De koningsdochter

De koningsdochter

De nieuwe fantasy thriller van Jan Nicolas

Zoals de meeste kinderen, was ook ik in mijn jeugd gek van sprookjes. Heerlijk wegdromen in een wereld waarin eigenlijk alles kan en alles mag. Niets is te gek in een sprookje. Heksen die kunnen vliegen, tovenaars die met een simpele knip van hun vingers een mens in een kikker kunnen veranderen, of erger. Kabouters die zo klein zijn dat eigenlijk niemand ze ooit heeft gezien, elfjes die als een kolibrie door te lucht zweven. En ik heb ze allemaal gelezen: Sneeuwwitje, Roodkapje, De wolf en de zeven geitjes, De gelaarsde kat en ga zo maar door.

De koningsdochter

Toen ik ouder werd maakte de sprookjes plaats voor fantasieverhalen voor de oudere jeugd en nog wat later voor fantasy thrillers. Toch bleven sprookjes mij fascineren. Maar nu niet langer om het heerlijk wegdromen in een fantasiewereld, maar meer om het feit dat ik door onderzoek erachter kwam dat de originele sprookjes eigenlijk vrij luguber waren en niet zelden helemaal niet bedoeld voor tere kinderzieltjes, maar meer als spannend verhaal voor volwassenen. Als je er goed over nadenkt, zijn de originele sprookjes de voorloper van de hedendaagse thriller.

Zo las ik op een goede dag de originele versie van het sprookje van Sneeuwwitje, al sinds het begin van mijn sprookjesfascinatie veruit mijn favoriet. Groot was mijn verbazing dat de originele versie in niets leek op de bekende bewerking door Walt Disney. Sterker nog, de originele versie zou ik nooit aan mijn kinderen hebben voorgelezen voor het slapen gaan, want die zouden geen oog meer hebben dichtgedaan.

Ik schrijf al lang korte verhalen en columns, maar dan houdt het bij zo’n 500 woorden helemaal op. Al heel lang speel ik echter met de gedachte om een boek te schrijven en ja, wat zou er dan mooier zijn dan het schrijven van een sprookje? Maar dan niet een sprookje zoals ze in bijna alle sprookjesboeken zijn opgenomen, maar een sprookje zoals ze ooit werden opgeschreven voor de oorspronkelijke doelgroep: de volwassen lezer. Oftewel een fantasy thriller. Ik heb daarvoor het gegeven uit het sprookje van Sneeuwwitje genomen als basis: Een beeldschone jonge vrouw, een meedogenloze stiefmoeder die jaloers is op haar schoonheid en een stoere held in de vorm van een jager. Uiteraard ontbreken de dwergen niet, al ben ik niet opgehouden bij slechts zeven. Voor het neerzetten van een beetje waarheidsgetrouwe dwerg, heb ik overigens gekozen om deze af te leiden van het volk van de San in Zuid Afrika, oftewel de Bosjesman. Dat kwam voor mij namelijk wat geloofwaardiger over dan een soort reuze kabouter.

Het verhaal zelf speelt zich in mijn fantasie af ergens in de middeleeuwen, toen koningen nog in kastelen resideerden en er nog gevochten werd met zwaarden en kruisbogen. Het verhaal is zeker niet voor ‘watjes’ en staat bol van intriges, spanning, is op sommige plekken vrij luguber en gaat af en toe een kant op die veel lezers niet zullen verwachten. Ondanks dat ik geen tweede Sneeuwwitje heb willen schrijven of, erger nog, het oorspronkelijke sprookje heb willen herschrijven, kon ik het toch niet laten om een paar subtiele verwijzingen naar het bekende sprookje, als een soort eerbetoon, in het verhaal te verweven. Maar ik vertrouw erop dat jij, de lezer, mij dit snel zal vergeven.

Met De koningsdochter wil ik laten zien dat het, ondanks een probleempje dat dyslexie heet, gewoon mogelijk is om een volwaardig boek te schrijven. En nee, mijn boek staat niet vol met taal- en/of schrijffouten. Integendeel zelfs, want juist door mijn leesblindheid ben ik, meer nog dan ‘gearriveerde’ schrijvers, genoodzaakt mijn manuscript meer dan één keer taaltechnisch te laten controleren.

