De bloemist

De bloemist

Ze waren er een jaar geleden wekenlang dag en nacht mee bezig geweest, met het opknappen van het pand in het knusse winkelcentrum van het dorpje Benissa. Het dorpje Benissa, met zijn historische smalle straatjes. Het dorpje Benissa, met het grootste aantal miljonairs per vierkante meter in Spanje. Het dorpje Benissa, wat door de ‘kenners’ ook wel satirisch ‘Het Volendam van Spanje’ genoemd wordt. Niet omdat je er zo lekker paling kunt eten, of omdat de inwoners gouden keeltjes hebben. Nee, puur en alleen omdat men de rijkdom graag in de familie wil houden en neef dus vrolijk met nicht trouwt. Al dan niet gedwongen. Zo kan je broer meteen je oom zijn en, wie weet, ook nog je vader. Het dorpje Benissa, waar iedereen op Juan Smit lijkt.

In het dorpje begonnen twee dappere jonge vrouwen samen een bloemenzaak. Nu dus bijna een jaar geleden. In overall schilderden ze het interieur in terra cotta en bordeaux, timmerden rekjes tegen de muur, waarin klimop vrolijk omhoog kringelde. Er kwam een hoekje met pied de stalles, draadfiguren, tafeltjes met vaasjes, schotels en glaswerk, groene planten, schilderijen en een antieke kassa op de nieuwe toonbank. Alles zelf ontworpen en zorgvuldig uitgetekend. Af en toe zag ik ze achteruit naar buiten lopen om het hele plaatje nog eens rustig van een afstandje te beoordelen.

RentalPoint

Op de dag van de opening baadde de winkel in kleur en bloemen. Boven de ingang de lichtbak met in schuine letters ‘Florería Mariana’, hun voornamen speels aaneen gesmeed. Als ik in de lente langs liep stonden er zinken teilen met viooltjes en andere jonge tuinplanten op de stoep en toen het wat warmer werd zaten ze buiten, in twee smaakvolle stoeltjes met een kopje koffie en een vriendelijke groet voor iedereen die voorbij kwam.

Een paar weken geleden hing er een slordig geschreven A4tje voor het raam van de winkeldeur; “We houden ermee op, alles met 35% korting.” Vorige week ruw doorgestreept en vervangen door het cijfer 50, met een einddatum. “Zonde”, zei ik, toen ik binnen rondkeek. Gretig serveerden ze me hun teleurstelling. Een verhaal over te weinig klanten, te sjiek imago voor het dorp, vergeefse bezoeken aan de bank voor een tijdelijke overbrugging, gezeik met buren en gemeente, de supermarkt die ook in bloemen ging en, aarzelend, een echtscheiding. Nooit zouden ze meer iets voor zichzelf beginnen, zeiden ze. De dagen erna voltrok zich de onttakeling van hun droom met de koopjesjagers die hun slag wilden slaan. Ik kocht 6 glazen bakjes, twintig cent per stuk. Niet omdat ik ze nodig had, maar uit een gevoel van toch iets willen doen.

Nu zijn alle ramen dichtgeplakt met lelijk bruin papier. Alleen de lichtbak is er nog, aan de zijkant bungelt een los elektriciteitssnoer dat heen en weer gaat in de wind…

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.