De bus

De bus

Hij draagt een vale lange regenjas die in een ver verleden betere tijden gekend heeft. Een te grote zwarte hoed, waar wat grijze pukken haar onderuit steken, hangt laag op zijn voorhoofd. Als hij zijn hoofd wat opricht komt een ongeschoren kin te voorschijn. Is al een aantal jaren mode naar het schijnt. Of hij heeft een hekel aan elke ochtend scheren. Kan ook.

Naast hem staat zijn vrouw. Tenminste, ik ga er voor het gemak vanuit dat hij niet bij elke willekeurige vrouw zijn hand op haar kont legt. De vrouw staat met haar rug naar mij toegedraaid. Ze heeft een fraai figuurtje en lijkt mij, zo aan de achterkant te zien, een stuk jonger dan hij. “Dat heeft die ouwe pik goed gedaan”, denk ik. Maar zodra ze zich omdraait zie ik dat er tussen de voor- en achterkant zeker 60 jaar verschil zit. Jammer, een kontje om te zoenen, maar een gezicht als een te rijpe pruim.

Pittig Jan Nicolas

De bus komt en van het een op het andere moment wordt het stel opgegeten door het openbaar vervoer. Met enige blijdschap zie ik ook mijn bus aankomen. Net op tijd, want de prutregen begint me danig te irriteren. De bus is uiteraard tot de laatste vierkante centimeter gevuld met natte ochtendzieke lichamen. Verregende individuen op weg naar ergens. Naast mij staat iemand met een uit de kluiten gewassen hond. Of een kleine pony, kan ook. Het beest stinkt in ieder geval een uur in de wind. Achter mij staat iemand zijn ochtend-asem richting mijn neus te blazen, met als gevolg dat ik binnen no-time vertoef in een odeur van twee dagen oude knoflook. “Wat is er mis met ’s ochtends even je tanden poetsen?” vraag ik mij af.

Ik probeer te ontsnappen aan het mij opgedrongen aroma van natte knoflookhond, met als gevolg dat ik door de mensenmassa tegen de rug van een bejaarde dame aangeperst wordt. De regendruppels liggen als kleine diamantjes bovenop haar ouderwetse wollen vest. Op haar hoofd draagt zij een zelf gehaakte muts. Ik probeer enige afstand tot haar rug te bewaren, maar een wat al te onstuimige passagier geeft de hele bups zo’n zet, dat ik tegen haar aanbots. Het handvat van mijn paraplu prikt daarbij onzacht in haar truitje.

“Kan het wat voorzichtiger!” roep ik achterom, om aan te tonen dat ik niet de schuldige ben van deze botsing. “Er staat hier een bejaarde dame!” Op dat moment draait de bejaarde dame zich om en voel ik het bloed in recordtempo naar mijn hoofd schieten. De bejaarde dame is hooguit achttien en op een lelijke manier best mooi. Ze kijkt me vuil aan en zegt luid: “Bedoel je mij soms, fossiel?” De ogen van de passagiers schieten zonder uitzondering mijn kant op. Ineens ben ik het populairste onderwerp van de bus. Stotterend en stuntelend probeer ik mijn gezicht nog wat te redden. Tevergeefs.

De bejaarde tiener kijkt triomfantelijk de bus rond of iedereen mijn gestuntel wel goed heeft gezien. Ik begin te zweten onder mijn sjaal. “Als je moe wordt van het staan opa, mag je wel even op mijn rug zitten hoor.” zegt het wicht. De bus barst in lachen uit en ik zou er ineens niets op tegen hebben om nu in mijn uppie buiten in de zeikregen te staan. Binnen 10 minuten tweemaal dezelfde vergissing. Vrouwen en leeftijden, niet helemaal mijn ding.

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.