De Corona Quarantaine · Dag 6

De Corona Quarantaine · Dag 6

Het is zaterdag, 21 maart 2020. Eindelijk weekend, tenminste, dat was mijn reactie in de tijd vóór mijn quarantaine als de week weer eens vreselijk druk was geweest. Nu is het weekend en doet het mij helemaal niets. Niet gek als het de hele week zondag is geweest. Het gevoel van niets kunnen en niets mogen begint warempel een beetje te wennen. Ik heb ook minder drang om naar buiten te gaan en heb mijn kantoor al meer dan 24 uur niet gezien. Dat moet zo’n beetje een record zijn. In mijn hoofd wordt het ook wat rustiger, getuige het tijdstip van ontwaken: kwart over zeven! Het werd zelfs al een beetje licht buiten. Ik moet er wel meteen bij zeggen dat ik tien keer ben wakker geworden vannacht, maar dat mag de pret niet drukken.

Daar waar ik alle dagen ‘s ochtends naar mijn kantoor ben blijven gaan zodat ik wat frisse lucht op kon snuiven en mijn gedachte wat kon verzetten door wat achtergebleven werk te doen, heb ik mijzelf voorgenomen om het weekend te gebruiken om echt helemaal niets te doen. Of in ieder geval niet al te veel. Dat is op zich niet al te moeilijk, want ik heb ook niets te doen. Maar het gaat om het principe. Ik moest wel even naar de apotheek om mijn dagelijks te slikken medicatie aan te vullen, maar die zit net om de hoek, dus die inspanning tel ik niet mee. Er zijn vanochtend meer mensen die pilletjes nodig hebben, want er staat een flinke rij voor de deur van de apotheek. En de verordening is dat er steeds maar één persoon naar binnen mag, dus kan het allemaal nog best eventjes duren. Maar goed, zo ontzettend veel dringende zaken heb ik niet, dus ik schik mij in mijn aanstaande lot.

De koningsdochter

“Soy el último” (Ik ben de laatste) zegt een niet echt fris ogende man als ik op de wachtrij afloop. Ik ging daar al vanuit, want hij staat tenslotte achteraan de rij. Ik loop naar de mij bedeelde positie en ga netjes op de voorgeschreven 1,5 meter afstand van mijn voorganger staan. Ik haal een keer adem door mijn neus en meteen vergroot ik de afstand tot de man tot een meter of vijf. Ik ruik namelijk, zelfs op vijf meter afstand, dat de man op een misselijkmakende manier naar zweet stinkt. En geen vers, eerlijk verdiend zweet. Nee, het is een allesoverheersende rotte lijken lucht die de man al dagen, zo niet weken, bij zich moet dragen om een dergelijke odeur gekweekt te kunnen hebben. Om zeker te zijn dat zijn omgeving goed mee kan genieten draagt hij, ondanks dat het vandaag wat frisser is, een mouwloos shirt met vrij hangende oksels, zodat het lichte briesje dat mijn kant op staat, hoe wreed kan het leven zijn, goed zijn werk kan doen.

Ik probeer de lucht te filteren door tussen mijn tanden door adem te halen, maar kom al snel in acute ademnood, verslik mij als ik diep adem wil halen, wat resulteert in een flinke hoestbui. Verschrikte blikken zijn meteen mijn deel. Tot men doorheeft dat ik me slechts verslik en niet terminaal ben. Een zucht van verlichting gaat door de voor en inmiddels ook achter mij verzamelde gelederen. Ik wil mij niet weer verslikken en dus moet ik, tegen wil en dank, de walm, die in mijn verbeelding een ranzige groene kleur heeft, inhaleren. De gedachte aan de stank die rond de man moet hangen als ik pal naast hem zou staan, doet mij spontaan kokhalzen en met moeite en flinke tegenzin slik ik het reeds door mijn keelgat ontsnapte gal terug. Het zorgt voor een brandend gevoel in mijn keel waardoor ik, onbewust, weer flink inadem door mijn neus waardoor buiten het nog in mijn keelgat balancerende gal ook mijn eerder op de ochtend genuttigde broodje een poging doet om mij voor de deur van de apotheek eeuwige roem te schenken.

Ik besluit mijn gemartelde reukorgaan enige rust te gunnen en draai de lichamelijke milieuterrorist mijn rug toe. De man achter mij knikt mij vriendelijk toe en ziet in mij een nieuwe gesprekspartner. Hij start een conversatie dat voor mij klinkt als het gemompel van de mol uit de Fabeltjeskrant, gecombineerd met een achterstevoren sprekende Rus. Daarbij heeft de man een gebit dat eerder donkerbruin is dan geel en hangt er tijdens zijn gebrabbel een sompig gekauwde sigaar in zijn mondhoek, die vrolijk op de maat van zijn gespuugde woorden mee danst. De man heeft duidelijk iets verkeerds gegeten, of hij is gewoon maagpatiënt, want steeds voor hij weer een stortvloed van tekst, die ik niet versta noch begrijp, van een afstand van twee meter over mij heen stort, haalt hij flink en vooral diep adem, om daarna een boertje te laten waarbij een lucht meekomt die het midden heeft tussen Oud Amsterdamse kaas en rotte vis, dit alles opgeleukt met een vleugje oud Spaanse knoflook. Wat is er mis met een frisse douche, beetje tandpasta en wat deodorant? Waarom denken mensen dat als je huisarrest hebt je dan ook maar meteen alle hygiëne overboord moet gooien?

Thuisgekomen spreek ik met mijn vrouw af dat ik een volgende keer uitsluitend nog getooid met een maskertje én een wasknijper op mijn neus in welke rij ook ga staan. Ze kijkt me aan, ziet mijn nog wat groene huidskleur en knikt heel wijs ter bevestiging.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.