Ik wens je nu alvast veel leesplezier 🙂

Jan Nicolas

Bekijk hier de promotievideo

Pittig Jan Nicolas

Preview ‘De koningsdochter’

Ze schrikt wakker van het geluid van paardenhoeven die door het provisorisch ingerichte tentenkamp klinken. Hun eigen paarden hebben ze al lang geleden moeten slachten om vlees te hebben om te eten. Maar dat vlees is al weer een tijd geleden tot het laatste stukje opgegeten door de hongerige bevolking die al zo lang op de vlucht is voor de tiran die zich hun koning noemt. Boven het geluid van de paardenhoeven uit hoort ze nu ook de paniek ontstaan in de stemmen van haar familieleden, die net als zij wakker zijn geworden van het onverwachte geluid. Ze zijn gevlucht voor haar, ‘de uitverkorene’. Het is de wet die de koning al lang geleden heeft ingesteld, dat de mooiste vrouw van het land zijn vrouw zal worden en dat zal blijven tot bepaald wordt dat een andere vrouw op een dag mooier is. Wat het lot is van de vrouw die niet langer als mooiste gezien wordt, laat zich raden, gezien de wreedheden van deze tiran.
Twee jaar geleden werd zij, op de dag van haar veertiende verjaardag, door de koninklijke inspecteurs die, onder leiding van hun meedogenloze kapitein Netu, voortdurend het land afstruinen op zoek naar mooie, maar vooral jonge maagden, uitverkoren en werd haar ouders vriendelijk medegedeeld dat ze hun dochter binnen 24 uur naar het paleis van de koning moesten brengen. Haar moeder was uiteraard ten einde raad, want ze wist dat de straf op het niet voldoen aan die opdracht een afschuwelijke dood zou betekenen. Niet zelden liet de koning ongehoorzame burgers vierendelen en dat was dan nog de meest zachtaardige vorm van terechtstellen. Haar vader had echter binnen een uur paard en wagen geladen en samen met haar moeder en twee broertjes reden ze een onbekende toekomst tegemoet, richting de bergen, om zich daar in een van de vele grotten te kunnen verstoppen. Maar nu hebben ze haar dan toch gevonden, want ze hoort de stem van de wrede kapitein brullen dat iedereen zich bij zijn soldaten moet verzamelen, op straffe van onmiddellijke executie als er niet aan zijn opdracht voldaan wordt. Ze kan niet anders dan gehoorzamen, om zo in ieder geval te proberen de levens van haar dierbare familieleden te sparen.

De beeldschone jonge vrouw stapt met haar kin omhoog de kring van soldaten in, slechts gehuld in een dunne doorschijnende jurk, die ze snel had aangetrokken. Haar familieleden staan er al en haar twee jongere broertjes hangen angstig aan de benen van haar moeder.
“Hier ben ik, kapitein Netu,” zegt ze. “Ik ga vrijwillig met u mee en zal met de koning in het huwelijk treden. Maar spaart u mijn familieleden alstublieft. U heeft mij nu, zij hebben hier allemaal niets mee te maken.”
“Jij bent niet in de positie om te vertellen wat ik wel of niet moet doen, kleine sloerie!” schreeuwt de kapitein tegen haar en hij pakt haar jongste broertje, die pas net vier jaar is geworden aan zijn arm en trekt hem los van het been van zijn moeder.
Met het kleine angstig gillende jongetje in zijn arm rijdt de kapitein richting het flink brandende kampvuur, zodat iedereen hem goed kan zien. Daarop gooit hij met een beweging van zijn door het vele zwaardvechten krachtig geworden arm hoog de lucht in. Alle ogen in het kamp volgen de jongen die in de lucht een koprol maakt, om, zodra hij het hoogste punt heeft bereikt, weer naar beneden te vallen. De kapitein heeft intussen zijn zwaard in zijn hand genomen en wijst daarmee naar de nog steeds gillende jongen die met zijn buik precies op de punt van het zwaard terecht komt, waarna het zwaard tot aan de heft in zijn kleine lichaam steekt en het gegil van het jongetje abrupt eindigt. Dit wordt echter overgenomen door de moeder die door de soldaten op de grond wordt gegooid evenals de vader die naast haar staat. Het andere kleine broertje, die twee jaar ouder is, wordt, na een hoofdknik van de kapitein door een soldaat van achteren gegrepen, waarna deze zijn dolk uit de schede trekt en met een haal van het scherpe lemmet, de keel van de jongen van oor tot oor doorsnijdt. Het gegil van de moeder gaat door merg en been, terwijl de vader slechts komt tot het vervloeken van de kapitein en zijn manschappen.
“Je ziet nu wat er gebeurt als je niet luistert, kleine hoer,” zegt de kapitein op rustige toon tegen de jonge vrouw die als versteend het hele schouwspel in zich heeft opgenomen.“Op ongehoorzaamheid staat de doodstraf, op tegenspreken staat de doodstraf, op vluchten staat de doodstraf. Maar omdat jij dit misschien nog niet wist zal ik jouw leven sparen, maar alleen dat van jou. Om te zorgen dat je de regels nooit zal vergeten, zal ik ze goed in je geheugen prenten.”
Daarop slaan de soldaten acht paaltjes in de grond, die ze gemaakt hebben van dunnen stammetjes van de struiken rond het kamp. Haar moeder wordt ruw ontdaan van al haar kleding en met haar polsen vastgebonden aan twee van de bovenste paaltjes. Haar enkels worden vastgebonden aan de onderste twee paaltjes. Op die manier vormt ze een soort menselijke X. Haar vader ondergaat hetzelfde lot, terwijl die zijn uiterste best doet om zich, tevergeefs, los te worstelen.

