan. “Kom op, alleen nog maar tot dat hek”. Ze doet haar stinkende best. Elke dag zie ik dat ze weer een beetje verder loopt. En haar man blijft haar aanmoedigen. Toch wel mooi, echte liefde. Ondertussen vliegt het anorexia-patiëntje langs. Althans, zo noem ik haar. Ze doet een soort van snelwandelen. Het ziet er niet uit. Het vrouwtje meet misschien 1.70 mtr. en zal nooit meer dan 35 kilo wegen. Waarom zij zo hard aan het lopen is blijft voor mij een raadsel. Daar mag zeker 25 kilo bij om het nog iets te laten lijken. Het mannetje met het hondje is inderdaad 10 meter verder gekomen.

Ik kom weer bij het portaal van het strandwinkeltje. Links passeert die spannende blondine. Ik probeer altijd haar leeftijd te schatten. Door de mega zonnebril is dat vrij lastig. Van achteren schat ik haar 25, van voren 65. Zoals altijd, een kontje om te zoenen, maar een gezicht als een overrijpe pruim. De zwervende vader en zoon liggen nog in het portiek. De zoon is net wakker en kijkt wat beduusd om zich heen. Welkom in de harde werkelijkheid jongen. Ik loop de boulevard af en ga rustig op huis aan. Twee minuutjes nog en dan kan ik lekker douchen. Ik vraag me af wanneer de zwervende vader en zoon voor het laatst lekker gedoucht hebben. Of een normale maaltijd gegeten hebben. Na het douchen neem ik mijn ontbijtje en kijk naar Jan de Hoop. De laatste twee mensen die in de negentiende eeuw geboren zijn, zijn een nieuwsitem. 115 zijn de twee vrouwen. Ze hopen dat ze dit jaar 116 worden, zegt de stem. “Het komt omdat we elke dag drie rauwe eieren eten”, zegt de ene 115 jarige. Ik denk dat ze alle geluk van de wereld heeft gehad dat ze geen salmonellavergiftiging heeft opgelopen.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *