De Corona Quarantaine · Dag 7

De Corona Quarantaine · Dag 7

Het is zondag, 22 maart 2020 en eigenlijk had ik het net zo goed bij deze ene zin kunnen laten. Want het had vandaag qua beleving net zo goed maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag of zaterdag had kunnen zijn. Net zo dood en net zo saai. Hoe spannend het misschien ook klinkt, in de praktijk is zo’n quarantaine maar een knap dode boel. Wat dat betreft ben ik best jaloers op mijn landgenootjes in Nederland die lekker massaal naar het strand gaan, op elkaar gepropt in de rij hangen bij de bouwmarkt en met volle auto’s over de snelwegen scheuren. In Spanje is het binnenblijven wat de klok slaat en het enige alternatief is rode wijn die ik, door eigen productie, gelukkig volop in huis heb.

Dus gisterenavond maar weer eens een wijnproeverij gehouden samen met mijn vrouw. Natuurlijk spugen wij de wijn niet uit. Dat is belachelijk, doodzonde en daarmee onnodige verspilling van de ‘Nectar der Goden’. Ik word dan ook ergens vanochtend wakker, doe mijn ogen één voor één open en denk: “Holy smoke, wat heb ik gisterenavond allemaal gezopen?” Vervolgens ervaar ik een smaak in mijn mond die gelijk staat aan de smaak die ik zou hebben als mijn kat in mijn mond zou hebben gezeken. Mijn oogbollen beginnen spontaan te jeuken en mijn hart zit voor even op de plek van mijn hersenen, althans, er van uitgaande dat het gebonk in mijn hoofd mijn hart is dat ook van zich wil laten horen.

Pittig Jan Nicolas

Na een paar seconden krijg ik een extreme niet te verhelpen dorst, en is het simpel slikken een marteling geworden omdat het lijkt alsof er zand in mijn keel zit. Ik besluit op te staan waarna de slaapkamer als een malle begint te draaien en de misselijkheid in al zijn trieste hevigheid op komt zetten. Ik prijs God op mijn blote knieën dat de badkamer aan mijn slaapkamer grenst, zodat ik nog net op tijd bij de wc-pot aankom om de door mijn vrouw met veel moeite bij elkaar gesprokkelde snacks van de vorige avond met een grote boog de pot in te kotsen, waarbij vooral de kleur rood de boventoon voert.

De smaak die daarna achterblijft in mijn mond is een vreemde mix tussen gal en rode wijn, en komt bij elke oprisping als vanzelf weer terug, opgefleurd met de smaak, én geur, van bedorven knoflook. Ik kijk naar opzij en zie een lijk dat met bloeddoorlopen ogen terug staart. Na enkele seconden besef ik dat het mijn spiegelbeeld is en prijs ik mezelf gelukkig dat verschijnen in de openbaarheid voorlopig door de Spaanse noodtoestand verboden is. Ik strompel als een halve dode terug naar mijn bed, laat me erop vallen en merk dat het bed meteen als een gek rondjes gaat draaien, waarna ik binnen no time weer over de wc-pot gebogen sta, om ook de zak chips aan het riool te offeren. Als ik daarna nog slechts geluiden maak als een kikker in de paartijd, en er niets meer uit mijn maag komt dat de naam ‘kots’ waardig is, weet ik dat het tijd is om de wc-pot alleen te laten.

Ik loop terug en zie in mijn bed twee voeten onder het dekbed uit komen. Ik kijk naar beneden en zie tot mijn opluchting dat het niet mijn eigen voeten zijn die in een plotselinge lepra aanval alleen in bed zijn achtergebleven. Ik til het dekbed op en zie daar een vrouw liggen die voor gisterenavond waarschijnlijk bloedmooi moet zijn geweest, maar er nu nog erger uitziet dan ik zelf. Het blijkt mijn vrouw te zijn. Ik besluit haar maar te laten liggen en strompel voetje voor voetje naar de woonkamer, waar vooral de hoeveelheid lege wijnflessen in het oog springen. Ik ga voorzichtig in de bank zitten, maar durf mijn ogen niet te sluiten, omdat bij elke knippering de bank een opzichtige poging doet om een vrolijke draai in te zetten. Ik besluit om als ontbijt een handvol pijnstillers tot mij te nemen en spoel ze weg met een liter water. Ik loop naar de slaapkamer, wil schone kleren pakken maar merk dat alles of in de was zit, of aan het droogrek hangt. Ik sleep mijn stervende lichaam dus naar het balkon om daar in mijn blote kont wat schone kleren van het wasrek te plukken.

De frisheid van de ochtend brengt me een beetje bij mijn positieven en zorgt dat ik enigszins ontwaak, maar ook het vriendelijke “buenos días” van de buurvrouw die op het naastgelegen terras even een sigaretje aan het roken is.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.