De jonge vrouw heeft al die tijd, door de shock waarin ze verkeert, niet gesproken en ook nu kan ze niets zeggen, maar rollen de tranen van verdriet, machteloosheid en ellende over haar wangen. Als de man en vrouw vastgepind liggen op de grond, kleden de soldaten zich uit en gaan in een rij staan, waarbij de jonge vrouw bij de meeste soldaten duidelijk een keiharde erectie ziet ontstaan. Vooraan in de rij staat een soldaat die een penis heeft van enorme omvang. Hij kruipt boven op de naakte vrouw en heeft moeite om zijn enorme paal in de veel te nauwe vagina te duwen, die dan ook door de druk die de man uitoefent, inscheurt. De vrouw gilt van de pijn als de soldaat diep in haar stoot en haar van binnen en van buiten met zijn erectie openscheurt. Als de soldaat klaar is neemt de volgende vrijwel meteen zijn plaats in. Zo gaat het door, tot ook de laatste soldaat zijn zaad in de vrouw heeft geleegd. Zelf merkt ze na de zevende soldaat al niet meer wat er precies met haar gebeurt en verliest ze na de twaalfde soldaat het bewustzijn. Elke keer als ze wegzakt, gooit de kapitein een emmer water over haar heen om haar weer bij te brengen. Maar op een gegeven moment helpt ook dit niet meer en zakt de vrouw weg in een veilige donkere omgeving.Als de laatste soldaat klaar is stapt de kapitein op de vrouw af, tilt haar hoofd op en snijdt haar hoofd met zijn dolk in enkele halen van haar romp. Hij grijpt het haar van de vrouw vast en wikkelt het een paar keer om zijn hand, waarna hij het hoofd oppakt. Met het hoofd in zijn handen gaat hij naar de jonge vrouw. Hij tilt het hoofd van haar moeder op en houdt het voor haar gezicht, zodat zij recht in de dode ogen van haar moeder kijkt.

Nog steeds kan de jonge vrouw geen geluid voortbrengen en staart ze wezenloos naar het hoofd van haar moeder dat aan de haren wordt vastgehouden door de kapitein.
“Ik denk dat je nu wel goed begrijpt wat ik bedoel met nooit meer ongehoorzaam zijn. Maar voor de zekerheid zal ik je nog een geheugensteuntje geven.” Hierop loopt hij naar de vader van de vrouw en pakt twee dunne houtjes. “Open je mond,” zegt hij tegen de vader. Als deze weigert zijn mond open te doen loopt de kapitein naar zijn dochter en grijpt haar bij haar arm. Hij sleurt haar mee naar de vader, trekt het dunne jurkje van haar lijf, zodat ze volledig naakt naast hem staat en gooit haar dan, als een zak vuil, naast de vader op de grond.
“Open je mond, of je dochter zal hetzelfde lot ondergaan als je vrouw”, zegt de kapitein nu. De man aarzelt nog heel even, maar als hij de kapitein aanstalten ziet maken om de soldaat met de enorme penis opdracht te geven zijn geliefde dochter te verkrachten, opent de man gehoorzaam zijn mond. De kapitein pakt de twee houtjes en plaatst deze op zo’n manier tussen zijn tanden, dat de mond van de man open blijft staan. De soldaten, die nog steeds allemaal naakt zijn, komen nu rond de man staan en richten hun slap geworden penissen op de mond van de man en beginnen massaal in zijn mond te urineren. In het begin kan de man het nog wegslikken, maar na enkele minuten loopt de urine zijn luchtbuis in en ademt hij slechts warme pis. Langzaam verdrinkt de man, terwijl de laatste soldaat, samen met de kapitein zijn warme straal in de mond van de man laat lopen.

Zodra de soldaten weer zijn aangekleed zet de kapitein de jonge vrouw op een van de paarden en bind haar enkels onder het paard vast. Haar handen bind hij vast aan de zadelknop, zodat van ontsnappen geen sprake kan zijn. Enkele soldaten steken de schamele bezittingen van de onfortuinlijk familie in brand en de stoet gaat op weg naar het paleis van de koning, die eindelijk zijn twee jaar geleden reeds uitverkoren vrouw kan trouwen.

Hoe dit verhaal verder gaat lees je in de nieuwe thriller van Jan Nicolas: De koningsdochter.
ISBN: 9789463184663

error: Copyright Jan Nicolas. Alle rechten voorbehouden.