Belterreur

Belterreur

Het is net negen uur geweest als mijn telefoon gaat. Ik haat telefoons, omdat, als ik een Spaans sprekend persoon aan de andere kant krijg, en die kans is behoorlijk groot als je zoals ik in Spanje resideert, die ondingen mijn vaak spontaan opkomend spraakgebrek benadrukken. Niet dat ik een spraakgebrek heb, althans niet zoals de gemiddelde spraakgebrek hebbende persoon een spraakgebrek heeft. Ik ben zeg maar meer een gelegenheidshakkelaar. Op het moment dat ik een Spaans sprekend persoon aan de lijn krijg die, om welke reden ook, aangeeft dat hij dan wel zij mij niet begrijpt, word ik tamelijk onzeker en begin ik heel raar te brallen. Of te hakkelen, dat kan ook. Dan kom ik gewoon even niet lekker uit mijn woorden en dat wordt dan alleen maar erger, omdat de andere partij mij dan helemaal niet meer begrijpt.

Op geen enkele wijze kan ik, zoals ik normaal gesproken doe, mijn handen in het gesprek betrekken, of, altijd handig bij een op een gesprekjes, pen en papier gebruiken. Ja, dat kan wel, maar ik schiet daar verder geen reet mee op. Ik laat de telefoon dan ook meestal gaan en wacht tot iemand anders van mijn gezin het doordringende beltoontje beu is en de telefoon opneemt. Ik bedoel, Sanne Hans kan dan misschien beter zingen, maar ik kan absoluut beter hakkelen op sommige momenten. Daarbij blokkeer ik als ik eenmaal begin te hakkelen vaak halverwege een zin en dan klinkt het in het meest gunstige geval alsof ik een heftig orgasme beleef. En zo heb ik Sanne Hans dus nog nooit gehoord, jammer genoeg.

De koningsdochter

De telefoon blijft zijn irritante toontje maar herhalen en ik ben alleen thuis want vrouwlief is boodschappen doen en de kroost heeft zo hun eigen bezigheden. Mijn ogen zijn niet eens volledig open, maar dat heb ik wel vaker als het de avond daarvoor laat is geworden en de alcohol rijkelijk tot mij is gekomen. Ik heb de neiging om de telefoon gewoon de telefoon te laten, maar het gevoel van ‘misschien is het wel dringend’ maakt dat mijn duim een veeg over het schermpje geeft. Het gesprek gaat in het Spaans, hoera, maar voor de enkeling die het Spaans niet of niet volledig machtig is, zal ik het meteen ‘translaten’ in het Nederlands.

“Met Alisa, van Vodafone…”
En dan zo’n stem die je eerder bij een dubieuze ‘hotline’ verwacht; hees en een tikje vulgair. Eigenlijk precies wat de gemiddelde man ‘s ochtends graag naast zich wakker hoort worden. Bijna opwindend, alsof Katja Schuurman persoonlijk aan de andere kant van de lijn hangt.
“Met Alisa…” en ook nog eens geen achternaam noemen. De IKEA strategie; ‘Jijen en jouwen’ en daarmee valse betrokkenheid en intimiteit suggereren als prelude op een winstgevend contact. Ik heb de dringende neiging om al voor het “Ik mag je een interessante aanbieding doen” met een simpel “Geen interesse, nooit meer bellen graag, adios” de verbinding te verbreken, mezelf weer om te draaien om vervolgens een gat in de dag te gaan slapen. Maar omdat ik weet dat ik dan tóch wakker blijf liggen door een onverdiende ergernis, besluit ik om het dit keer bij Alisa anders doen. Ik verman mij, merk tot mijn grote vreugde dat van enig gehakkel geen sprake is en geef het wicht antwoord.

“Zo Alisa, wat leuk dat je mij zo vroeg al belt, gezellig. Ik doe net mijn doppen open, ze plakken zelfs nog ietwat aan elkaar. Ik ga even koffie halen, een ogenblikje…”
Ik laat de lieverd bijna twee minuten in de wacht, wetende dat ik het meest irritante wachtmuziekje op mijn mobieltje heb dat ooit is verzonnen. Lang leve de gratis appjes.
“Nou daar ben ik weer hoor, dat praat wat makkelijker hè, ‘n bakkie erbij. Heb jij ook al koffie gehad, Alisa?”
“Ja, maar ik…”
“Jullie hebben zeker een automaat. Hou ik zelf niet zo van. Ik neem ‘s morgens altijd twee cupjes. Een ‘Darkraost’ om lekker wakker te worden en dan nog een ‘Regular’ om het zonder hartkloppingen af te maken. Ik heb trouwens je achternaam niet verstaan, want alleen Alisa is een beetje kaal, vind je ook niet?”
“Rodriguez, meneer, maar ik bel eigenlijk om…”
“Rodriguez? Hoe Spaans wil je het hebben, hè? Is dat met een ‘S’ of een ‘Z’ op het einde?”
“Een ‘Z’, maar ik…”
“Oh, een ‘Z’. Ik ken een Oscar Rodrigues… maar dan met een ‘S’ op het einde. Dat is denk ik geen familie, anders had het wel met een ‘Z’ geweest, denk je ook niet? Blijf even hangen Alisa, ik moet echt even plassen, anders klap ik. Terugbellen? Welnee joh, ik ben er zó weer…”
Vervolgens blijf ik met de telefoon aan mijn oor zitten, hoor Alisa een minuut of vijf heftig door haar neus ademen. Dan is het ineens stil en is Alisa weg.
Jij ook een fijne dag verder, Alisa Rodriguez… met een ‘Z’…

Jan Nicolas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.