De Corona Quarantaine · Dag 3

De Corona Quarantaine · Dag 3

Het is woensdag, 18 maart 2020. De derde dag van onze gedwongen quarantaine begint alweer richting de avond te kruipen als ik dit stukje schrijf. Wederom was ik vandaag al om vijf uur wakker. Het begint een gewoonte te worden, net als gedwongen binnen zitten, net als het kijken naar journaals in vier verschillende talen, net als het schrijven van dit stukje en net als elke ochtend, zonder enige reden, naar mijn kantoor lopen en terug. Om er gewoon even uit te kunnen zijn.

Het naar mijn kantoor lopen voelt een beetje als spijbelen van school in mijn jeugdjaren. Het gevoel van betrapt te worden in combinatie met het afzetten tegen het verplichte. Ik heb daar een hekel aan. Altijd al gehad, dat iemand mij zegt wat ik moet doen. Ik moet namelijk niets. Ja, doodgaan, dat moet. Voor de rest vind ik dat iedereen een keuze mag hebben. Maar ja, aan die keuzevrijheid hangt in Spanje wel een prijskaartje in de vorm van een boete van minimaal 601 euro. En als je tijdelijk geen inkomsten hebt en ook totaal geen idee wanneer die inkomsten terugkomen, is elke euro besparing er één. Dus doe ik braaf wat de Spaanse overheid mij voorschrijft en slik in mijn ergernis weg.

De koningsdochter

Ik ben het namelijk niet helemaal eens met een totale afsluiting van het land. Volgens mij, maar wie ben ik, werkt dat namelijk niet tegen het uit de wereld helpen van het coronavirus. Ja, als iedereen op de wereld maar lang genoeg achter slot en grendel gaat, dan helpt het zeker. Maar als deze verplichte quarantaine een paar weken, of zelfs slechts een paar maanden duurt, gaat het mijns inziens niet werken. Want wat gebeurt er als over een tijdje de bevolking weer ‘vrij’ gelaten wordt? Juist, dan begint de ellende weer van vooraf aan. Spanjaarden komen nu eenmaal graag bij elkaar en zullen zich massaal gaan verzamelen in een bar, op het terras of gewoon in huiselijke kring. En er hoeft er maar één te zijn die over het hoofd is gezien en dan is het weer raak. Niemand van de ‘ex-gedetineerden’ heeft namelijk antistoffen tegen het virus.

Hier denk ik dus een beetje over na als ik weer terug naar huis loop. Als ik op het kerkplein aankom besluit ik om een beetje om te lopen, om zo mijn verplichte opsluiting met enkele minuten uit te stellen. Ik loop in een extreem rustig tempo het straatje naast de kerk in en zie een eindje verder een zwerver op een bankje zitten. Onwillekeurig vraag ik mij af waar hij vandaan komt. En waar hij straks naar toe gaat. Hij ziet er uit zoals je dat van een beetje zwerver mag verwachten. Beslist geen Swiebertje. Nee, al van grote afstand is te zien dat deze man een odeur heeft die menig vlieg doet kokhalzen. Als ik dichterbij kom zie ik dat zijn leeftijd, door de warrige baard, met geen mogelijkheid is in te schatten. Zijn kleding, of wat er voor door moet gaan, hangt om zijn lijf. Met alle souvenirs van een lange voetreis erin en erop. Zijn schoeisel is omwikkeld met grijze tape. En daarna nog eens. Zijn complete wereldse bezit staat naast het bankje, in een winkelwagentje, welke hij geleend heeft bij een supermarkt. Naast het karretje ligt een hondje.

Als ik vlakbij ben staat de man op van het bankje en loopt naar het wagentje. Hij propt de deken die hem enigszins warm gehouden heeft de afgelopen nacht bovenop zijn wereldse bezit, mompelt iets tegen het hondje en zet zich in beweging. Ik mag altijd het karretje duwen als we boodschappen doen en erger mijzelf dan steevast kapot, omdat ik op de een of andere manier altijd een karretje pak met een wiebelwiel. Ik kijk naar de man en zie dat ook hij wat dat betreft in de prijzen is gevallen. Dus zelfs daar zit het leven hem tegen. Het linker voorwiel wiebelt dat het een lieve lust is. Ik zie de moedeloze blik in zijn ogen. Maar hij gaat dapper door en hij kijkt met een blik die niets ziet naar het straatje dat voor hem ligt. Ergens om de hoek ligt zijn doel.

Ik vraag me af waarom de man tot dit bestaan is gekomen. Is de man ooit gelukkig getrouwd geweest? Kwam hij in het verleden thuis van zijn werk, welkom geheten door zijn vrouw, vrolijke kinderen en een hond, die al kwispelend om zijn aandacht vroeg? Wat voor werk zou hij gedaan hebben? Koestert de man nog de gedachtes van hoe het eens was? Heeft hij nog hoop dat het ooit allemaal goed zal komen? Hoe hard zal deze crisis bij hem aankomen? Of denkt hij niet meer? Is zijn leven geworden tot het lopen van A naar B, gedachteloos de ene stap voor de andere zettend, hopend op wat eten en een dag zonder regen? Het liefst ook zonder besmetting door corona. Of heeft hij totaal geen benul van de heersende pandemie?

We staan op het punt om elkaar te passeren. Ik op weg naar een gedwongen samenzijn met mijn gezin, naar mijn kinderen die zich er dapper doorheen slaan, naar mijn vrouw die niet klaagt en er het beste van probeert te maken. Hij op weg naar niets. Naar een coronavrij bestaan. Hij komt uit het noorden en gaat naar het zuiden. Misschien op weg naar een supermarkt om een beter karretje te zoeken, op weg naar het geluk van een karretje zonder wiebelwiel.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.